Geschiedenis Podcasts

Buitengewone Twin Viking Boat-begrafenis gevonden in Noorwegen

Buitengewone Twin Viking Boat-begrafenis gevonden in Noorwegen


We are searching data for your request:

Forums and discussions:
Manuals and reference books:
Data from registers:
Wait the end of the search in all databases.
Upon completion, a link will appear to access the found materials.

Archeologen in Noorwegen hebben een bijzonder vreemde begrafenis ontdekt. De tweede begrafenis werd ongeveer 100 jaar na de eerste scheepsbegrafenis in het graf geplaatst. Er is ook een groot aantal grafgiften teruggevonden en ze helpen experts een beter begrip te krijgen van de vroege jaren van de Vikingtijd.

Archeologen van het NTNU Science Museum werkten aan landbouwgrond als onderdeel van een wegverbeteringsproject in Vinjeøra in Midden-Noorwegen. Volgens de Noorse wet moeten archeologen ervoor zorgen dat een bouwproject het erfgoed van het land niet bedreigt of beschadigt.

De archeologen waren in het gebied aan het werk om de plek van een boerderij uit de Vikingtijd te beschermen, waar onlangs een begraafplaats werd gevonden. Toen kwamen ze het mysterieuze graf tegen met zijn twee bootgraven.

Viking Boot Begrafenis

Het oorspronkelijke graf is allang geëgaliseerd, mogelijk door ploegen. The Heritage Daily meldt dat "Bijna al het hout in de boten was weggerot, er zat nog maar een klein beetje in de kiel van de kleinste boot".

Er is een groot aantal klinknagels van de schepen gevonden en op basis van hun verspreiding blijkt dat de ene boot op de andere is geplaatst. Nader onderzoek wees uit dat het kleinere schip zorgvuldig op een groter schip in het graf was geplaatst, vele jaren nadat het was gegraven.

In de kleinste van de twee boten zat een vrouw die waarschijnlijk ergens in de 9e eeuw na Christus stierf. Ze was blijkbaar een persoon van enig belang, te oordelen naar haar grafgiften, waaronder een parelhalssnoer, een schaar en een spindelkrans.

Life in Norway meldt dat "de kleren van de dode vrouw werden vastgemaakt met een bronzen komvormige gesp en een kruisvormige gesp van een in Ierland gemaakt harnas". Het harnas is mogelijk in beslag genomen tijdens een Viking-inval in Ierland en dit zou in de 9e eeuw een symbool zijn geweest van een hoge sociale status.

Deze crucifix-vormige gesp werd gevonden op de begraafplaats van de tweelingboot. (Raymond Sauvage / NTNU)

De andere begrafenis was uit de 8e eeuw en bevatte de overblijfselen van een man die werd begraven met een zwaard, speer en schild. Hij was waarschijnlijk een krijger en zat in de grotere boot, die ongeveer 10 meter lang was. Dit tweelinggraf bevond zich in de buurt van een grotere grafheuvel, met uitzicht op een fjord die een belangrijk herkenningspunt in het gebied zou zijn geweest.

Zeldzaam twee-in-één graf

Deze bootbegrafenis was typerend voor Viking-begrafenispraktijken en het enige dat het uniek maakt, is de dubbele internering. Het lijkt erop dat in plaats van een nieuw graf voor de vrouw te graven, haar familieleden haar lieten begraven in een graf dat ongeveer 100 jaar oud was. Deze dubbele interneringen zijn niet onbekend in Noorwegen, maar ze zijn zeldzaam.

In Tjølling, in het zuiden van Noorwegen, werden in de jaren vijftig soortgelijke graven gevonden. De leider van de opgraving Raymond Sauvage, een archeoloog van het NTNU University Museum, verklaarde dat de tweelingbegrafenis "in wezen een onbekend fenomeen is" volgens Heritage Daily.

  • The Viking Serpent: Slangenverering, heilige geometrie en geheimen van de Keltische kerk in Noorwegen
  • Onderzoekers vragen zich af of de in Schotland gevonden rijke Vikingbootbegrafenis is gemaakt voor een krijgervrouw
  • Vikingen die in 750 na Christus op brute wijze werden gedood, waren mogelijk op een vreedzame missie

Onderzoeker die de plaats van de Vikingbootbegrafenissen opgraaft. (Vitenskapsmuseet / NTNU)

Archeologen stelden zich toen de vraag waarom de man en vrouw die tientallen jaren uit elkaar leefden, samen werden begraven. The Heritage Daily citeerde Sauvage als te zeggen dat "het redelijk is om aan te nemen dat de twee verwant waren".

Het lijkt erop dat de lokale Vikingen wisten wie er in elke heuvel was begraven en deze kennis werd van generatie op generatie doorgegeven. Het lijkt erop dat de vrouw werd begraven bij een lang overleden familielid.

De doden en eigendomsrechten

Het gezin stond centraal in het Vikingleven, het was belangrijk omdat het een individuele status en eigendomsrechten gaf. Grafheuvels werden vaak gebruikt om een ​​aanspraak op een stuk land legaal te bewijzen.

Sauvage stelt dat „het redelijk is om te denken dat de twee samen werden begraven om het eigendom van de boerderij door de familie te markeren”, bericht Life in Norway. De dubbele internering was een manier om symbolisch een wettelijk recht op het eigendom te laten gelden, wat belangrijk was in een voorgeletterde samenleving.

De skeletten van de twee lijken vele jaren geleden uit elkaar te zijn gevallen. Er is echter een fragment van de schedel van de vrouw gevonden en dit gaat worden getest op DNA en isotopen. Deze kunnen onderzoekers helpen om het leven van de vrouw beter te begrijpen, maar ook om een ​​beeld te krijgen van hoe ze eruitzag.

De grond in het gebied van de bootgraven was niet goed voor het bewaren van menselijke resten. Archeologen waren dan ook dolblij toen ze delen van de schedel van de vrouw in het bovenste bootgraf vonden. (Astrid Lorentzen / NTNU)

Een ander belangrijk aspect van de begrafenissen is hun datum. Te oordelen naar de stijl van het zwaard is het duidelijk dat de man werd begraven tijdens de Merovingische tijd in Scandinavië. Er is weinig bekend over deze periode en de verwachting is dat het graf van de dode krijger enige aanwijzingen kan geven. Het is te hopen dat er rond de oude grafheuvel nog wat overblijfselen en artefacten uit deze obscure periode zullen worden gevonden.


Viking-monumenten en -locaties / Vestfold-scheepsbegrafenissen en Quernstone-groeven in Hyllestad

De voorlopige lijsten van staten die partij zijn, worden door het Werelderfgoedcentrum gepubliceerd op zijn website en/of in werkdocumenten om transparantie en toegang tot informatie te waarborgen en de harmonisatie van voorlopige lijsten op regionaal en thematisch niveau te vergemakkelijken.

De enige verantwoordelijkheid voor de inhoud van elke voorlopige lijst ligt bij de betrokken staat die partij is. De publicatie van de voorlopige lijsten houdt geenszins in dat het Werelderfgoedcomité of het Werelderfgoedcentrum of het Secretariaat van UNESCO enig advies uitbrengen over de juridische status van een land, gebied, stad of gebied of van zijn grenzen.

Eigendomsnamen worden vermeld in de taal waarin ze zijn ingediend door de Staat die Partij is

Beschrijving

Onderdeel van transnationale seriële nominatie - Viking Monuments and Sites

ALGEMENE BESCHRIJVING VAN DE SERIE ALS GEHEEL

De serienominatie van Viking omvat land-, zee- en stadsgezichten die zich uitstrekken van de Noord-Atlantische Oceaan tot de Oostzee. Onder de duizenden Viking-sites van de achtste tot de twaalfde eeuw na Christus, zijn deze negen genomineerde eigendommen uit zes landen uitstekende voorbeelden die de grote diversiteit van deze vroege maritieme cultuur vertegenwoordigen.

In de Vikingtijd ontwikkelden de Noorse volkeren - de Vikingen - een maritieme cultuur die een enorme impact had op Noord-Europa en daarbuiten. Binnen Scandinavië was de Viking-periode getuige van de transformatie van tribale naar staatsgemeenschappen en een verandering van religies. De drie christelijke koninkrijken die zich uit deze transformatie ontwikkelden en waaruit de huidige Noordse staten zijn voortgekomen, waren tegen het einde van de Vikingtijd een integraal onderdeel van Europa. In de moderne tijd heeft de Vikingcultuur dus aanzienlijk bijgedragen aan het creëren van culturele samenhang, symbolische waarden en culturele identiteit in de Scandinavische regio, en het blijft wereldwijd een immense publieke aantrekkingskracht behouden. Deze cultuur en haar erfgoed ontwikkelden zich in nauwe interactie in een unieke natuurlijke omgeving. Het is samengesteld uit karakteristieke stadslandschappen en monumenten. De cultuur bracht ook een van 's werelds grootste literatuur voort: de sagen. Eddische poëzie en runeninscripties.

De Vikingen maakten gebruik van de technologie van het schip en gebruikten de zee voor expansie, verkenning, handel over lange afstanden en overzeese vestigingen. De reizen van de Vikingen brachten hen over de Baltische Zee en bezaten de Russische rivieren tot aan de Zwarte en de Kaspische Zee tot aan Byzantium en het kalifaat van Bagdad, evenals westwaarts de Atlantische Oceaan in. Zij waren de eersten die zich in IJsland vestigden en de eerste Europeanen die rond 1000 na Christus Groenland en Noord-Amerika bereikten. Door dit te doen waren de Vikingen de eerste mensen die erin slaagden routes over het noordelijk halfrond van Noord-Amerika naar Azië te openen, en zo verschillende culturele regio's van de aarde met elkaar te verbinden. Aangepast aan zeer uiteenlopende soorten natuurlijke omgevingen, was het succes enerzijds in het gebruik van regionale hulpbronnen en anderzijds in de ontwikkeling van sociale en politieke systemen. Deze combinatie vormde de basis voor een rijke culturele regio. Intern was Scandinavië getuige van een economische, religieuze en sociale transformatie, geholpen door een hausse in interne en interculturele communicatie tijdens de Vikingperiode. Nieuwe instellingen werden ontwikkeld, kleinere regio's werden samengevoegd tot grotere eenheden en de Scandinaviërs namen op grotere schaal deel aan de Europese ontwikkeling. Scandinavië ten tijde van koning Knut, in het begin van de 11e eeuw, was enorm verschillend van het Scandinavië dat in het begin van de 9e eeuw door de missionaris Ansgar werd bezocht.

De samenstellende delen bestrijken een breed tijds- en ruimtelijk bereik. Ze zijn van uitzonderlijke kwaliteit en diversiteit. Ze omvatten handelssteden, havens, verdedigingswerken. productielocaties, grafmonumenten en verzamelplaatsen. Over het geheel genomen getuigen deze sites van de omvang van de sociale en culturele ontwikkeling van de Vikingen.

BESCHRIJVING VAN COMPONENT DEEL:

1. Vestfold scheepsbegrafenissen

Gokstad N656S400 E 228539 (Zone 33)

De scheepsbegrafenis van Vestfold bestaat uit drie locaties: de Borre-begraafplaats in de gemeente Horten, de scheepsbegrafenis Oseberg in Tensberg en de scheepsbegrafenis Gokstad in de gemeente Sandefjord. Ze zijn gelegen in het graafschap Vestfold aan de westkant van de Oslo-fjord, in het zuidoosten van Noorwegen. De Vestfold-regio heeft de hoogste concentratie aan monumentale graven in Viking Scandinavië. Hun ligging in een kustlandschap langs een van de belangrijkste vaarroutes weerspiegelt de maritieme focus van de periode.

De Borre begraafplaats bestaat uit negen grote en vele kleine grafheuvels en cairns over een oppervlakte van 182.000m². Sommige heuvels hebben een diameter van meer dan 4Sm en een hoogte tot 6m. In 1852 werd hier het allereerste Vikingschip opgegraven. Van het schip bleef weinig over en de terp werd later verwijderd, maar in het graf gevonden voorwerpen getuigen van artistiek vakmanschap van de hoogste kwaliteit met prachtige dieren- en knoopornamenten in wat later de Borre-stijl werd genoemd. Naast de opgraving van het scheepsgraf. beperkte opgravingen zijn uitgevoerd in twee van de grote terpen.

De Gokstad-heuvel werd in 1880 opgegraven en leverde het eerste goed bewaarde Vikingschip. De grote hoeveelheid extra artefacten in hout en andere materialen, begraven bij een man van middelbare leeftijd die in de strijd was gesneuveld, gaf unieke inzichten in de Vikingcultuur.

De opgraving van de Oseberg-heuvel in t904 onthulde dat twee vrouwtjes waren begraven met een schip, een wagen. vier sleeën, allemaal versierd met houtsnijwerk van buitengewone kwaliteit. Bovendien getuigt de grote verscheidenheid aan andere artefacten, waarvan vele unieke gebeurtenissen, van een verfijnde aristocratische levensstijl. Het schip dat in Oseberg is gevonden, is het best bewaarde Vikingschip en de vondsten van Oseberg worden alom gevierd en hebben wereldwijd een iconische status bereikt.

Na opgravingen werden de terpen van Oseberg en Gokstad hersteld en werden de schepen en artefacten tentoongesteld in het Viking Ships Museum in Oslo, samen met de vondsten uit het Borre-scheepsgraf. De Vestfold Ship Burials dragen aanzienlijk bij aan het begrip van de Vikingtijd en de mythologische en symbolische rol van het schip in leven en dood in de Vikingcultuur.

2. Quernstone-groeven in Hyllestad

Hyllestad Quernstone-groeven bevinden zich aan de westkust van Noorwegen, aan de noordkant bij de uitmonding van de Sogne-fjord in de gemeente Hyllestad, in de provincie Sognog Fjordane.

De natuurlijke voorwaarde voor de productie van quemstone was het voorkomen van een speciaal type gesteente: kyaniet-garnet-muscoviet-leisteen dat langs de noord- en oostkant van de Afjord ligt. Ongeveer 370 steengroeven zijn verspreid over een oppervlakte van ongeveer 27 km². Binnen dit gebied liggen clusters van steengroeven verspreid. Sommige plaatsen zijn zo geclusterd met steengroeven en hopen productieafval dat het oorspronkelijke landschap volledig is veranderd. Tegenwoordig is het landschap gedeeltelijk overwoekerd met struikgewas, maar overblijfselen van de winning zijn onaangeroerd gelaten en bijna overal te vinden.

De Hyllestad Quemstone-groeven getuigen van de massaproductie en bulkhandel die ontstond in het Vikingtijdperk. De winning van steengroeven lijkt in de achtste eeuw te zijn begonnen op een schaal die is ontworpen om aan de lokale behoeften te voldoen. Tegen het einde van de Vikingtijd werd de productie naar een industrieel niveau gebracht en dit ging door in de volgende eeuwen. De overgang van kleinschalige naar industriële productie getuigt van de verfijning van de logistieke organisatie en de economische groei van het Vikingtijdperk. De steen uit de steengroeven in Hyllestad is goed herkenbaar. en quernstones zijn verspreid in brede handelsnetwerken. Ze komen in grote hoeveelheden voor in Denemarken en Zweden en ook in verschillende steden en nederzettingen elders in Noord-Europa.

De ligging aan de kust van de Hyllestad-steengroeven toont het belang aan van maritieme communicatie die zo essentieel is voor de Viking-cultuur.

Rechtvaardiging van uitstekende universele waarde

De selectie van locaties getuigt op uitzonderlijke wijze van een unieke culturele traditie waarin het schip het essentiële kenmerk werd. Door de natuurlijke omgeving van meren, rivieren en zee had het gebruik van waterwegen en de ontwikkeling van navigatievaardigheden een lange traditie. In de Vikingtijd werd scheepstechnologie naar een nieuw niveau getild. Vikingen waren de eersten die zich in IJsland vestigden en de eerste Europeanen die rond 1000 na Christus Groenland en Noord-Amerika bereikten. Door dit te doen waren de Vikingen de eerste mensen die erin slaagden routes over de Noord-Atlantische Oceaan naar Noord-Amerika en oostwaarts naar de Russische vlakte en Byzantium te openen, waardoor continenten en culturele regio's met elkaar werden verbonden. Intern was Scandinavië getuige van een economische, religieuze en sociale transformatie, geholpen door een hausse in interne en interculturele communicatie tijdens de Vikingperiode. De samenstellende delen vertegenwoordigen de belangrijkste kenmerken van de Viking-cultuur, terwijl het schip overal het gemeenschappelijke kenmerk is. In moderne tijden heeft de Vikingcultuur aanzienlijk bijgedragen aan het creëren van culturele samenhang, symbolische waarden en culturele identiteit in de Scandinavische regio, en het blijft wereldwijd een immense publieke aantrekkingskracht behouden. De samenstellende delen demonstreren duidelijk de belangrijkste kenmerken van expansie, culturele communicatie en een sterke verhalende traditie uit het verleden en heden.

Verklaringen van authenticiteit en/of integriteit

1. De Vestfold-scheepsbegrafenissen

Vestfold Ship Burials zijn goed bewaarde archeologische vindplaatsen en bouwwerken uit de Vikingtijd. De terpen van Oseberg en Gokstad zijn gedeeltelijk opgegraven en daarna gerestaureerd, terwijl een aantal van de Borre-heuvels sinds de Vikingtijd niet meer zijn aangeraakt. Alle drie de sites hebben een aanzienlijk potentieel voor het leveren van nieuwe wetenschappelijke informatie.

De Staat die Partij is heeft zich de afgelopen decennia intensief en met succes ingezet om deze historisch-archeologische vindplaatsen te behouden en duurzaam te verzorgen.

2. Quernstone-groeven in Hyllestad

Hyllestad Quemstone Quarries zijn uitzonderlijk goed bewaarde archeologische vindplaatsen met een hoge mate van authenticiteit. Er is slechts een beperkt aantal kleinschalige archeologische onderzoeken uitgevoerd en er is geen reconstructie uitgevoerd. De Staat die partij is heeft zich de afgelopen decennia intensief en met succes ingezet om deze historisch-archeologische vindplaats te behouden en duurzaam te verzorgen.

Vergelijking met andere vergelijkbare woningen

Het transnationale project verenigt eigendommen die al zijn aangewezen als werelderfgoed uit de Vikingtijd met de nieuw genomineerde locaties Danevirke en Hedeby, evenals Grobina, de Deense forten, de Vestfold Ship Burials en Hyllestad Quemstone Quarries. Ze behoren allemaal tot de belangrijkste historische plaatsen in de Vikingtijd en hebben bovendien, als archeologische vindplaatsen, essentiële inzichten in de Scandinavische cultuur van deze periode bijgedragen. In deze periode ontwikkelde de Scandinavische regio zich van een perifere zone van Europa tot een geïntegreerd onderdeel van het christelijke Westen. Van uitzonderlijke waarde is de goede staat van bewaring die wordt getoond door de gecombineerde monumenten van het project, ideaal aangevuld door IJslands rijke aanbod van geschreven documenten en door andere opmerkelijke archeologische vondsten zoals de schepen van Gokstad en Oseberg. Overeenkomstige nominaties voor de periode tussen de 8e en de 12e eeuw na Christus zijn tot op heden niet vertegenwoordigd op de Werelderfgoedlijst.

1. De Vestfold-scheepsbegrafenissen

De vroegste scheepsbegrafenis in Noord-Europa is het Sutton Hoo-graf uit East Anglia in Engeland, uit het begin van de 7e eeuw. De vroegste graven in Scandinavië, gebouwd rond 780-90, zijn Storhaug en Grenhaug in Avaldsnes in het zuidwesten van Noorwegen. Vanaf dat moment tot de meest recente in het begin van de 10e eeuw, zijn scheepsgraven in Noord-Europa een duidelijk kenmerk van de Vikingen. Uit geschreven en artefactueel bewijs weten we dat scheepsbegrafenissen niet ongewoon waren. Maar uit geen andere regio in de Vikingwereld zijn ze zo talrijk, magnifiek en goed bewaard gebleven als uit Vestfold.

De scheepsheuvel in Rolvse>' in Oost-Noorwegen waar het Tune-schip werd gevonden, is vernietigd en de terpen van Avaldsnes zijn slecht bewaard gebleven en hun authenticiteit is aangetast door wegen en moderne gebouwen.

Ook al zijn er enkele andere buitengewone begraafplaatsen in Scandinavië, zoals Lindholm Haje, Gamla Uppsala, Ladby en Jelling, de scheepsbegrafenissen van Vestfold vormen een herdenkingslandschap dat ook in de moderne tijd een belangrijke symbolische rol speelt.

2. Quernstone-groeven in Hyllestad

In de late Vikingtijd bereikten verschillende soorten productie een industrieel niveau gericht op handel over lange afstand. De overblijfselen zijn bijzonder overvloedig van de productie van ijzer uit moeraserts, quernstenen, wetsteen, speksteen en de jacht op rendieren. Geen enkele productielocatie van een van deze soorten industriële productie heeft de schaal en de authenticiteit van de Hyllestad-groeven, noch de maritieme verbinding, het kenmerk dat de locaties in deze seriële nominatie verbindt, zo duidelijk als in Hyllestad.

Speksteengroeven, zoals die in Kvikne, Piggåsen in Akershus en Solerudbruddet in Østfold, zijn ofwel vrij klein of de overblijfselen uit de Vikingtijd zijn min of meer verwijderd door recentere winning. Dat laatste is ook het geval bij de beroemde wetsteengroeven in Eidsborg in Telemark. Geen enkele ijzerwinningslocatie of vangsysteem voor rendieren heeft de omvang van de Hyllestad-groeven en ze brengen het industriële karakter van de activiteit, de producten en de productiemethode niet zo duidelijk over.In Hyllestad liggen mislukte producten verspreid, de talrijke kleine steengroeven zijn goed zichtbaar, evenals de enorme hopen steenafval.

Ongeveer 14 vindplaatsen met quernsteengroeven zijn te vinden in Noorwegen, de grootste in Selbu, Brønnøy, Vågå en Saltdal, naast de Hyllestad-groeven. Alleen de Saltdal-groeven in Nordland dateren uit de Vikingtijd. De productie in de Saltdal-groeven vond op veel kleinere schaal plaats dan in Hyllestad, en de handelsnetwerken en distributie van de stenen waren niet zo verstrekkend.

In Duitsland, Rijnland, was er in Mayen een grote productie van basaltstenen. Van deze steengroeven is weinig over uit de Vikingtijd. Er is ook een grote quernstone-groeve in Malung, Zweden, maar deze werd niet zo wijdverbreid verhandeld als de stenen uit Hyllestad.


Wandelaar stuit op 'buitengewoon' 1200 jaar oud Vikingzwaard

Ergens in de buurt van 750 na Christus liet iemand een Vikingzwaard achter op een bergplateau in het zuiden van Noorwegen. Op een late oktoberdag, meer dan 1250 jaar later, raapte een wandelaar genaamd Goran Olsen het op.

De Hordaland County Council kondigde deze week aan dat de wandelaar het zwaard in verrassend ongerepte staat had ontdekt tussen de rotsen van een oude weg in Haukeli, toen hij stopte om uit te rusten langs een oude weg door de bergen en valleien van de regio.

"Het is vrij ongebruikelijk om overblijfselen uit de Vikingtijd te vinden die zo goed bewaard zijn gebleven", vertelde de conservator Per Morten Ekerhovd aan CNN. "Het zou vandaag kunnen worden gebruikt als je de rand hebt geslepen," voegde hij eraan toe.

Het 30-inch, smeedijzeren zwaard is gedateerd op ongeveer 750 na Christus, en hoewel het is geroest tijdens zijn eeuwenlange rust in vorst, sneeuw en bronnen, noemde Ekerhovd het een "vrij buitengewone" vondst.

Vikingzwaard gevonden door een wandelaar in Hordaland, Noorwegen. Foto: Hordaland County Council

"We zijn erg blij dat deze persoon het zwaard heeft gevonden en aan ons heeft gegeven", zei hij. “Het zal licht werpen op onze vroege geschiedenis. Het is een heel [belangrijk] voorbeeld van de Vikingtijd.”

Smeedijzeren wapens en harnassen waren duur, en de eigenaar van het zwaard was waarschijnlijk rijker of invloedrijker dan de gemiddelde Viking, zei professor Alexandra Sanmark, een Viking-expert aan de University of the Highlands and Islands in Schotland.

"Als je een zwaard had, is dat meestal een item met een zeer hoge status", zei ze.

"Het algemene idee over Vikingen was dat ze grote, metalen helmen droegen, maar waarschijnlijk droegen ze leren helmen. Het metaal zou zijn gebruikt om deze fantastische wapens te maken, die meer op staal lijken, het is echt van hoge kwaliteit.

Viking gesneden drakenkoppost van de scheepsbegrafenis in Oseberg, ca. 850. Foto: Werner Forman/UIG/Getty Images

Ze voegde eraan toe dat er tot nu toe slechts één Vikinghelm van ijzer is gevonden.

Sanmark zei dat de oorspronkelijke theorieën van de Noorse archeologen waar waren: het zwaard kan onderdeel zijn geweest van een begrafenis voor iemand met een hoge status.

De bergen van Haukeli zijn het halve jaar bedolven onder vorst en sneeuw, maar de laatste jaren zijn er steeds meer artefacten langs dergelijke paden opgedoken. Rijke individuen zijn mogelijk begraven met honderden voorwerpen, van hun kostbare wapens tot hun rijkleding en de paarden zelf, zei Sanmark.

Klimaatverandering heeft geleid tot de ontdekking van steeds meer artefacten, terwijl gletsjers zich terugtrekken en meer aanwijzingen onthullen over de verscheidenheid van Vikingleven en dood. Vikingen hielden een aantal verschillende begrafenispraktijken, zei ze, van de vurige baar die werd afgeworpen naar de zee, goed geoefend in de populaire cultuur, tot meer algemene crematies. Anderen werden onder grafheuvels geplaatst - twee vrouwen werden begraven met een heel Vikingschip in Oseberg - terwijl slaven in greppels werden gedumpt.

Het Oseberg-schip, Noorwegen. Viking. ca. 850 na Christus. Foto: Werner Forman/UIG/Getty Images

"Je kunt deze hiërarchieën van het Viking-leven een beetje plagen," zei Sanmark. “Maar van de allerarmsten weten we niet veel.”

Hordaland-archeoloog Jostein Aksdal vertelde de Engelse vindplaats The Local dat hij van plan was in het voorjaar de vindplaats van het zwaard te doorzoeken. "Als we verschillende voorwerpen of een tombe vinden, kunnen we misschien het verhaal achter het zwaard vinden", zei hij.

“Dit was een veelvoorkomend zwaard in het westen van Noorwegen. Maar het was een kostbaar wapen en de eigenaar moet het hebben gebruikt om macht te tonen', voegde hij eraan toe.

Het zwaard gaat naar het Universiteitsmuseum van Bergen voor conservering en studie.

Recente ontdekkingen uit graven uit de Vikingtijd hebben de moderne perceptie van Vikingen veranderd. In maart meldden onderzoekers in Zweden dat een gegraveerde ring die in het graf van een negende-eeuwse vrouw is gevonden, een Arabische inscriptie heeft. De glazen ring, waarvan de inscriptie "voor Allah" of "aan Allah" luidt, is een van de enige bewijzen van interactie tussen de bloeiende islamitische beschavingen van die tijd en het uitgebreide netwerk van Viking-handelaren en krijgers.


Hunterston broche, 700

Gouden glorie … de Hunterston-broche, c700, werd gevonden in Ayrshire in 1830. Foto: National Museums Scotland

Onze stereotiepe kijk op de Vikingen zijn bloeddorstige raiders, die alles vernietigen wat ze tegenkwamen. Dat is waar, maar niet de hele waarheid. Soms namen ze gewoon wat ze leuk vonden en hielden het. De prachtige Hunterston-broche, een van de hoogtepunten van de tentoonstelling, is een toeëigening van een ouder Schots object dat de Viking-invallen duidelijk intact heeft overleefd. De broche, gevonden in Ayrshire, is een Schotse broche van vóór de Vikingen met puur Keltische decoratie. Maar op de achterkant heeft iemand runenwoorden gekrast die kunnen worden vertaald als: "Mælbrigða is eigenaar van deze broche." De naam is Keltisch en christelijk, maar de taal en het runenalfabet zijn Noors, een bewijs dat een voorwerp van vóór de Vikingen in de Vikingtijd werd gewaardeerd en gebruikt.


Zeldzaam inzicht in de outfit van de vrouw

Het is hoogst ongebruikelijk om zoveel goed bewaard gebleven textiel in een graf aan te treffen. Op verschillende plaatsen is het textiel op elkaar gestapeld, ook waar de naalden aan de broches vastzitten. Deze vertegenwoordigen waarschijnlijk kledingstukken van zowel binnen- als bovenkleding. Bovendien onthullen verschillende van de fragmenten informatie over de stiksels en details die worden gebruikt voor diverse soorten kleding.

Dit alles geeft archeologen zeldzame inzichten in de kleding van de vrouw.

De wollen stof is van het type diamond twill en heeft een patroon dat doet denken aan dat van jeans. De vezels in dit fragment zijn zo goed bewaard gebleven dat archeologen er isotopenanalyses van hopen te maken. Foto: NTNU Universiteitsmuseum TOON MEER

“We stellen ons voor dat de vrouw een overgooier droeg, die was vastgemaakt met schildpadbroches. Onder de jurk droeg ze waarschijnlijk een sark of hemd van linnen of fijne wol. Over haar schouders droeg ze waarschijnlijk een cape met geborduurde decoratieve elementen', zegt Øien.

“De cape lijkt gevoerd te zijn met een fijne wollen stof en langs de rand zien we restanten van smal vlechtwerk. Deze vlecht was misschien gemaakt om de rand te versterken, maar had ook een decoratieve functie.”


De vondst van Basil Brown zorgde er letterlijk voor dat de geschiedenisboeken werden herschreven.

Andere scheepsgraven waren opgegraven, maar niets van deze omvang. Daarvoor was een Vikingschip van 78 ft (23,8 m) in Noorwegen, ontdekt in 1880, het grootste geweest. Vanwege eerdere vondsten elders, wist Brown dat er een lading grafgoederen zou kunnen zijn en op 14 juni vond hij wat hij dacht dat de grafkamer zou kunnen zijn - een houten hutachtige structuur, nu uiteengevallen, die was gebouwd in het midden van het schip. Maar inmiddels hadden de mannen van het British Museum en de universiteit van Cambridge lucht gekregen van zijn geweldige vondst en slechts enkele dagen later begonnen ze eraan te werken. Voordat hij verder kon onderzoeken, werd hij buitenspel gezet en gedegradeerd tot basisarbeid. De professionals konden niet een lokale man – een gewone amateur – laten ploeteren. Wel, die kerel had niet eens een diploma!

Een team van archeologen werd erbij gehaald en het was een van hen, Peggy Piggott, die op 21 juli, slechts twee dagen na haar aankomst, het eerste stuk goud vond. Toen vond ze een andere. En het duurde niet lang of ze hadden een schitterende verzameling van meer dan 250 items ontdekt waarvoor de uitdrukking "schatkamer" nauwelijks voldoende lijkt. Er waren feestvaten en drinkhoorns en uitgebreide sieraden, een lier en een scepter, een zwaard, stenen uit Azië en zilverwerk uit Byzantium en munten uit Frankrijk (die hielpen bij het dateren van de schat).

Er is een replica op halve grootte van het langschip (foto) gemaakt, maar een project om een ​​werkende replica op ware grootte te bouwen is nog in de maak (Credit: Alamy)

Er was een gouden gesp gegraveerd met ingewikkeld verweven slangen en beesten - een stuk dat zo buitengewoon was dat de bewaarder van middeleeuwse antiquiteiten van het British Museum bijna instortte bij het zien van het met juwelen versierde schoudersluitingen en riembeslag een prachtige, sierlijke helm met een volgelaatsmasker - de angstaanjagende gezicht van een oude held die door de eeuwen heen lijkt te staren.

Wat de ontdekking betekende

De vondst van Brown zorgde er letterlijk voor dat de geschiedenisboeken werden herschreven. Het schip en de inhoud waren, zo bleek, uit de middeleeuwen, en de ontdekking verlichtte die vier eeuwen tussen het vertrek van de Romeinen en de komst van de Vikingen, waarover zo weinig bekend was. De Angelsaksen die in deze tijd over de verschillende koninkrijken van Engeland regeerden, werden beschouwd als een ruw en achterlijk volk - primitief bijna - maar hier waren prachtig gemaakte items van grote schoonheid. Dit was een samenleving die vaardigheid, ambacht en kunst waardeerde, en die handel dreef met Europa en daarbuiten.

En deze overblijfselen van een verfijnde, verloren beschaving doken op net toen de onze door de nazi's met vernietiging werd bedreigd. De hoofdarcheoloog hield een toespraak voor bezoekers van de site en moest schreeuwen om boven het gebrul van een Spitfire uit te komen.

Toen auteur en journalist John Preston, wiens boek over de in ongenade gevallen Britse politicus Jeremy Thorpe, A Very English Scandal, onlangs werd bewerkt tot een populaire tv-serie, ontdekte dat Piggott, zijn tante, betrokken was geweest bij de opgraving, onderzocht hij het verhaal en herkende onmiddellijk wat een rijke naad het voor een romanschrijver opleverde. The Dig werd in 2007 met veel lof gepubliceerd. Robert Harris noemde het "een echte literaire schat", en Ian McEwan noemde het "zeer mooi, boeiend, buitengewoon origineel".

Producent Ellie Wood, die eerder aan een aantal tv-aanpassingen heeft gewerkt, waaronder Decline and Fall, Bleak House en The Line of Beauty, zegt dat ze een filmversie wilde maken zodra ze het manuscript van de roman in 2006 las, voordat het werd zelfs gepubliceerd.


Facebook

Een koppost van een schip met een afbeelding van een dier met een hoektand, echt of fantastisch. Het hoofd is versierd met interlace en geruite incisies, en de onderste nek heeft een rasterpatroon. Aan de achterkant steekt een verbindingssegment uit.

In 1904 werd een opmerkelijke archeologische vindplaats ontdekt in Oseberg, Noorwegen. Het bestond uit een verbazingwekkend goed bewaard gebleven Vikingschip dat de overblijfselen van twee vrouwen bevatte, samen met een breed scala aan bijbehorende grafgiften. Dit schip, dat algemeen wordt beschouwd als een van de mooiste vondsten uit de Vikingtijd, was begraven in een grote heuvel of haugr.

De grafheuvel was ongeveer 40 meter lang en 6,5 meter hoog en bedekte de boot volledig. De omstandigheden in de heuvel waren bijzonder vochtig en dit betekende dat het schip en zijn inhoud bijna intact overleefden. Het schip was voornamelijk gemaakt van eiken planken en had een lengte van 21,40 m en een breedte van 5,10 m [i]. De boeg en achtersteven waren bedekt met gedetailleerd houtsnijwerk, terwijl het 15 paar roeispaangaten bevatte, wat betekende dat tot 30 mannen het schip naar behoefte konden roeien.

Centraal op het schip stonden de skeletten van twee vrouwen wier stoffelijk overschot in een speciaal daarvoor gebouwde houten tent was geplaatst. Een van de vrouwen was in de tachtig[ii] en dit werd weerspiegeld in de conditie van haar botten, waaruit bleek dat ze tijdens haar laatste jaren ernstig aan artritis had geleden. De tweede vrouw was jonger en stierf toen ze begin vijftig was[iii]. De connectie tussen de twee vrouwen is onduidelijk. Het is mogelijk dat ze verwant waren of dat ze op een meer sinistere manier de overblijfselen vertegenwoordigen van een nobele vrouw begraven met haar geofferde slaaf. Sommigen hebben inderdaad gespeculeerd dat een van de vrouwen koningin Åsa [ https:// en.wikipedia.org /wiki/ Åsa_Haraldsdotti r_of_Agder] zou kunnen zijn, de grootmoeder van de eerste koning van Noorwegen, hoewel dit onbewezen blijft. }
[ http:// irisharchaeology .ie/2012/09/ the-oseberg-viki ng-ship-burial/]

{Dierenkopposten van de Oseberg-scheepsbegrafenisvondst
Vikingschipmuseum, Oslo, Noorwegen.

Deze dierenkopposten zijn voorbeelden van uitmuntendheid in Viking-snijwerk. Het detail van het vakmanschap is buitengewoon. Het doel van de dierenkopposten is onbekend, maar hun angstaanjagende aspect met open kaken suggereert dat ze bedoeld waren om boze geesten af ​​te weren.

Er werden vijf van deze kopstijlen gevonden, allemaal met een gleuf voor een handvat aan de onderkant van de nek, wat aangeeft dat ze misschien
werden gebruikt in een soort processie. }
[ http://www.pbase.com/drjaysel/image/ 87690309/small]

***De volgende tekst is geredigeerd uit een boek met de titel,
'Tekst en territorium: geografische verbeelding in de Europese middeleeuwen'. om boek te bekijken, zie bijgevoegde link***

"Het negende-eeuwse Noorse schip Oseberg en Gokstad [ https:// en.wikipedia.org /wiki/ Gokstad_ship] vondsten bevatten beide verschillende dierenkoppotten met opengesperde monden.

Het skaldische bewijs suggereert dat de dierenkoppen afneembaar waren en vaak werden vastgemaakt aan de boeg van het schip wanneer mensen met vijandige bedoelingen tegenstanders wilden aanvallen, zoals in een zeeslag.

Het lijkt waarschijnlijk dat de functie van de gapende hoofden de bescherming van degenen op het schip en de lading was, en een bedreiging vormde voor de vijanden van de zeevarenden, of dit nu menselijke agressors waren of geestelijke wezens die natuurlijke krachten beheersten.'

Op 8 augustus 1903 kreeg professor Gabriel Gustafson van de Universiteitscollectie van Nationale Oudheden in Oslo bezoek van een boer: Knut Rom van de boerderij Lille Oseberg in Slagen in Vestfold.

De opgraving van het Osebergschip

Rom had in een grote grafheuvel op zijn eigendom gegraven en was tegengekomen wat volgens hem een ​​schip was. Twee dagen later begon professor Gustafson aan zijn onderzoek. Hij vond verschillende delen van een schip, versierd met ornamenten uit de Vikingtijd. De archeoloog was er zeker van dat de heuvel een scheepsbegrafenis was uit de Vikingtijd. Maar om problemen met het herfstweer te voorkomen, wachtten ze tot de volgende zomer voordat ze begonnen met graven.

De opgraving van het Osebergschip trok veel belangstelling van het publiek. Het werd noodzakelijk om de opgraving te beveiligen met een hek, borden en een bewaker om ervoor te zorgen dat niemand het werk stoorde of te dicht bij de overblijfselen kwam. In zijn dagboek klaagde Gustafson dat hij op een tentoonstelling moest werken.

Toen de opgraving klaar was, moest het langste en meest veeleisende werk nog komen. De opgraving zelf duurde minder dan drie maanden, maar het duurde 21 jaar om het schip en de meeste vondsten voor te bereiden en te herstellen. Het schip droogde heel langzaam uit voordat het in elkaar werd gezet. Er werd veel nadruk gelegd op het gebruik van het originele hout en voor meer dan 90% bestaat het volledig gereconstrueerde Oseberg-schip uit origineel hout.

In het jaar 834 stierven twee welvarende vrouwen. Het Oseberg-schip werd aan land getrokken en gebruikt als begrafenisschip voor de twee dames. Direct achter de mast van het schip werd een grafkamer gegraven. Binnen waren de muren versierd met fantastische geweven wandtapijten en lagen de dode vrouwen op een verhoogd bed. De vrouwen hadden een aantal grafgiften bij zich. Er waren persoonlijke spullen zoals kleding, schoenen en kammen, scheepsuitrusting, keukenuitrusting, landbouwuitrusting, drie sierlijke sleeën en een werkende slee, een wagen, vijf gebeeldhouwde dierenkoppen, vijf bedden en twee tenten. Er waren vijftien paarden, zes honden en twee kleine koeien.
Onderzoek van de skeletten wees uit dat de oudere vrouw ongeveer 70 tot 80 jaar oud was toen ze stierf, waarschijnlijk aan kanker. De andere vrouw was jonger, iets boven de 50. We weten niet waaraan ze is overleden.

Beiden moeten een bijzondere positie in de gemeenschap hebben gehad om zo'n graf te hebben gekregen. Waren het politieke of religieuze leiders? Wie was de meest prominente persoon in het graf? Was de ene een offer om de andere te vergezellen naar het koninkrijk van de doden? Waren ze verwant? Waar komen ze vandaan? De twee vrouwen uit het verleden blijven een mysterie, maar verder onderzoek kan ons meer vertellen.
Het Oseberg-schip

Voor degene die het Oseberg-schip heeft gebouwd, moet het heel belangrijk zijn geweest om er een bijzonder mooi schip van te maken. Hij of zij gebruikte veel middelen om het schip te laten decoreren. Prachtige dierenversieringen zijn uit de kiel gesneden, onder de waterlijn en omhoog langs de boegstijl, die eindigt in een slangenkop van draaiende spiraal. Zo'n rijk gedecoreerd schip moet toch wel voorbehouden zijn geweest aan bijzondere leden van de aristocratie.
Het Oseberg-schip kon zowel gezeild als geroeid worden. Er zijn 15 roeispaangaten aan elke kant, dus volledig bemand zou het schip 30 roeiers hebben gehad. Er zou ook een man aan de helmstok zijn geweest en een uitkijk in de boeg. De roeispanen zijn gemaakt van grenen. Op enkele ervan zijn sporen van geschilderde decoratie gevonden. Er zijn geen gebruikssporen op de riemen. Misschien zijn ze speciaal gemaakt voor de begrafenis.


Vikingreligie en begrafenisrituelen

De Vikingen hadden veel verschillende religieuze en begrafenisrituelen. Hun geloofssysteem was polytheïstisch en wordt tegenwoordig beschouwd als een 'niet-doctrinaire gemeenschapsreligie' omdat er geen reeks specifieke overtuigingen of rituele praktijken was. Hoewel de gemeenschap als geheel vele goden erkende, konden individuen welke rituelen dan ook uitvoeren en alleen de goden aanbidden die relevant waren voor hun leven of roeping. Hoewel Odin bijvoorbeeld een van de belangrijkste goden was en door alle leden van de gemeenschap werd erkend, werd hij vooral aanbeden door koningen en krijgers. Archeologisch en historisch bewijs van begrafenisrituelen geeft aan dat de Vikingen crematie en inhumatie gebruikten om zich van hun dood, maar de grafconstructie, grafgiften en bewijzen van dierlijke en soms menselijke offers waren behoorlijk gevarieerd.

De Vikingen waren een orale samenleving, dus de mythologische verhalen van hun goden werden pas in de middeleeuwen opgeschreven. Een van de beste bronnen is De Proza Edda door Snorri Sturluson geschreven in de jaren 1220. De Proza Edda bevat verhalen over het Viking-pantheon van goden uit twee families, de Aesir en de Vanir. De Aesir woonde in Asgard en omvatte de belangrijkste goden Odin, Thor en Loki. De Vanir waren vruchtbaarheidsgoden genaamd Njord, Frey en Freyja. Er was eens een oorlog tussen de Æsir, de goden van de lucht, en de Vanir, de landbouwgoden van de aarde, maar ze leefden uiteindelijk in harmonie.

Het meest is bekend over Odin, de koning van de goden, die werd afgebeeld als een oude, eenogige man en een grote tovenaar die zijn favoriete krijgers adviseert en bijstaat.Hij was verantwoordelijk voor het verdedigen van de wereld tijdens de laatste slag van Ragnarok en kreeg de opdracht om de beste krijgers naar zijn hal van de doden, genaamd Valhalla, te brengen. Thor was de zoon van Odin en was de vechtende god van donder en regen. Hij was ook een god van vruchtbaarheid en oorlog, maar adviseerde menselijke krijgers niet zoals Odin deed. Loki was een bedriegergod die problemen veroorzaakte voor Odin en Thor en het vijandige leger tegen hen leidde bij Ragnarok.In De Proza Edda, Snorri beschrijft Ragnarok als een reeks veldslagen en natuurrampen die leidden tot de laatste strijd die culmineerde in de dood van Odin, Thor en Loki.

Odin van Manual of Mythology met dank aan Wikimedia Commons

De Vanir waren de meer traditionele vruchtbaarheidsgoden die overvloed en seksualiteit vertegenwoordigden. Njord was de vader van Frey en Freyja die tweelingbroer en -zus waren. Vikingvrouwen aanbaden Freyja als een godin van liefde, vruchtbaarheid, plezier en huishoudelijke welvaart. Terwijl Njord bekend stond als de god van overvloed en welzijn, werd Frey geassocieerd met plezier en de overvloed van de aarde. Hoewel andere goden en godinnen werden genoemd in de Viking-mythologie, is er geen bewijs gevonden voor hun rol in religieuze praktijken. Deze andere goden hebben misschien een grotere rol gespeeld in de oorspronkelijke orale mythologie, maar hun verhalen zijn waarschijnlijk verloren gegaan vóór het middeleeuwse tijdperk, toen de mythen voor het eerst werden opgeschreven.

Naast de aanbidding van de goden beoefenden de Vikingen voorouderverering. Dode voorouders werden geëerd met voedsel en geschenken. Religieuze gebruiken zoals deze waren een fundamenteel aspect van het dagelijks leven. Andere cult-activiteiten omvatten offers en communicatie met de bovennatuurlijke wereld. Waarzeggerij en tovenarij werden voornamelijk door vrouwen uitgevoerd, maar er zijn minstens vijfenveertig termen in het Oudnoors voor mannelijke en vrouwelijke tovenaars. Er is zowel archeologisch als literair bewijs voor magische praktijken genaamd seidr. In graven zijn tovenarijstaven en andere gereedschappen die bij magische rituelen worden gebruikt, ontdekt. Er zijn ook bedels, amuletten en zelfs de geestverruimende drugs bilzekruid en cannabis gevonden. Seidr had zelfs een plaats in oorlogsvoering en werd gebruikt om ondoordringbare bepantsering en wapens te maken.

Viking-krijgers hielden zich ook bezig met magische gevechtspraktijken. Raadpleging van voortekenen en rituele voorbereidingen werden zorgvuldig gevolgd om succes in de strijd te verzekeren. Wapens waren gemarkeerd met symbolen voor geluk, kracht en moed in de strijd en er werden offers gebracht. Het zwijn, de stier en de hengst waren de offerdieren die werden geassocieerd met strijdmagie.

Dierenoffers en mensenoffers waren een belangrijk onderdeel van seizoensfeesten. Er is een bekend verslag van mensenoffers in Old Uppsala in Zweden door Adam van Bremen uit 1075. In het verslag zegt hij:

“Het offer is van deze aard: van al het levende dat mannelijk is,

ze bieden negen hoofden, vier met het bloed waarvan het gebruikelijk is om

dit soort goden. De lichamen hangen ze in het heilige bos dat eraan grenst

de tempel...Feesten en offers van dit soort worden gevierd voor negen

dagen. Elke dag bieden ze een man aan samen met andere levende wezens in

zo'n aantal dat ze in de loop van de negen dagen zullen hebben gemaakt

offers van tweeënzeventig wezens.”

Het is moeilijk te zeggen of dit verslag van Adam van Bremen helemaal juist is. Sommige details bieden een stereotiep beeld van heidense praktijken, maar andere lijken authentiek. Meer dan waarschijnlijk was het totale aantal offers eenentachtig in plaats van de tweeënzeventig die in het verslag worden vermeld. Rekening houdend met de menselijke offers zou een totaal van negen offers voor elk van de negen dagen aangeven. De offerrituelen in Uppsala vonden plaats aan het begin van de lente en werden waarschijnlijk gemaakt ter ere van Odin om de overwinning in het komende seizoen te brengen. Een andere reden dat Old Uppsala een belangrijke cultusplaats is, is vanwege de drie grote grafheuvels die daar zijn gevonden. In de Viking-mythologie werd gezegd dat als een koning of ziener op een van deze grafheuvels zat, hij wijsheid zou verwerven.

Er lijkt een verschil van mening te bestaan ​​tussen geleerden over wie belangrijke religieuze rituelen heeft uitgevoerd, zoals die in het oude Uppsala. Sommige geleerden denken dat er een klasse van professionele sekteleiders (of "priesters") was, maar andere geleerden stellen dat het bewijs aantoont dat religieuze riten werden uitgevoerd door de plaatselijke heerser, ofwel een koning of een graaf. Literaire verslagen maken melding van de heerser die het offervoedsel zegende en rituele toasts op de goden reciteerde. Andere verslagen vertellen het verhaal van heersers die weigerden de gebruikelijke offerrituelen uit te voeren. Een verhaal van een christelijke Zweedse koning vertelt hoe hij werd verdreven en afgezet door zijn eigen volk toen hij weigerde een offer te brengen. Het feit dat koningen verplicht waren deel te nemen aan religieuze rituelen, brengt sommige geleerden ertoe te theoretiseren dat de Vikingen de praktijk van 'sacraal koningschap' volgden. welvaart brengen aan zijn volk. Hoewel het idee van het sacrale koningschap van de Vikingen slechts een theorie is, lijdt het geen twijfel dat de koning of de plaatselijke graaf een integrale rol speelde in religieuze rituelen.

Naast belangrijke cultusplaatsen zoals het oude Uppsala, vonden aanbidding en offers plaats op vele soorten natuurgebieden. Steencirkels of verhoogde stenen kunnen op heuvels en bosjes worden gebouwd om de religieuze aspecten van de site voor rituele doeleinden te versterken. Vikingen geloofden in het bestaan ​​van vele geesten die op natuurlijke plaatsen woonden. Er is wijdverbreid bewijs van het aanbieden van werktuigen, zwaarden en zelfs menselijke resten in moerassen en veenmoerassen. Dit kunnen offers zijn geweest aan geesten die in het moeras woonden of gewoon een gebruikelijke plaats om aan een god te offeren. Er werden offers gebracht op wat men denkt dat natuurstenen altaren worden genoemd hörgr in literaire bronnen.

Offerrituelen speelden ook een rol in de Viking-mortuariumpraktijken. Vergeleken met andere aspecten van de religieuze praktijken van de Vikingen is er veel meer archeologisch en literair bewijs voor mortuariumrituelen. In een ander werk van Snorri Sturluson getiteld, Heimskringla: Ynglingasaga, hij stelt dat Odin verantwoordelijk was voor het bepalen van Viking-begrafenispraktijken. Het was Odin die erop stond dat mannen op een brandstapel moesten worden verbrand en dat hun as vervolgens moest worden begraven of dat ze naar zee moesten gaan. Bovendien, als een man schatten of andere waardevolle bezittingen begroef, zou hij na zijn dood toegang hebben tot die voorwerpen. Vikingen beoefenden zowel crematie als inhumatie, maar de details van de begrafenissen verschilden enorm. Het is niet duidelijk waarom er zo'n diversiteit is in mortuariumpraktijken, maar het kan te wijten zijn aan lokale tradities of sociale status. Uit de correlaties tussen nederzettingen en begrafenissen blijkt duidelijk dat niet elk lid van een gemeenschap een begrafenis kreeg. Slaven en andere mensen met een lage status zijn misschien verantwoordelijk voor enkele van de ontbrekende begrafenissen, maar zeker niet voor alle.

De discrepantie in de begraafregisters zou erop kunnen wijzen dat sommige mensen werden gecremeerd en dat hun as werd verstrooid in plaats van begraven. Hun stoffelijk overschot kan ook zijn verwijderd door excarnatie. Er zijn kindergraven ontdekt, maar niet genoeg om het geschatte aantal kinderen in een hele gemeenschap te verklaren. Sommige kinderen die als ongeschikt werden beschouwd, zijn mogelijk in de steek gelaten en achtergelaten om te sterven aan blootstelling, wat een lager aantal kinderbegrafenissen zou kunnen verklaren. Er is geen bewijs dat kinderen werden gebruikt om te offeren en in de steek gelaten worden kan zijn gebruikt om eenvoudigweg de bevolking onder controle te houden.

Archeologisch bewijs toont aan dat de meeste Vikinggraven crematies waren. De lichamen werden verbrand en vervolgens werd het graf, de steenhoop of de heuvel eroverheen gehesen. Er zijn veel variaties in de vorm en hoogte van de grafheuvel. De meeste heuvels zijn cirkelvormig en kunnen wel 10 meter hoog zijn. Er wordt gedacht dat voorwerpen die toebehoorden aan de overledene opzettelijk werden gebroken en vervolgens verbrand en bij hun eigenaars werden begraven. Dit is mogelijk gedaan om diefstal door grafrovers te voorkomen, vooral in het geval van zwaarden en messen. Er zijn veel verschillende soorten grafgiften ontdekt. Naast zwaarden en messen waren sieraden, gereedschappen, huishoudelijke gebruiksvoorwerpen, etenswaren en drinken en zelfs meubels veelvoorkomende vondsten. Na de crematie werden menselijke botten, en soms ook dierlijke botten, gesorteerd, schoongemaakt en teruggeplaatst op de brandstapel in een zak, doos of keramische container. Archeologisch bewijs van paalgaten op sommige locaties geeft aan dat er tenminste crematiegraven zijn gemarkeerd.

De ontdekking van paalgaten kan worden verklaard aan de hand van een literair verslag van de begrafenis van een Vikingschip voor een plaatselijk stamhoofd door een Arabische reiziger in de 10e eeuw genaamd Ibn Fadlan. Hij beschrijft het schip dat uit het water wordt gehaald, gevolgd door het bouwen van een heuvel over het schip. Zijn verslag stelt dan dat "ze in het midden een groot stuk berk hebben geplaatst waarop ze de naam van de man en de naam van de koning van de Rus schreven." De naam van de hoofdman is waarschijnlijk in runen op het stuk hout geschreven, maar als het hout is aangetast, blijven alleen de paalgaten over.

Nog andere crematiegraflocaties worden gemarkeerd door staande stenen of groepen stenen die in verschillende vormen zijn ontworpen, zelfs in de vorm van Vikingschepen. Graven gemarkeerd door dergelijke meerdere stenen instellingen bevatten vaak meerdere graven. Er zijn ook meerdere begrafenissen ontdekt in werkelijke scheepsbegrafenissen, vergelijkbaar met die beschreven door Ibn Fadlan. Een van die graven werd ontdekt in Oseberg, Noorwegen in 1904. Het begraven houten schip was zelfs vastgemaakt aan een rotsblok. Dit kan een symbolisch anker voor deze wereld zijn geweest, zodat de inzittenden niet verloren zouden gaan op een reis naar het Koninkrijk der Doden. De inzittenden van de scheepsbegrafenis waren twee vrouwen die nu de Oseberg-dames worden genoemd. De eerste studie van de overblijfselen was in die tijd moeilijk, dus werden ze in 1948 herbegraven in een aluminium kist. De Oseberg-dames werden in 2007 opnieuw opgegraven om verder wetenschappelijk onderzoek te ondergaan. Terwijl onderzoekers in het begin van de 20e eeuw meer konden leren van de grafgiften dan van de vrouwen die ermee werden begraven, hebben recente studies ons veel informatie opgeleverd over de Oseberg-dames zelf. Een vrouw was ongeveer 70 jaar oud en de andere vrouw was ongeveer 50 jaar oud. Toen de site voor het eerst werd opgegraven, dacht men dat de begrafenis een belangrijke of rijke vrouw moest zijn, zoals Äsa, de grootmoeder van de koning die Noorwegen rond 830 na Christus verenigde, vanwege de gevonden grafgiften van hoge kwaliteit. Hoewel de datum juist lijkt te zijn, wijst nieuw bewijs erop dat ten minste één van de vrouwen een Völva of priesteres was. Gezien het feit dat er veel cultobjecten op de site zijn gevonden, zoals een rammelaar en een beurs met cannabiszaden, is de kans groot dat de Oseberg-dames een belangrijke sjamanistische rol in de samenleving hebben gespeeld.

Oseberg Vikingschip met dank aan Wikimedia Commons

Scheepsgraven zoals die bij Oseberg bevatten ook bewijzen van grote aantallen dierenoffers. De Oseberg-site vertoont sporen van twintig onthoofde paarden en andere sites hebben de overblijfselen van gedomesticeerde dieren en exotische vogels zoals uilen en pauwen opgeleverd. Het verslag van Ibn Fadlan vermeldt ook dierenoffers:

'Toen brachten ze twee rijdieren en lieten ze galopperen tot ze begonnen te rennen.'

zweet, sneed ze in stukken en gooide het vlees op het schip. Zij

vervolgens haalden ze twee koeien, die ze ook in stukken sneden en erop gooiden

bord, en een haan en een kip, die zij slachtten en erop wierpen.”

Naast het offeren van dieren is er sterk bewijs voor mensenoffers in Vikinggraven. Terwijl sommige graven de overblijfselen bevatten van meerdere individuen die gewoon familieleden kunnen zijn, bevatten andere sites duidelijk bewijs dat mensen werden opgeofferd om de hoofdbewoner van het graf te vergezellen. Leden van beide geslachten zijn vastgebonden aangetroffen en gedood door onthoofding, steekwonden of ophanging. Opnieuw biedt Ibn Fa'l'n bevestiging van deze praktijk toen hij getuige was van het vrijwillige offer van een jonge slavin die ermee instemde haar meester in de dood te vergezellen:

“Het oude wijf genaamd de "Engel des Doods" legde een touw om haar nek in

zodanig dat de uiteinden elkaar kruisten en het aan twee van de

mannen eraan trekken. Ze kwam naar voren met een breedbladige dolk en begon...

duw het in en uit tussen haar ribben, nu hier, dan daar, terwijl de twee

mannen wurgden haar met het touw tot ze stierf.”

Het verslag van Ibn Fadlan beschrijft ook de tien dagen van voorbereidingen voorafgaand aan de offers en de scheepsbegrafenis. Hij spreekt over de hoofdman die gedurende tien dagen in een tijdelijk graf werd geplaatst, bedekt met een baldakijn, terwijl zijn begrafeniskleding werd gemaakt. Een slaaf, een man of een vrouw, biedt zich vrijwillig aan om samen met de hoofdman te sterven en er wordt goed voor hem gezorgd in de dagen voorafgaand aan het offer. Als er tien dagen zijn verstreken, wordt de hoofdman opgegraven en gekleed in zijn nieuwe begrafeniskleding. Een bank wordt op het schip geplaatst en de hoofdman wordt erop gelegd. Voedsel- en drankoffers worden op het schip geplaatst, gevolgd door de dierenoffers. Uiteindelijk wordt de slavin door zes mannen verkracht voordat ze wordt geofferd. Het schip wordt vervolgens in minder dan een uur volledig verbrand tot as. De heuvel wordt over de overblijfselen gebouwd en het begrafenisritueel is voltooid.

De tien dagen van activiteit voorafgaand aan de crematie gaan gepaard met feesten, drinken en geslachtsgemeenschap. Het lijkt erop dat de hele gemeenschap heeft deelgenomen aan de gewelddadige spektakels van het Viking-begrafenisdrama. Zelfs de dieren werden op een bepaalde manier geofferd en niet zomaar geslacht. Ze leken een 'rol te spelen' in het drama, zoals de paarden die galoppeerden totdat ze zweetten. Bepaalde lichaamsdelen van dieren werden ofwel op de zijkant van het schip of op het dek gegooid, wat wijst op een specifiek gepland ritueel. Er zijn ook aanwijzingen dat het begrafenisdrama af en toe werd voortgezet nadat de crematie en begrafenis waren voltooid. Er zijn aanwijzingen dat de begrafenis van het Oseberg-schip niet volledig werd bedekt door de oorspronkelijke heuvel. In plaats daarvan werd de boeg en de hele voorkant van het schip met de ingang naar de grafkamer onbedekt gelaten. Ervan uitgaande dat dit deel van het schip om een ​​bepaalde reden onbedekt is gelaten, is het waarschijnlijk dat er enkele begrafenisactiviteiten zijn uitgevoerd voordat de heuvel uiteindelijk werd voltooid. Een andere begraafplaats waar een man, een vrouw en dieren oorspronkelijk waren gecremeerd, toonde zelfs bewijs dat de as van de overledene was verwijderd, gescheiden en ritueel herbegraven in nieuwe graven in de buurt.

Bewijs van begrafenisdrama is ook te vinden in Vikingkamerbegrafenissen. Dit waren complexe begrafenissen van hooggeplaatste personen in een speciaal gebouwde ondergrondse kamer. De kamer had de grootte van een kleine vierkante of rechthoekige kamer en was versterkt met houten wanden en een houten spantendak. Net als andere begraafplaatsen werd meestal een heuvel gebouwd over de top van de ondergrondse structuur. Er wordt gedacht dat de overledenen zittend werden begraven, hoewel de houten stoelen verslechterd zijn. De doden waren waarschijnlijk aan de stoelen vastgebonden met dunne ijzeren kettingen om ze op hun plaats te houden. Waarom de doden op deze manier zittend werden begraven, is niet bekend, maar er is een theorie dat het de bewoner toestond om een ​​bepaald gebied, zoals een stad, te 'bewaken'. Grafgiften werden vooraan neergelegd of in de handen van de overledene gelegd, mogelijk voor gebruik in het hiernamaals. Er zijn zelfs wapens ontdekt die zorgvuldig over de lichamen van de doden zijn geplaatst of in de muren van de ondergrondse kamer zijn gestoken. Deze unieke aspecten van kamerbegrafenissen lijken het 'toneel' te vormen voor welk begrafenisdrama dan ook werd uitgevoerd op het moment van internering.

Andere variaties op scheeps- en kamerbegrafenissen zijn ook ontdekt. In 2012 werd op het Estse eiland Saaremaa een dubbele Vikingschipbegrafenis ontdekt, gedateerd rond 750 na Christus. In tegenstelling tot de scheepsbegrafenis met een hoge status van de Oseberg-dames, werden deze twee schepen eenvoudigweg gebruikt als massagraf voor 40 mannelijke krijgers. De site is een uniek voorbeeld van Vikingbegrafenissen omdat er botten van dieren zijn, waarschijnlijk van een begrafenisfeest, maar geen bewijs van typische offerdieren zoals paarden of honden. De enige grafgiften waren de gebroken wapens van de krijgers en alle persoonlijke bezittingen die ze hadden meegebracht. De schepen werden niet opzettelijk begraven zoals de gewoonte was, maar werden in plaats daarvan alleen bedekt met stenen en zand. De overlevenden moesten mogelijk haastig vertrekken en waren niet in staat om het begrafenisritueel te voltooien. Dit is de enige site van deze soort ter wereld.

In tegenstelling tot de prevalentie van kamerbegrafenissen, waren eenvoudige inhumatiegraven vrij zeldzaam. Sommige lichamen werden begraven in lijkwaden of geïmproviseerde doodskisten en zijn gevonden in verschillende posities. Graven die beddengoed bevatten, plaatsten de lichamen vaak in de grond alsof ze sliepen. Er zijn zelfs enkele ongewone graven waar grote stenen over de lichamen van de overledene werden geplaatst alsof ze moesten voorkomen dat ze het graf zouden verlaten. Eenvoudige inhumatiegraven bevatten ook grafgiften, dus het lijken geen traditionele christelijke graven te zijn, hoewel sommige geleerden dit feit betwisten.

Het lijdt geen twijfel dat de Vikingen een grote verscheidenheid aan religieuze en funeraire praktijken hadden. Religieus geloof was een integraal onderdeel van hun dagelijks leven, maar hun rituele praktijken varieerden op basis van lokale gebruiken en persoonlijke behoeften. Hun uitgebreide begrafenisvoorbereidingen en -ceremonies brachten de gemeenschap samen om hun doden te eren en ervoor te zorgen dat in het hiernamaals in hun behoeften werd voorzien. Hoewel hun offerpraktijken ons vandaag de dag misschien ongewoon wreed lijken, moeten ze hebben voldaan aan een belangrijke vereiste in het religieuze geloof van de Vikingen. Hopelijk zal meer archeologisch bewijs licht werpen op de uitgebreide en fascinerende begrafenispraktijken van de Vikingen.

Brink, Stefan en Neil Price, redacteuren. De Vikingwereld. New York: Routledge, 2008.

Cornell University Middle East en Islamic Studies Collection. “Ibn Fadlan en de Rusiyyah.” Vertaald door James E. Montgomery. 1-25. Geraadpleegd op 16 maart 2014. http://www.library.cornell.edu/colldev/mideast/montgo1.pdf

Davidson, HR Ellis. Mythen en symbolen in heidens Europa. Syracuse: Syracuse University Press, 1988

DuBois, Thomas A. Noordse religies in de Vikingtijd. Philadelphia: University of Pennsylvania Press, 1999.

Gräslund, Anne-Sofie. "De materiële cultuur van de Oudnoorse religie." "De Vikingwereld." Bewerkt door Stefan Brink en Neil Price. 249-256. New York: Routledge, 2008.

Hultgard, Anders. "De religie van de Vikingen." “De Vikingwereld.Bewerkt door Stefan Brink en Neil Price. 212-218. New York: Routledge, 2008.

Lindow, Johannes. “Noorse mythologie: een gids voor de goden, helden, rituelen en overtuigingen.”Oxford: Oxford University Press, 2001.

Naess, Ellen Marie Naess. "Vikings' Afterlife Voyage: Oseberg's Elusive Ladies." Wereld Archeologie Magazine.” Nummer 45, februari/maart 2011, jaargang 4 nr. 9. 48-52.

Peets, Jur. "Salme Ship Begrafenissen." Wereld Archeologie Magazine. Uitgave 58 april/mei 2013 Vol. 5 nr. 10. 18-24.

Prijs, Nel. "Sterven en de doden: mortuariumgedrag uit de Vikingtijd." "De Vikingwereld." Bewerkt door Stefan Brink en Neil Price. 257-273.New York: Routledge, 2008.

Prijs, Nel. "Overgaan in poëzie: Mortuariumdrama uit de Vikingtijd en de oorsprong van de Noorse mythologie." Middeleeuwse archeologie. 2010, vol. 54 Nummer 1, blz. 135. 123-156. Geraadpleegd op 16 maart 2014. DOI: 10.1179/174581710X12790370815779

Prijs, Nel. "Tovenarij en circulaire tradities in Oudnoors geloof." "De Vikingwereld." Bewerkt door Stefan Brink en Neil Price. 244-248. New York: Routledge, 2008.

Ross, Margaret Clunies. "De schepping van de Oudnoorse mythologie." "De Vikingwereld." Bewerkt door Stefan Brink en Neil Price. 231-234. New York: Routledge, 2008.

Schjødt, Jens Peter. "De Oudnoorse goden." "De Vikingwereld." Bewerkt door Stefan Brink en Neil Price. 219-222. New York: Routledge, 2008.

Sturluson, Snorri. "De Proza Edda." Vertaald door Jesse L. Byock. Londen: Penguin Classics, 2005.

Sundqvist, Olof. "Cultleiders, heersers en religie." “De Vikingwereld.Bewerkt door Stefan Brink en Neil Price. 223-226. New York: Routledge, 2008.

Universiteit van Wisconsin-Madison. "Adam van Bremen: een fragment uit de" Geschiedenis van de aartsbisschoppen van Hamburg-Bremen die het cultcentrum van de heidense Zweden in Uppsala beschrijven.” Vertaald door Francis J. Tschan. Betreden 18 april 2014,


Viking "krachtpaar"

Nielsen zei dat de man en vrouw in het graf misschien geen man en vrouw waren, maar dat ze duidelijk het lokale 'machtspaar' waren. [Fierce Fighters: 7 Secrets of Viking Seamen]

"Het bijzondere aan deze tombe is dat deze twee mensen, elk in hun eigen graf, in hetzelfde gebouw zijn geplaatst", zei ze. "Ik kan niet zeggen dat het geen broer en zus is, of het zou een man-vrouw-relatie kunnen zijn. Maar deze twee waren zeker degenen die de leiding hadden, de nobelste mensen van de omgeving."

Op een bepaald moment, nadat de eerste man en vrouw waren begraven, werd een tweede man begraven in een graf in een houten structuur die aan het oorspronkelijke graf was toegevoegd. Deze man werd ook begraven met zijn bijl, hoewel het niet zo groot was als de bijl van de oorspronkelijke begrafenis, aldus de onderzoekers.

Nielsen denkt dat de tweede man een familielid of opvolger van de eerste man zou kunnen zijn. 'Hij was beslist een krijger', zei ze. "Beide mannen hadden Deense bijlen gemaakt om te vechten, en beiden waren beslist krijgers."

Het graf in Haarup was anders dan alle andere Vikinggraven in Denemarken en de andere Vikinggraven die op dezelfde plek werden ontdekt, zei ze.

"Dit is uniek - de enige in zijn soort die ik ken," zei Nielsen. "Het is een speciale plek."


Inhoud

De kustlijn van Noorwegen steeg na de ijstijd met het einde van de laatste ijstijd, ongeveer 12.000 voor Christus. De eerste immigratie vond in deze periode plaats, aangezien de Noorse kust goede omstandigheden bood voor zeehondenjacht, visserij en jacht. [3] Ze waren nomadisch en in 9300 voor Christus waren ze al in Magerøya gevestigd. Verhoogd ijs dat zich terugtrekt vanaf 8000 v. Chr. zorgde voor bewoning langs de gehele kustlijn. Het stenen tijdperk bestond uit de Komsa-cultuur in Troms en Finnmark en de Fosna-cultuur verder naar het zuiden. De Nøstvet-cultuur nam het over van de Fosna-cultuur ca. 7000 v. Chr. [4] die zich aanpaste aan een warmer klimaat, wat leidde tot meer bebossing en nieuwe zoogdieren voor de jacht. Het oudste menselijke skelet dat ooit in Noorwegen is ontdekt, werd in 1994 gevonden in ondiep water bij Sogne en is met koolstof gedateerd op 6.600 voor Christus. [5] Ca. 4000 v.Chr. Mensen in het noorden begonnen leistenen gereedschappen, aardewerk, ski's, sleeën en grote huidboten te gebruiken. [6]

De eerste landbouw en daarmee het begin van de Neolithische periode, begon ca. 4000 voor Christus rond de Oslofjord, met de technologie uit het zuiden van Scandinavië. [7] De doorbraak vond plaats tussen 2900 en 2500 voor Christus, toen haver, gerst, varkens, runderen, schapen en geiten algemeen werden en zich tot Alta naar het noorden verspreidden. Deze periode zag ook de komst van de Corded Ware-cultuur, die nieuwe wapens, gereedschappen en een Indo-Europees dialect met zich meebracht, waaruit de Noorse taal zich ontwikkelde. [8]

Nordic Bronstijd (1800-500 voor Christus)

De bronstijd begon in 1800 voor Christus en omvatte innovaties zoals het ploegen van velden met arden, permanente boerderijen met huizen en erven, vooral in de vruchtbare gebieden rond de Oslofjord, Trondheimsfjord, Mjøsa en Jæren. [8] Sommige opbrengsten waren zo hoog dat boeren bont en huiden konden ruilen voor luxe artikelen, vooral met Jutland. [9] Ongeveer 1000 voor Christus arriveerden sprekers van Oeralische talen in het noorden en assimileerden ze met de inheemse bevolking, en werden het Sami-volk. [7] Volgens Ante Aikio [10] werd de vorming van de Sámi-taal voltooid in het meest zuidelijke gebruiksgebied (centraal Scandinavië, Zuid-Sápmi) in 500 na Christus.

Een klimaatverandering met kouder weer begon ongeveer 500 voor Christus. De bossen, die voorheen bestonden uit iepen, linde, essen en eiken, werden vervangen door berken, dennen en sparren. De klimaatveranderingen zorgden er ook voor dat boeren meer constructies gingen bouwen voor onderdak. Kennis van ijzerbewerking werd geïntroduceerd vanuit de Kelten, wat resulteerde in betere wapens en gereedschappen. [9]

Nordic IJzertijd (500 BC-800 AD)

De ijzertijd zorgde voor een eenvoudigere teelt en dus werden nieuwe gebieden ontruimd naarmate de bevolking groeide met de toegenomen oogsten. Er ontstond een nieuwe sociale structuur: als zonen trouwden, bleven ze in hetzelfde huis, zo'n uitgebreide familie was een clan. Ze zouden bescherming bieden tegen andere clans als er conflicten zouden ontstaan, de kwestie zou op een bepaald moment worden beslist ding, een heilige plaats waar alle vrijen uit de omgeving zouden samenkomen en straffen konden bepalen voor misdaden, zoals het betalen van boetes in voedsel. [11]

Vanaf de vorige eeuw vond er een wijdverbreide culturele invloed plaats. De Vikingen pasten letters aan en creëerden hun eigen alfabet, runen. Ook met de Romeinen werd handel gedreven, grotendeels in pelzen en huiden in ruil voor luxe goederen. Sommige Scandinaviërs dienden ook als Romeinse huurlingen. [11] Enkele van de machtigste boeren werden stamhoofden. Ze fungeerden als priesters en accepteerden offers van boeren die weer werden gebruikt om soldaten te betalen, waardoor een hiërarchie ontstond. Zo waren ze in staat om een ​​gebied van verschillende nederzettingen en stammen te regeren. [12]

De macht van de stamhoofden nam toe tijdens de migratieperiode tussen 400 en 550 toen andere Germaanse stammen naar het noorden migreerden en lokale boeren bescherming wilden. Dit resulteerde ook in de bouw van eenvoudige vestingwerken. Zuid-Noorwegen werd in de 6e eeuw getroffen door een plaag, waarbij honderden boerderijen werden ontvolkt. De meeste werden herbevolkt in de 7e eeuw, waarbij ook de bouw van verschillende vissersgehuchten en een hausse in de handel in ijzer en speksteen over de Noordzee plaatsvonden. [12] Sommige stamhoofden waren in staat het grootste deel van de handel te beheersen en groeiden in de loop van de 8e eeuw aan de macht. [13]

De Vikingtijd was een periode van Scandinavische expansie door handel, kolonisatie en invallen. Een van de eerste invallen was tegen Lindisfarne in 793 en wordt beschouwd als het begin van het Vikingtijdperk. [14] Dit was mogelijk door de ontwikkeling van het langschip, geschikt voor reizen over zee, en geavanceerde navigatietechnieken. [15]

Vikingen waren goed uitgerust, hadden een maliënkolderpantser, waren goed getraind en hadden een psychologisch voordeel ten opzichte van christelijke tegenhangers, omdat ze geloofden dat ze naar het Walhalla zouden gaan als ze gedood zouden worden in een gevecht. Naast goud en zilver waren slaven een belangrijk resultaat van de invallen, die als slaven naar de Noorse boerderijen werden gebracht. Terwijl de mannen op zee waren, was het beheer van de boerderij in handen van de vrouwen. [16]

Het gebrek aan geschikte landbouwgrond in West-Noorwegen zorgde ervoor dat Noren naar de dunbevolkte gebieden van Shetland, Orkney, de Faeröer en de Hebriden reisden om te koloniseren, waarvan de laatste het Koninkrijk der Eilanden werd. [15] Noorse Vikingen vestigden zich rond 800 aan de oostkust van Ierland en stichtten de eerste steden van het eiland, waaronder Dublin. Hun komst zorgde ervoor dat de kleine Keltische koningen een bondgenootschap aangingen en tegen 900 hadden ze de Noren verdreven. [17]

In het midden van de 9e eeuw begonnen de grootste leiders van de kleine koninkrijken een grote machtsstrijd. Harald Fairhair begon het proces om Noorwegen te verenigen toen hij een alliantie aanging met de graven van Lade en het land kon verenigen na de beslissende slag bij Hafrsfjord (circa 870-900). [18] Hij zette de basis van een staatsbestuur op met rentmeesters in de belangrijkste voormalige landgoederen van hoofdmannen.

IJsland, toen nog onbewoond, werd aan het einde van de 9e eeuw ontdekt door de Noren. Tegen 930 was het eiland verdeeld onder 400 Noorse stamhoofden. [19]

Håkon de Goede – de zoon van Harald Fairhair – nam de kroon in 930 en vestigde twee grote dingen, vergaderingen waarin de koning de vrije mannen ontmoette om beslissingen te nemen: Gulating voor West-Noorwegen en Frostating voor Trøndelag. Hij richtte ook de ledang op, een op dienstplicht gebaseerd leger. Na zijn dood in 960 brak er oorlog uit tussen de Fairhair-dynastie en de graven van Lade in alliantie met Deense koningen. [20]

Onder leiding van Erik de Rode, een in Noorwegen geboren man, vestigde een groep IJslanders zich in de jaren 980 op Groenland. [21] Erik's zoon, Leif Ericson, ontdekte Newfoundland in ca. 1000, en noemde het Vinland. In tegenstelling tot Groenland werd daar geen permanente nederzetting gevestigd. [18]

Kerstening en de afschaffing van de riten in de Noorse mythologie werden voor het eerst geprobeerd door Olav Tryggvason, maar hij sneuvelde in de Slag bij Svolder in 1000. [22] Olav Haraldsson maakte vanaf 1015 de dingen keurden kerkwetten goed, vernietigden heidense hofjes, bouwden kerken en creëerden een instelling van priesters. Veel stamhoofden vreesden dat kerstening hen van hun macht zou beroven Goðar in het traditionele Noorse heidendom. De twee partijen ontmoetten elkaar in de Slag bij Stiklestad, waar Haraldsson sneuvelde. [23] De kerk verhief Haraldsson tot heiligheid en Nidaros (tegenwoordig Trondheim) werd het christelijke centrum van Noorwegen. [24] Binnen een paar jaar was de Deense heerschappij zo impopulair geworden dat Noorwegen weer verenigd werd. [25]

Van de 1040s tot 1130 was het land in vrede. [26] In 1130 brak een burgeroorlog uit over de troonopvolging, waardoor alle zonen van de koning gezamenlijk konden regeren. Soms waren er perioden van vrede, voordat een mindere zoon zich verbond met een hoofdman en een nieuw conflict begon. Het aartsbisdom Nidaros werd in 1152 opgericht in een poging om de benoeming van koningen te controleren. [27] De kerk moest onvermijdelijk partij kiezen in deze conflicten, waarbij de invloed van de kerk op de koning ook in de burgeroorlogen aan de orde kwam. De oorlogen eindigden in 1217 met de benoeming van Håkon Håkonsson, die duidelijke opvolgingswetten invoerde. [28] Hij slaagde er ook in Groenland en IJsland aan de Noorse heerschappij te onderwerpen. Het IJslandse Gemenebest kwam dus tot een einde nadat de burgeroorlog in het tijdperk van de Sturlungen resulteerde in een pro-Noorse overwinning.

De bevolking nam toe van 150.000 in 1000 tot 400.000 in 1300, wat resulteerde in zowel meer ontginning van land als onderverdeling van boerderijen. Terwijl in de Vikingtijd alle boeren hun eigen land bezaten, was in 1300 zeventig procent van het land eigendom van de koning, de kerk of de aristocratie. Dit was een geleidelijk proces dat plaatsvond omdat boeren in slechte tijden geld leenden en niet konden terugbetalen. Pachters bleven echter altijd vrije mannen en door de grote afstanden en vaak verspreide eigendom genoten ze veel meer vrijheid dan continentale lijfeigenen. In de 13e eeuw ging ongeveer twintig procent van de opbrengst van een boer naar de koning, kerk en landeigenaren. [29]

14e eeuw Bewerken

De 14e eeuw wordt beschreven als de Gouden Eeuw van Noorwegen, met vrede en toename van de handel, vooral met de Britse eilanden, hoewel Duitsland tegen het einde van de eeuw steeds belangrijker werd. Gedurende de Hoge Middeleeuwen vestigde de koning Noorwegen als een soevereine staat met een centraal bestuur en lokale vertegenwoordigers. [30]

In 1349 verspreidde de Zwarte Dood zich naar Noorwegen en binnen een jaar doodde een derde van de bevolking. Latere plagen verminderden de bevolking tot de helft tegen 1400. Veel gemeenschappen werden volledig weggevaagd, wat resulteerde in een overvloed aan land, waardoor boeren konden overschakelen naar meer veeteelt. De verlaging van de belastingen verzwakte de positie van de koning [31] en veel aristocraten verloren de basis voor hun overschot, waardoor sommigen tot boeren werden gereduceerd. Hoge tienden aan de kerk maakten haar machtiger en de aartsbisschop werd lid van de Raad van State. [32]

In de 14e eeuw nam de Hanze de Noorse handel over en vestigde een handelscentrum in Bergen. In 1380 erfde Olaf Haakonsson zowel de Noorse als de Deense tronen, waardoor een unie tussen de twee landen ontstond. [32] In 1397 werd onder Margaretha I de Kalmar Unie opgericht tussen de drie Scandinavische landen. Ze voerde oorlog tegen de Duitsers, wat resulteerde in een handelsblokkade en hogere belastingen op Noren, wat resulteerde in een opstand. De Noorse Raad van State was echter te zwak om uit de vakbond te stappen. [33]

Margaretha voerde een centralisatiebeleid dat onvermijdelijk in het voordeel was van Denemarken, omdat het een grotere bevolking had dan Noorwegen en Zweden samen. [34] Margaret verleende ook handelsprivileges aan de Hanze-kooplieden van Lübeck in Bergen in ruil voor erkenning van haar recht om te regeren, en deze schaden de Noorse economie. De Hanze-kooplieden vormden generaties lang een staat binnen een staat in Bergen. [35] Nog erger waren de piraten, de "Victual Brothers", die drie verwoestende aanvallen op de haven lanceerden (de laatste in 1427). [36]

Noorwegen raakte onder de Oldenburgse dynastie (opgericht in 1448) steeds meer op de achtergrond. Er was één opstand onder Knut Alvsson in 1502. [37] Noren hadden enige genegenheid voor koning Christian II, die meerdere jaren in het land verbleef. Noorwegen nam niet deel aan de gebeurtenissen die leidden tot de Zweedse onafhankelijkheid van Denemarken in de jaren 1520. [38]

In oktober 2018 kondigden Noorse archeologen onder leiding van archeoloog Lars Gustavsen de ontdekking aan van een begraven 20 m lang Gjellestad Vikingschip in de gemeente Halden. Een oude, goed bewaarde Vikingbegraafplaats voor meer dan 1000 jaar werd ontdekt met behulp van gronddoordringende radar. Archeologen hebben met behulp van het radaronderzoek ook ten minste zeven andere voorheen onbekende grafheuvels en de overblijfselen van vijf langhuizen onthuld. [39] [40] [41] [42]

In februari 2020 ontdekten onderzoekers van het Secrets of the Ice-programma een 1500 jaar oude Viking-pijlpunt die dateert uit de Germaanse ijzertijd en opgesloten in een gletsjer in het zuiden van Noorwegen, veroorzaakt door de klimaatverandering in het Jotunheimen-gebergte. De pijlpunt van ijzer werd onthuld met zijn gebarsten houten schacht en een veer, is 17 cm lang en weegt slechts 28 gram. [43] [44] [45] [46]

Zweden kon zich in 1523 terugtrekken uit de Kalmar-unie, waardoor Denemarken-Noorwegen ontstond onder het bewind van een koning in Kopenhagen. Frederik I van Denemarken was voorstander van de Reformatie van Maarten Luther, maar het was niet populair in Noorwegen, waar de kerk de enige nationale instelling was en het land te arm was voor de geestelijkheid om erg corrupt te zijn. Aanvankelijk stemde Frederick ermee in om niet te proberen het protestantisme in Noorwegen te introduceren, maar in 1529 veranderde hij van gedachten. Het Noorse verzet werd geleid door Olav Engelbrektsson, aartsbisschop van Trondheim, die de oude koning Christian II uitnodigde uit zijn ballingschap in Nederland. Christian keerde terug maar zijn leger werd verslagen en Christian bracht de rest van zijn leven in de gevangenis door. Toen Frederick stierf en er een drievoudige successieoorlog uitbrak tussen de aanhangers van zijn oudste zoon Christian (III), zijn jongere katholieke broer Hans en de volgelingen van Christian II. Olaf Engelbrektsson probeerde opnieuw een katholieke Noorse verzetsbeweging te leiden. Christian III zegevierde en Engelbrektsson ging in ballingschap en in 1536/1537 degradeerde Christian Noorwegen van een onafhankelijk koninkrijk tot een marionettenstaat. [47] De Reformatie werd opgelegd in 1537, [32] versterking van de macht van de koning. Alle kerkelijke kostbaarheden werden naar Kopenhagen gestuurd en de veertig procent van het land dat eigendom was van de kerk kwam onder de controle van de koning. Deens werd geïntroduceerd als schrijftaal, hoewel het Noors verschillende dialecten bleef. Er was nu een professioneel bestuur nodig en de macht verschoof van de provinciale adel naar het koninklijk bestuur: districtsstipendiummagistraten werden aangesteld als rechters en de sheriffs werden werknemers van de kroon in plaats van van de plaatselijke adel. In 1572 werd een gouverneur-generaal voor Noorwegen aangesteld met een zetel in het fort Akershus in Oslo. Vanaf de jaren 1620 werden professionele militaire officieren in dienst genomen. [48]

De 17e eeuw zag een reeks oorlogen tussen Denemarken-Noorwegen en Zweden. Tijdens de Kalmar-oorlog tussen 1611 en 1613 werden 8.000 Noorse boeren ingelijfd. Ondanks een gebrek aan training won Denemarken-Noorwegen en liet Zweden zijn aanspraken op het land tussen Tysfjord en Varangerfjord varen. Met de Deense deelname aan de Dertigjarige Oorlog in 1618-1648, werd een nieuw dienstplichtsysteem gecreëerd waarin het land werd onderverdeeld in 6.000 ledg, elk nodig om een ​​soldaat te ondersteunen. [49] Denemarken-Noorwegen verloor de oorlog en werd gedwongen Jämtland en Härjedalen af ​​te staan ​​aan Zweden. De Tweede Noordse Oorlog van 1657 tot 1660 leidde ertoe dat Bohuslän werd afgestaan ​​aan Zweden. De Deense monarchie werd in 1661 een absolutistische en erfelijke monarchie in Noorwegen. [50] Er werd een nieuw administratief systeem ingevoerd. Departementen die per portefeuille waren georganiseerd, werden opgericht in Kopenhagen, terwijl Noorwegen was verdeeld in provincies, elk geleid door een districtsgouverneur, en verder onderverdeeld in baljuwschappen. In het hele land werden ongeveer 1.600 regeringsfunctionarissen aangesteld. [51] Ulrik Fredrik Gyldenløve was de beroemdste onderkoning van Noorwegen (1664-1699). [52]

De bevolking van Noorwegen nam toe van 150.000 in 1500 tot 900.000 in 1800. [51] Tegen 1500 werden de meeste verlaten boerderijen teruggenomen. De periode onder het absolutisme verhoogde het aandeel boeren in eigen bezit van twintig tot vijftig procent, grotendeels door de verkoop van kroonland om de verloren oorlogen te financieren. Crofts werden gebruikelijk in de periode van het absolutisme, vooral in Oost-Noorwegen en Trøndelag, waarbij de kleine boeren overgeleverd waren aan de genade van de boer. [53] In 1800 waren er 48.000 kleine boeren. Vergeleken met Denemarken waren de belastingen in Noorwegen erg laag, meestal op vier tot tien procent van de oogst, hoewel het aantal boerderijen per legd daalde van vier naar twee in de jaren 1670. Bevestiging werd geïntroduceerd in 1736 omdat mensen moesten lezen, het basisonderwijs werd ingevoerd. [54] De Noorse economie verbeterde met de introductie van de door water aangedreven zaag in het begin van de 16e eeuw. Noorwegen had enorme hoeveelheden hout, maar had in de middeleeuwen niet de middelen om veel ervan te exploiteren, omdat er alleen handgereedschap beschikbaar was. De nieuwe zagerijen die in de fjorden verrezen, brachten hierin verandering. In 1544 werd een deal gesloten met Nederland (toen onderdeel van het Heilige Roomse Rijk) en de Nederlanders controleerden de export van Noors hout voor de volgende 150 jaar. Amsterdam is gebouwd op palen uit Noorwegen.Het kappen van bomen werd gedaan in de winter, wanneer werk op de boerderij niet mogelijk was en het gemakkelijk was om de gekapte bomen over de sneeuw naar de rivieren te krijgen. In het voorjaar dreven de stammen langs de rivieren naar de zagerijen aan zee. [55] Halverwege de 16e eeuw was de macht van de Hanze in Bergen gebroken, hoewel Duitse ambachtslieden overbleven, ze moesten de Deense heerschappij aanvaarden. [56] Veel Noren verdienden de kost als matroos op buitenlandse schepen, vooral Nederlandse. De bemanningen aan beide zijden van de Engels-Nederlandse oorlogen bevatten Noren. [57] Noorwegen profiteerde van de vele Europese oorlogen van de 18e eeuw. Als neutrale mogendheid wist het zijn aandeel op de scheepvaartmarkt uit te breiden. Het leverde ook hout aan buitenlandse marines. [58]

De hele periode zag mercantilisme als de basis voor handel, die invoerregels en -tarieven, monopolies en privileges in het hele land met zich meebracht die aan burgers werden verleend. De houtindustrie werd in de 17e eeuw belangrijk door vooral naar Engeland te exporteren. [59] Om ontbossing te voorkomen, sloot een koninklijk besluit in 1688 een groot aantal zagerijen omdat dit vooral boeren met kleine molens trof. Tegen het midden van de 18e eeuw beheersten slechts een handvol handelaren de hele houtindustrie. [60] De mijnbouw nam in de 17e eeuw toe, met als grootste de zilvermijnen in Kongsberg en de kopermijnen in Røros. Visserij bleef een belangrijk inkomen voor boeren langs de kust, maar vanaf de 18e eeuw begon gedroogde kabeljauw te worden gezouten, waardoor vissers zout moesten kopen van handelaren. De eerste belangrijke periode van de Noorse scheepvaart was tussen 1690 en 1710, maar het voordeel ging verloren toen Denemarken-Noorwegen in 1709 de Grote Noordelijke Oorlog inging. Tegen het einde van de eeuw herwon de Noorse scheepvaart echter haar kracht. [61]

Gedurende de hele periode was Bergen de grootste stad van het land. De bevolking van 14.000 in het midden van de 18e eeuw was twee keer zo groot als Christiania (later Oslo) en Trondheim samen. Acht townships met privileges bestonden in 1660 - tegen 1800 was dit toegenomen tot drieëntwintig. Gedurende deze periode werd tot tweederde van het gecontroleerde nationale inkomen van het land naar Kopenhagen overgebracht. [62] In de laatste decennia van de eeuw begon Hans Nielsen Hauge de Haugean-beweging, die het recht eiste om het woord van God vrijelijk te prediken. [63] De Universiteit van Oslo werd opgericht in 1811. [64]

Denemarken-Noorwegen ging in 1807 aan de zijde van Frankrijk de Napoleontische oorlogen in. Dit had een verwoestend effect op de Noorse economie omdat de Royal Navy de export per schip en de import van voedsel belemmerde. Zweden viel het jaar daarop Noorwegen binnen, maar na verschillende Noorse overwinningen werd in 1809 een staakt-het-vuren getekend. [65] Onder druk van Noorse kooplieden werd licentiehandel toegestaan ​​met maïs uit Denemarken naar Oost-Noorwegen in ruil voor Noorse houtexport naar Groot-Brittannië. [66] Na de slag bij Leipzig in 1813, werd Noorwegen bij het op 14 januari 1814 ondertekende Verdrag van Kiel afgestaan ​​aan de koning van Zweden. [67]

Christian Frederik, erfgenaam van de Deense en Noorse kronen, was sinds 1813 gouverneur-generaal van Noorwegen. [67] Hij leidde het Noorse verzet tegen het Verdrag van Kiel en was van plan om de troon op te eisen als de legitieme erfgenaam. Hij reisde naar Trondheim om steun voor zijn persoon te krijgen en verzamelde op 16 februari 1814 in Eidsvoll eenentwintig prominente burgers om zijn plannen te bespreken. Ze verwierpen een nieuwe absolute monarchie en adviseerden hem in plaats daarvan een grondwetgevende vergadering bijeen te roepen om een ​​liberale grondwet op te stellen en de regeringsvorm te bepalen. Vertegenwoordigers van het hele land werden gekozen om elkaar te ontmoeten op Eidsvoll. [68] De 112 leden van de grondwetgevende vergadering kwamen bijeen en sloten, na zes weken van discussie, het werk aan de grondwet van Noorwegen af ​​op 17 mei 1814. De macht zou worden verdeeld tussen de koning - een positie waarin Christian Frederik werd benoemd - en het parlement van Noorwegen. [69] Het Zweedse leger onder kroonprins Carl Johan van Zweden viel eind juli Noorwegen binnen tijdens de wapenstilstandsconventie van Moss op 14 augustus. Noorwegen accepteerde op gelijke voorwaarden een personele unie met Zweden aan te gaan, terwijl Zweden de Noorse grondwet accepteerde en afzonderlijke instellingen in beide staten. Koning Christian Frederik stemde ermee in een buitengewoon parlement bijeen te roepen om de grondwet dienovereenkomstig te herzien, en vervolgens af te treden. Het parlement werd op 7 oktober in Christiania bijeengeroepen en de noodzakelijke wijzigingen werden op 4 november 1814 opgelost. Op dezelfde dag werd koning Karel XIII van Zweden tot koning van Noorwegen gekozen, waarmee de Unie werd opgericht. [70]

De Napoleontische oorlogen brachten Noorwegen in een economische crisis, aangezien bijna alle kooplieden tijdens de blokkade failliet waren gegaan. Herstel was moeilijk vanwege exporttarieven en het land had te maken met hoge inflatie. De Noorse speciedaler werd opgericht als een munteenheid door de Bank van Noorwegen toen deze in 1816 werd opgericht, gefinancierd door een zilverbelasting die tot 1842 duurde. [71] Onder dreiging van een staatsgreep door Carl Johan betaalde Noorwegen met tegenzin de schuld af staat in het Verdrag van Kiel, ondanks het nooit geratificeerd te hebben. De Dag van de Grondwet op 17 mei werd elk jaar een belangrijke politieke bijeenkomst [72] in 1829 nam de Zweedse gouverneur-generaal Baltzar von Platen ontslag nadat hij geweld had gebruikt tegen demonstranten in de Slag om het Plein. [73] De eerste helft van de eeuw werd gedomineerd door de ca. 2000 ambtenaren, [74] omdat er weinig bourgeois en geen aristocratie waren na een besluit van 1821 om de adel af te schaffen. Vanaf de verkiezingen van 1832 werden boeren zich meer bewust van het kiezen van zichzelf, wat resulteerde in een meerderheid van de boeren in het parlement. Dit resulteerde in belastingverlagingen op het platteland en hogere invoertarieven, waardoor de belastingdruk naar de steden verschoof. [75] Ze keurden ook de Wet op de Lokale Comités goed, die vanaf 1838 gekozen gemeenteraden instelde. [76] Culturele expressie van de jaren 1840 tot de jaren 1870 werd gedomineerd door het romantische nationalisme, dat het unieke van Noorwegen benadrukte. [ citaat nodig ]

De textielindustrie begon in de jaren 1840, die werd gevolgd door mechanische werkplaatsen om nieuwe machines te bouwen, aangezien het Britse embargo de invoer van textielmachines belemmerde. [77] Een economische crisis trof het land vanaf 1848, wat ertoe leidde dat Marcus Thran de eerste vakbonden oprichtte en die kwaliteit eiste voor de wet onafhankelijk van sociale klasse. Het parlement nam in de jaren 1840 en 1850 een reeks wetten aan die economische privileges opheffen en de binnenlandse handel versoepelden. [78] Bevolkingstoename dwong de ontginning van nieuw land, hoewel een deel van de groei in de steden plaatsvond. De bevolking van Christiania bereikte 40.000 in 1855. [79] In 1865 bereikte de bevolking 1,7 miljoen. De grote toename werd grotendeels veroorzaakt door betere voeding van haring en aardappelen, een scherpe daling van de kindersterfte en verhoogde hygiëne. [76] De emigratie naar Noord-Amerika begon in 1825, met de eerste massale emigratie die begon in de jaren 1860. In 1930 waren 800.000 mensen geëmigreerd, de meerderheid vestigde zich in het Midwesten van de Verenigde Staten. [79]

Door de bevolkingsafname ontstond er een tekort aan arbeidskrachten in de landbouw, wat weer resulteerde in een toenemend gebruik van machines en dus kapitaal. De overheid stimuleerde het proces door de oprichting van de Hypotheekbank in 1851 en de Staatslandbouwschool acht jaar later. [80] De 19e eeuw zag een grote toename van wegenbouw en stoomschipdiensten begonnen langs de kust. De eerste spoorlijn, de Trunk Line tussen Christiania en Eidsvoll, werd in 1854 geopend, een jaar later gevolgd door de eerste telegraaflijn. De exportindustrie begon in de jaren 1860 met door stoom aangedreven zagerijen, gevolgd door haring in blik, houtpulp en cellulose. Van 1850 tot 1880 maakte de Noorse scheepvaartindustrie een grote bloei door, gestimuleerd door de afschaffing van de British Navigation Acts. In 1880 waren er 60.000 Noorse zeelieden en had het land de op twee na grootste koopvaardij ter wereld. [81] Als de eerste spoorlijn van kust tot kust verbond de Røros-lijn de hoofdstad in 1877 met Trondheim. [82] Noorwegen trad in 1875 toe tot de Scandinavische Monetaire Unie en introduceerde de Noorse kroon met een gouden standaard, [83] samen met het metrieke stelsel dat wordt ingevoerd. [84]

Vanaf 1869 werden jaarlijkse parlementaire zittingen ingevoerd en in 1872 moesten ministers, hoewel een grondwetswijziging, in het parlement bijeenkomen om hun beleid te verdedigen. De koning, hoewel hij geen grondwettelijk recht had om dit te doen, sprak zijn veto uit over de wijziging in drie opeenvolgende parlementen. Bij de verkiezingen van 1882 werden de eerste twee partijen, de liberalen en de conservatieven, verkiesbaar gesteld en vervolgens slaagde de meerderheid erin het kabinet af te zetten. [85] In 1884 benoemde de koning meerderheidsleider Johan Sverdrup tot premier, waarmee hij het parlementarisme als het eerste Europese land vestigde. [86] De Liberale Partij voerde een reeks wettelijke hervormingen door, zoals het verhogen van het stemrecht voor ongeveer de helft van alle mannen, het oplossen van het taalconflict door twee officiële schriftelijke normen vast te stellen, Riksmål en Landsmål, jury's, zeven jaar leerplicht en , [87] als eerste Europese land, algemeen kiesrecht voor mannen in 1889. [88]

De jaren 1880 en 1890 zagen de opkomst van de arbeidersbeweging en vakbonden werden gemeengoed. De Noorse Confederatie van Vakbonden werd opgericht in 1899 en de Noorse Werkgeversfederatie het jaar daarop. [87] De eerste parlementsleden van de Labour Party werden in 1903 gekozen. De vrouwenkwestie werd in de jaren 1880 steeds dominanter en ze kregen geleidelijk toestemming om middelbaar en tertiair onderwijs te volgen. [89] Noorse steun aan de vakbond nam af tegen het einde van de jaren 1890, vooral na de Zweedse afschaffing van de vrijhandelsovereenkomst in 1897 en het ontbreken van een Noorse minister van Buitenlandse Zaken. Onderhandelingen over onafhankelijkheid begonnen, maar waren niet effectief vanwege verschuivende regeringen en de Zweedse oorlogsdreiging. [88]

Nadat het vierpartijenkabinet van Michelsen in 1905 was aangesteld, stemde het parlement voor de oprichting van een Noorse consulaire dienst. Dit werd door de koning verworpen en op 7 juni keurde het parlement unaniem de ontbinding van de vakbond goed. Bij het daaropvolgende ontbindingsreferendum stemden slechts 184 mensen voor een vakbond. De regering bood de Noorse kroon aan aan de Deense prins Carl, die na een volksraadpleging Haakon VII werd. [90] De volgende tien jaar keurde het Parlement een reeks sociale hervormingen goed, zoals ziektegeld, fabrieksinspectie, een werkdag van tien uur en wetten ter bescherming van werknemers. Watervallen voor hydro-elektriciteit werden in deze periode een belangrijke hulpbron en de regering stelde wetten vast om buitenlanders te verhinderen watervallen, mijnen en bossen te beheersen. [91] Grote industriële bedrijven die in deze jaren werden opgericht, waren Elkem, [92] Norsk Hydro en Sydvaranger. [93] De Bergen-lijn werd voltooid in 1909, [82] het Noorse Instituut voor Technologie werd het jaar daarop opgericht [94] en het vrouwenkiesrecht werd in 1913 ingevoerd - als het tweede land ter wereld. [89] Van de jaren 1880 tot de jaren 1920 voerden de Noren een reeks poolexpedities uit. De belangrijkste ontdekkingsreizigers waren Fridtjof Nansen, Roald Amundsen en Otto Sverdrup. De expeditie van Amundsen in 1911 bereikte als eerste de Zuidpool. [95]

Noorwegen voerde vanaf 1905 een neutraliteitsbeleid tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Noorse koopvaardij werd grotendeels gebruikt ter ondersteuning van de Britten, waardoor Noorwegen werd geclassificeerd als de neutrale bondgenoot. De helft van de Noorse vloot werd tot zinken gebracht en 2.000 zeelieden werden gedood door de Duitse Atlantische U-bootcampagne. Sommige kooplieden maakten tijdens de oorlog enorme winsten uit handel en scheepvaart, [96] wat resulteerde in een grotere verdeling tussen de klassen. [97] Het interbellum werd gedomineerd door economische instabiliteit, onder meer veroorzaakt door stakingen, lock-outs en het monetaire beleid, waardoor deflatie de te veel uitgegeven geld tijdens de oorlog compenseerde en daarmee investeringen belemmerde. [98] Vooral vissers werden in de periode hard getroffen, terwijl boeren de marktprijzen handhaafden door middel van het organiseren van regelgeving. De werkloosheid piekte tussen 1931 en 1933 op tien procent. [99] Hoewel de industriële productie tussen 1915 en 1939 met tachtig procent toenam, bleef het aantal banen stabiel. [100] De Noorse School voor Economie werd opgericht in 1936. [101]

Noorwegen had tussen 1918 en 1935 negen regeringen, bijna allemaal minderheden en duurden gemiddeld achttien maanden. De Agrarische Partij werd opgericht in 1920, hoewel in deze periode de steun voor de conservatieven toenam. [102] De Labour Party splitste zich in 1921, waarbij de linkervleugel de Communistische Partij oprichtte. [103] Hoewel ze sterk waren in de jaren twintig, werden ze in de jaren dertig gemarginaliseerd. Een kortstondige Labour-regering regeerde in 1928 [104] maar kreeg pas in 1935 een degelijke parlementaire steun in het kabinet van Nygaardsvold, gebaseerd op een alliantie met de Agrarische Partij. [105] Tijdens de jaren 1920 en 1930 vestigde Noorwegen drie afhankelijkheden, Bouvetøya, Peter I Island en Queen Maud Land, annexeerde Jan Mayen en verzekerde de soevereiniteit van Svalbard via het Svalbard-verdrag. [106] De eerste civiele luchthaven van Noorwegen, Stavanger, werd in 1937 geopend. [107]

Vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog in 1939 handhaafde Noorwegen een strikte neutraliteit. [108] Zowel Groot-Brittannië als Duitsland realiseerden zich dat de strategische locatie beide plannen maakten om Noorwegen binnen te vallen, ongeacht de Noorse oppositie. De Duitsers sloegen als eerste toe en vielen Noorwegen aan op 9 april 1940. Na hevige gevechten met de Noren en Britse troepen, overheerste Duitsland en controleerde Noorwegen tot het einde van de oorlog. Het Duitse doel was om Noorwegen te gebruiken om de toegang tot de Noordzee en de Atlantische Oceaan te controleren en om lucht- en zeestrijdkrachten te stationeren om konvooien van Groot-Brittannië naar de USSR tegen te houden.

Regering in ballingschap Bewerken

De regering in ballingschap, inclusief de koninklijke familie, vluchtte naar Londen. De politiek werd opgeschort en de regering coördineerde de actie met de geallieerden, behield de controle over een wereldwijde diplomatieke en consulaire dienst en exploiteerde de enorme Noorse koopvaardij. Het organiseerde en hield toezicht op het verzet in Noorwegen. Een langetermijneffect was het opgeven van een traditioneel Scandinavisch neutraliteitsbeleid. Noorwegen werd in 1949 een van de oprichters van de NAVO. [109] Noorwegen had aan het begin van de oorlog de op drie na grootste koopvaardijvloot ter wereld, met 4,8 miljoen ton, inclusief een vijfde van 's werelds olietankers. De Duitsers veroverden ongeveer 20% van de vloot, maar de rest, ongeveer 1000 schepen, werd door de regering overgenomen. Hoewel de helft van de schepen tot zinken werd gebracht, betaalden de inkomsten de kosten van de regering. [110] [111]

Quisling-regime

Vidkun Quisling riep zichzelf uit tot premier en benoemde een regering met leden van de Nationale Eenheidspartij. [112] Hij werd snel aan de kant gezet en vervangen door Josef Terboven, maar werd in 1942 hersteld. De Noorse campagne ging door in Noord-Noorwegen en de regering vluchtte op 7 juni naar Londen. [113] De Duitse bezetting resulteerde in een brutalisering van de samenleving en 30.000 mensen werden gevangengezet. [114] 55.000 mensen sloten zich aan bij de Nationale Eenheidspartij, die de enige legale partij werd. Maar het nazificatieproces mislukte nadat het Hooggerechtshof aftrad en zowel de georganiseerde sport als de bisschoppen het nieuwe regime boycotten. [115] Er werd een verzetsbeweging opgericht die vanaf 1943 vanuit Londen werd gecoördineerd. [116] Stokker meldt dat vijandige humor tegen de Duitsers hielp om het moreel op peil te houden en een muur op te bouwen tegen collaboratie. Grappen deden de ronde druipen van minachting voor de onderdrukkers, spot met de nazi-ideologie, benadrukten de wreedheid van de nazi's en bespotten hun opgeblazen zelfbeeld. Mensen op straat vroegen: "Weet je het verschil tussen de nazi's en een emmer mest? De emmer." In Post Office-regels legden ze uit: "Het gerucht gaat dat we nieuwe postzegels krijgen met de gelijkenis van Quisling, maar de distributie is vertraagd omdat niemand weet aan welke kant hij moet spugen." De grappen werkten om de Noren voor te lichten over de bezetting en om een ​​gevoel van solidariteit aan te wakkeren. [117] Ten tijde van de Duitse capitulatie op 8 mei 1945 waren er 360.000 Duitse soldaten in het land. [118]

1945-1950 Bewerken

Na de Tweede Wereldoorlog vond in Noorwegen een juridische zuivering plaats waarbij 53.000 mensen werden veroordeeld voor verraad en 25 werden geëxecuteerd. [118] De naoorlogse jaren zagen een toegenomen belangstelling voor Scandinavisme, wat resulteerde in Scandinavian Airlines System in 1946, de Nordic Council in 1952 [119] en de Nordic Passport Union [120] samen met de introductie van het metrieke stelsel. [84] De wederopbouw na de oorlog gaf Noorwegen de hoogste economische groei in Europa tot 1950, deels tot stand gekomen door rantsoenering van de particuliere consumptie waardoor hogere industriële investeringen mogelijk waren. De PvdA behield gedurende de hele periode de macht en voerde een beleid van openbare planning. [121] De Universiteit van Bergen werd opgericht in 1946. [122] In de jaren vijftig nam de bouw van hydro-elektriciteit een hoge vlucht [123] en de staat bouwde de staalfabriek Norsk Jernverk en twee aluminiumfabrieken. [124] Staatsbanken zoals de Staatshuisvestingsbank, het Staatsfonds voor onderwijsleningen en Postbanken zorgden voor controle door de overheid over particuliere schulden. Oslo was gastheer van de Olympische Winterspelen van 1952. [125]

Noorwegen behield zijn neutraliteitsbeleid tot 1947, met de nadruk op zijn lidmaatschap van de Verenigde Naties [126] waar Trygve Lie de eerste secretaris-generaal was geworden. [127] Er was toen echter geen animo voor de VN. [128] Het anticommunisme groeide met een Sovjetvoorstel voor gezamenlijke controle over Spitsbergen en vooral na de Tsjechoslowaakse staatsgreep van 1948, waarna de Communistische Partij alle invloed verloor. [126] Noorwegen begon onderhandelingen voor de oprichting van een Scandinavische defensie-unie, maar koos er in plaats daarvan voor om een ​​van de oprichters te worden van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Noorwegen heeft echter nooit permanent gestationeerde buitenlandse troepen of kernwapens op Noorse bodem toegestaan ​​om de Sovjet-Unie, waarmee Noorwegen vanaf 1944 een landgrens deelde, te ontwijken. [129] De NAVO financierde grote delen van de Noorse militaire investeringen, wat uiteindelijk resulteerde in de bouw van talrijke luchthavens in de jaren vijftig en zestig. [130]

Marshallplan bewerken

Noorwegen trad in 1947 toe tot het Marshallplan ("ERP") en ontving US $ 400 miljoen aan Amerikaanse steun. [121] Gezien de zakelijke achtergrond van de Amerikaanse leiders van het Marshallplan, stelde hun bereidheid om samen te werken met de ERP-raad van de Noorse Labourregering het conservatieve Noorse bedrijfsleven teleur. Het werd vertegenwoordigd door de belangrijkste bedrijfsorganisaties, de Norges Industriforbund en de Norsk Arbeidsgiverforening. Hoewel de Noorse bedrijfsleiders terughoudend waren om met de overheid samen te werken, erkenden ze ook de gevaren van de schijnbare belemmering van de uitvoering van het Marshallplan. De Amerikaanse aanvaarding van een rol voor de overheid in economische planning weerspiegelde hun hervormingsgezinde New Deal-oriëntatie. De mogelijkheden voor bemiddeling tussen conservatieve Noorse zakelijke belangen en de regering die ontstonden tijdens de uitvoering van het Marshallplan hielpen een basis te leggen voor de opkomst van het Noorse corporatisme in de jaren vijftig.[131]

1950 tot 1972 Bewerken

De verkoop van auto's werd in oktober 1960 gedereguleerd en in hetzelfde jaar introduceerde de Norwegian Broadcasting Corporation de eerste Noorse televisie-uitzendingen. [132] Noorwegen vreesde concurrentie van de Zweedse industrie en de Deense landbouw en koos ervoor om zich pas in 1960 aan te sluiten bij een vrijhandelsorganisatie, toen het lid werd van de Europese Vrijhandelsassociatie. [133] Gedurende de naoorlogse periode werden zowel de visserij als de landbouw meer gemechaniseerd, de landbouwsubsidies stegen tot de op twee na hoogste ter wereld en het aantal kleinschalige boerderijen en vissers daalde dramatisch. [134] De Socialistische Volkspartij werd in 1961 opgericht door voormalige Labour-politici die het niet eens waren met het NAVO-, nucleaire en Europese beleid van de Labourpartij. [119] Na de Kings Bay-affaire regeerde het rechtse Lyngs-kabinet een maand lang. [135] De rechtse coalitie Borten's kabinet won de verkiezingen van 1965, bleef zes jaar zitten en begon een trend van verschuiving van Labour- en rechtse regeringen. [136] Norwegianisering van Sami's stopte na de oorlog en Sami-rechten werden een steeds groter probleem, met een raad die in 1964 werd opgericht. [137]

Met de voltooiing van de Nordland-lijn naar Bodø in 1962 werd de aanleg van nieuwe spoorlijnen afgesloten [82], terwijl het eerste deel van de metro van Oslo in 1966 werd geopend. [138] Na de oorlog werd geleidelijk een socialezekerheidsnet ingevoerd, met kinderbijslag. geïntroduceerd in 1946 en de Social Care Act geïntroduceerd in 1964. [125] De jaren zestig zagen goede tijden voor de zware industrie en Noorwegen werd Europa's grootste exporteur van aluminium en 's werelds grootste exporteur van ijzerlegeringen. [132] De Universiteit van Trondheim en de Universiteit van Tromsø werden beide geopend in 1968, een jaar voordat een netwerk van regionale hogescholen werd geopend. Beïnvloed door de Amerikaanse cultuur en soortgelijke acties in het buitenland, ontketenden jongeren en studenten opschudding tegen culturele normen. [139] In de jaren zestig kwam er meer aandacht voor milieuactivisme, vooral door activisme, gebaseerd op de steeds meer omschakeling van watervallen in waterkrachtcentrales, vervuiling en de verslechtering van de haringbestanden. Rondane National Park werd in 1962 als het eerste van het land aangelegd en het Ministerie van Milieu was het eerste ter wereld toen het in 1972 werd opgericht. [140] Eind jaren zestig werd in West- en Noord-Noorwegen een netwerk van regionale luchthavens aangelegd en begin jaren 70. [141] Het lidmaatschap van de Europese Economische Gemeenschap werd in 1972 in een referendum afgewezen. [142]

Prospectie in de Noordzee begon in 1966 en in 1969 vond Phillips Petroleum olie in het Ekofisk-veld, dat tot de tien grootste velden ter wereld bleek te behoren. De exploitatie van de velden werd verdeeld over buitenlandse exploitanten, het staatsbedrijf Statoil, het gedeeltelijk staatsbedrijf Norsk Hydro en Saga Petroleum. Ekofisk kreeg in 1977 een grote klapband en 123 mensen kwamen om toen de accommodatie-installatie Alexander Kielland in 1980 kapseisde [143]. Deze incidenten leidden tot strengere veiligheidsvoorschriften voor petroleum. De olie-industrie creëerde niet alleen banen in de productie, maar er werden ook een groot aantal toeleverings- en technologiebedrijven opgericht. Stavanger werd het centrum van deze industrie. Hoge aardoliebelastingen en dividenden van Statoil gaven de overheid hoge inkomsten uit de olie-industrie. [144]

Noorwegen vestigde zijn exclusieve economische zone in de jaren zeventig en kreeg een oppervlakte van 2.000.000 vierkante kilometer (770.000 vierkante mijl). [144] Een reeks grensgeschillen volgde op overeenkomsten die werden bereikt met Denemarken en IJsland in de jaren negentig, [145] maar de grens in de Barentszzee werd pas in 2010 overeengekomen. [146] Tussen 1973 en 1981 werd het land geregeerd door de Labour Party, die een reeks hervormingen heeft doorgevoerd, zoals een nieuw schoolsysteem. Boeren kregen meer subsidies en vanaf 1974 mochten vrouwen boerderijen erven. [145] Abortus op verzoek werd in 1978 gelegaliseerd. [147] Leningen gegarandeerd in toekomstige olie-inkomsten stelden Noorwegen in staat om halverwege de jaren zeventig een recessie te vermijden. Maar door de hoge lonen in 1977 was de Noorse industrie niet meer concurrerend en waren er forse bezuinigingen op de publieke en private uitgaven. [148] Viskweek werd een nieuwe, winstgevende industrie langs de kust. [149]

Eind jaren zestig ontstond een immigratieoverschot, grotendeels uit West-Europa en de Verenigde Staten – vanaf de jaren zeventig steeds meer expertise op het gebied van olie. In die periode nam ook de immigratie van ongeschoolde arbeidskrachten uit ontwikkelingslanden, met name Pakistan, toe, hoewel de regelgeving vanaf 1975 dit aanzienlijk vertraagde. Oslo werd het middelpunt van immigratie. [148] De Alta-controverse begon in de jaren zeventig toen Statkraft van plan was de Alta-rivier af te dammen. De zaak bracht de milieu- en Sami-belangengroepen bij elkaar, hoewel de Alta Power Station werd gebouwd, veranderde de kwestie het politieke klimaat en maakte het een grootschalig hydro-elektriciteitsproject moeilijk om te bouwen. Het Sami-parlement werd opgericht in 1989. [150]

De Conservatieve Partij won de verkiezingen van 1981 en voerde een grote hervorming van de deregulering door: belastingen werden verlaagd, lokale particuliere radiostations werden toegestaan, kabeltelevisie werd opgericht door particuliere bedrijven, regels voor het lenen van geld werden afgeschaft en buitenlanders mochten effecten kopen. Een economische crisis sloeg toe in 1986 toen buitenlanders Noorse kroon begonnen te verkopen, wat uiteindelijk leidde tot een verhoging van de belastingen en premier Kåre Willoch werd gedwongen af ​​te treden. [151] De Vooruitgangspartij, die zich rechts van de Conservatieven bevindt, brak eind jaren tachtig door. [152] De hoge lonen in de olie-industrie maakten laaggeschoolde productie-industrieën niet meer concurrerend en de Labour Party sloot een aantal openbare industriële bedrijven die grote subsidies ontvingen. [153] In de jaren tachtig verdrievoudigde het aantal mensen met een handicap, grotendeels onder de oudsten in de beroepsbevolking. De misdaadcijfers stegen. [154]

De onderzeese Vardø-tunnel werd geopend in 1982 [155] en sindsdien heeft het land onderzeese tunnels gebouwd om eilandgemeenschappen met het vasteland te verbinden. Vanaf de jaren tachtig voerden de grootste steden tolringen in om nieuwe wegenprojecten te financieren. [ citaat nodig ] Eind jaren tachtig trof Noorwegen een bankencrisis, waardoor de grootste banken, zoals Den Norske Bank, Christiania Bank en Fokus Bank, werden genationaliseerd. [156] Norsk Data, een fabrikant van minicomputers, werd in 1985 het op een na grootste bedrijf van Noorwegen, [157] om in 1993 failliet te gaan. [158] De werkloosheid bereikte recordhoogten in het begin van de jaren negentig. [159]

In 1990 was Noorwegen de grootste olieproducent van Europa en in 1995 was het de op één na grootste olie-exporteur ter wereld. [144] Het lidmaatschap van de Europese Unie werd afgewezen in een referendum in 1994, waarbij Noorwegen in plaats daarvan toetrad tot de Europese Economische Ruimte [160] en later ook tot het Schengengebied. [161] Grote publieke investeringen in de jaren negentig waren een nieuw nationaal ziekenhuis en de luchthaven van Oslo, Gardermoen, verbonden met de hoofdstad met de eerste hogesnelheidslijn van Noorwegen, de Gardermoen-lijn. [159] Een aantal grote overheidsbedrijven, zoals Statoil, Telenor en Kongsberg, werd geprivatiseerd. [156] Lillehammer was gastheer van de Olympische Winterspelen van 1994. [162] Het einde van de Koude Oorlog resulteerde in samenwerking met Rusland en verminderde militaire activiteit. [163]


Bekijk de video: Mysterious Viking boat graves found in mid-Norway (Mei 2022).