Geschiedenis Podcasts

Tijdlijn van Apsaras en Gandharvas

Tijdlijn van Apsaras en Gandharvas


We are searching data for your request:

Forums and discussions:
Manuals and reference books:
Data from registers:
Wait the end of the search in all databases.
Upon completion, a link will appear to access the found materials.


Gandharva

In het hindoeïsme, boeddhisme en jaïnisme, Gandharva is een klasse van hemelse wezens wiens mannen goddelijke zangers zijn en vrouwen goddelijke dansers. Het is ook een term voor ervaren zangers in Indiase klassieke muziek.


1 antwoord 1

Wat is het verschil tussen Yaksha's en Gandharva's?

Het belangrijkste verschil is hun oorsprong. Puranas beschrijft het oorsprongsverhaal van Yaksha's:

Vishnu Purana - Vervolgens werd door heer Brahma, in een vorm samengesteld uit de kwaliteit van rajas, honger voortgebracht, waaruit woede werd geboren: en de god bracht in duisternis wezens voort die uitgemergeld waren van honger, van afschuwelijke aspecten en met lange baarden. Die wezens haastten zich naar heer Brahma. Sommigen van hen riepen, "Bescherm ons", en werden vandaar Rákshasa's genoemd. Anderen die schreeuwden: "Laten we eten!", werden Yaksha's genoemd.

Een ander verhaal in de Bhagavata Purana zegt dat Yaksha's werden gecreëerd door Brahma vóór Rakshasa's. De Yaksha's wilden toen Brahma eten, dus Brahma riep: "Bescherm mij!", en daaruit creëerde hij Rakshasa's die hem beschermden. In het woord "rakshasa" staat het woord "raksha", wat "beschermen" betekent. Yaksha betekent 'aanhalingsteken'.

Dus uit deze en andere verzen kunnen we zien dat Rakshasa's en Yaksha's nauw verwant zijn.

Gandharva's hebben een andere oorsprong zoals later vermeld in dezelfde Vishnu Purana:

De Gandharva's werden vervolgens geboren, melodieën in zich opnemend: drinkend van de godin van de spraak, werden ze geboren, en vandaar hun benaming.

Gandharva omvat hier ook Apsara's, aangezien Gandharva's en Apsara's in feite de mannelijke en vrouwelijke tegenhanger van elkaar zijn. Gandharva's en Apsara's zijn erg knap. Gandharvas zijn de echtgenoten van Apsaras:

Atharva Veda - De Apsara's, weet je, zijn je vrouwen. Jij, de Gandharva's, zijn hun echtgenoten. Snel weg, jullie onsterfelijken, ga niet achter stervelingen (mensen) aan!

Ze staan ​​bekend om hun promiscue levensstijl, en daarom is de "gandharva vivaha (liefdeshuwelijk)" naar hen vernoemd.

Een andere beschrijving van Yaksha's:

Vishnu Purana - Glorie aan Heer Vishnu, die de Yaksha's zijn, wiens natuur gecharmeerd is van geluiden, en wiens frivole harten perfecte kennis niet kan doordringen.

Ik heb gelezen dat Gandharva's gerelateerd zijn aan muziek en Yaksha's gerelateerd zijn aan de natuur.

Juist. Yaksha's leven graag in bossen.

Zijn beide goddelijk? Half goddelijk? Hemel?

Het zijn allemaal hemelse wezens. Yaksha's en Gandharva's zijn niet-oorlogszuchtige, materialistische, hemelse wezens:

Manusmriti 12.47 - Gandharvas, Guhyakas, 'Yakṣas,' de dienaren van de goden, en al de... Apsara's, vertegenwoordigen de hoge staat onder degenen die deelnemen aan 'Rajas'.

Rakshasa's aan de andere kant, hoewel ze vaak gepaard gaan met Yaksha's, zijn bloeddorstig en zeer gewelddadig.

Manusmriti 12.44 - Cāraṇas, Suparṇas, hypocriete mannen, Rākṣas, en Piśācas - vertegenwoordigen de hoogste staat onder degenen die deelnemen aan de kwaliteit van 'Tamas.’

Eer aan Heer Vishnu, die alle Rakshasa's zijn, die 's nachts wandelen, voortgekomen uit de kwaliteit van tamas, woest, frauduleus en wreed.

Het belangrijkste verschil tussen Yaksha's en Gandharva's is dus oorsprong en fysieke verschijning. De belangrijkste overeenkomst is dat ze rajasisch zijn en deelnemen aan materiële genoegens en niet strijdlustig zijn.


Inhoud

Kaart van "Gandharva Territories voornamelijk genoemd in Mahabharata"

Gandharva's worden maar liefst 505 keer genoemd in het epische Mahabharata. De 27 stammen van de Gandharva's en Apsara's werden genoemd bij (2,11).

Vermelding van Gandharva-gebieden

Himalaya-regio

De Himalaya wordt toegejuicht en vereerd door de Deva's en de Gandharva's, en leek bedekt te zijn met Vedische schoonheid. (13,14). Er was een piek genaamd Munjaban op de toppen van het Himalaya gebergte. Gandharva's leven daar met andere stammen. Marutta's goudmijn was er (14,8). De Gandharva's, de Yaksha's en de Siddha's waren er in overvloed en in het noorden (5111). Een kleine populatie van "Gandhava" wordt nog steeds gevonden in het midden en westelijke deel van Nepal, vooral in het Kaski-district. Deze mensen spelen "SARANGI" en vermaken en vermaken mensen op festivals. Ze zingen liedjes en spelen "Sarangi" heel goed.

Langs de Saraswati-rivier

De Rishi's, de Siddha's, de Charana's, de Gandharva's, de Apsara's, de Yaksha's en de Naga's gaan vaak naar Kurukshetra, dat ten zuiden van de Saraswati-rivier en het noorden van de Drishadwati-rivier ligt. (3,83)

Tijdens Bala Rama's pelgrimstocht langs de Saraswati-rivier heeft hij daar veel Gandharva-nederzettingen gezien

Beschrijving van een plaats genaamd Subhumika van Saraswati River'160: De Deva's en de Gandharva's herstellen daar. De Gandharva's en diverse stammen van Apsara's zijn daar samen te zien en de tijd door te brengen zo gelukkig als ze willen. Die plek is het prachtige sportterrein van die Apsara's, daarom is die tirtha aan de uitstekende oever van de Sarasvati Subhumika genaamd. Bala Rama van Madhu's ras, badend in die tirtha. Hij hoorde het geluid van die Gandhrava-liedjes en muziekinstrumenten. Hij zag daar ook veel verblijfplaatsen van Deva's, Gandharva's en Rakshasa's. De zoon van Rohini ging toen naar de heilige plaats genaamd Gandharva Teertha. Daar brengen veel Gandharva's onder leiding van Viswavasu en met ascetische verdienste hun tijd door met dans en liederen van de meest charmante soort.(9,37)

De Aditya's, de Vasu's, de Rudra's, de Sadhya's, de Maruts, de Gandharva's en de Apsara's zijn altijd aanwezig in Pushkara (Pushkar-meer Rajasthan dicht bij Saraswati) (3,82)

Een vermelding van Gandharva's die het Sauvira-koninkrijk (dicht bij de Saraswati-rivier) overvallen, is te vinden op (1141): Arjuna en de andere Pandava-prinsen werden zo machtig dat ze in de strijd de grote Sauvira-koning doodden die een offer had gebracht dat zich over drie jaar uitstrekte, onaangetast door de invallen van de Gandharvas. (1,141)

Langs de rivieren Ganges en Yamuna

Het gebied, nabij de bron van de Ganges, zou door Gandharva's worden bewoond (3,81) De plek waar de Ganges voorbijsnelt, de belangrijkste van de bergen doorklieft die wordt bezocht door Gandharva's en Yaksha's en Rakshasa's en Apsara's, en bewoond door jagers, en Kinnaras, heet Gangadwara (het gat van de Ganges) (3,90). Angaraparna zelf woonde in een bos genaamd Angaraparna aan de oevers van de rivier de Ganges. (1.172) In de tijd van Yayati ontmoetten Nagas, Yaksa's en Gandharva's elkaar op Prayaga (5.120). Arjuna ontmoette enkele Gandharva-stammen (samen met Asura's, Yaksha's, Rakshasa's en Naga's) in het Khandava-bos (in de buurt van de Yamuna-rivier) toen het werd verbrand (1229). In Khandava had Arjuna Gandharva's en Naga's verbijsterd (3159)

Zuidelijke regio's

De oevers van de rivier Narmada wordt beschreven als de geboorteplaats van Yaksha koning Kuvera (Vaisravana), waar zijn vader Visravas, die een wijze was, woonde. Het is ook een gebied van Gandharvas. (3,89). Gokarna (Gokarn, Karnataka) wordt ook genoemd als een plaats van Yakshas en Pisachas, en Kinnaras en de grote Naga's, en Siddhas en Charanas en Gandharvas. (3,85) Dit zou waarschijnlijk de bron kunnen zijn van Yakshagana, een dansvorm die beoefend wordt in Karnataka en het noorden van Kerala.

Gandharva genoemd als een koninkrijk van het oude India (Bharata Varsha)

. de Kasmira's, de Sindhusauviras, de Gandharvasen de Darsaka's, de Abhisara's, de Utula's, de Saivala's en de Valhika's, de Darvis, de Vanavadarva's, de Vataga's, de Amaratha's en de Uraga's. bij (6,9)

Dit zou ook Gandhara Kingdom kunnen betekenen. Maar de opvallende overeenkomst doet vermoeden dat Gandharva's oorspronkelijk Gandhara's waren.

Mensen van Gandhara genoemd als Gandharvas

Er waren veel verwijzingen in Mahabharata waar mensen van het Gandhara-koninkrijk werden genoemd als Gandharvas. Dit was ofwel opzettelijk, ofwel een verwarring van feiten of fouten die in het epos zijn geslopen toen het van generatie op generatie mondeling werd doorgegeven

Sakuni, het hoofd van Gandharas
  • De heerser van de Gandharvas (Sakuni) met zijn zoon werden genoemd op (8,79)
  • De heerser van de Gandharvas (Sakuni), hak het hoofd van Kulinda-koning af (8,85)
  • Hebzuchtig van koninkrijk en vertrouwend op de heerser van de Gandharvas (Sakuni), Duryodhana riep de Pandava's bijeen (8,91)
  • De tweeling (Nakula en Sahadeva) en Satyaki achtervolgden met grote snelheid de koning van de Gandharvas (Sakuni)(8,93)
  • Omringd door een 1000 GandharvasShakuni, die den zoon van Adhiratha zag verslagenen, begaf zich snel naar het kampement. (8,95)
  • Daar de machtige Shakuni, de leider van Gandharvas, van dapperheid niet in staat om verbijsterd te worden, is gedood door Sahadeva (11,24)
  • De machtige koning van de Gandharvas (Sakuni) wordt genoemd bij (9.23)
Sakuni's broers
De mensen van het koninkrijk Gandhara
  • de heroïsche Gandharvas samen met Sakuni met een grote kracht omringd Satyaki en Abhimanyu. (6,58)
  • Vele koningen, onder wie Nagnajit de belangrijkste was, tijdens hun verblijf in Girivraja, evenals de Amvashtha's, de Videha's en de Gandharvas, werden allemaal overwonnen door Karna (7,4)
  • Welke taken moeten worden uitgevoerd door de Yavana's, de Kiratas, de Gandharvas, de China's, de Savara's, de Barbara's, de Sakas, de Tushara's, de Kanka's, de Pathava's, de Andhra's, de Madraka's, de Paundra's, de Pulinda's, de Ramatha's, de Kamvojas'160? (12,64)
  • De Gandharvas, de Sindhu's en de Sauvira's vechten het beste met hun nagels en lansen. (12.100)

Gandarva-koninkrijk beroemd om zijn paarden

De landen die bekend staan ​​om hun paarden waren allemaal gelegen in de noordelijke en noordwestelijke regio's van het oude India

Gandharva-koning Angaraparna vertelt aan Arjuna over een land van Gandhravas dat beroemd was om zijn paarden. Ze werden gebruikt door Deva's en Gandharvas. Ze waren mager van vlees, maar snel en zullen niet snel moe worden. (1.172).

Verspreiding van de epische Mahabharata in de regio van Gandharva

De verspreiding van Mahabharata als een episch gedicht wordt genoemd, heeft ook de regio's van Gandharvas bereikt.

De oorspronkelijke compositie van Mahabharata door Krishna Dwaipayana Vyasa, bestaande uit 24000 verzen, samen met een belichaming van 150 verzen, groeide later in omvang en verspreidde zich naar verschillende regio's, waaronder de regio van Gandharvas. Vyasa's discipel Vaisampayana en de verhalenverteller Ugrasrava Sauti verspreidden het in Aryavarta (Gangatische vlakte). Vyasa's zoon Suka publiceerde het in de regio van Gandharvas, Yakshas en Rakshasas. (1,1)

Tuinen van Chitraratha Gandhrava

Deze tuinen worden op veel plaatsen genoemd (1-70,75,78)

  • Koning Yayati speelde met Apsara Viswachi in de tuinen van Chitraratha (1,75)
  • Asura-priesterdochter Devayani en Asura-koningsdochter Sarmista speelden daar (1,78)

Gandharva's in het koninkrijk Yaksha

Yaksha-koning Vaisravana (Kubera, Kuvera enz. waren zijn andere namen) had zijn koninkrijk in het zuiden van Tibet, rond de Kailas-bergketens van de Himalaya.

Kuvera, de koning van Yakshas, ​​verliet Lanka en werd gevolgd door Gandharva's, Yakshas, ​​Rakshasa's en Kinnara's en ging op de berg wonen Gandhamadana, vanwege een geschil met zijn stiefbroer en Rakshasa-koning Ravana. (3.273)

Verkoelende briesjes stromen door bossen van hoge Mandara's, in de buurt van rivier Alaka en Nandana-tuinen bestaan ​​in het Koninkrijk van de Yaksha's. Daar zingen de Deva's met de Gandharva's, omringd door verschillende stammen van Apsara's, in koortonen van hemelse zoetheid. Misrakesi en Rambha, en Chitrasena, en Suchismita en Charunetra, en Gritachi en Menaka, en Punjikasthala en Viswachi Sahajanya, en Pramlocha en Urvasi en Ira, en Varga en Sauraveyi, en Samichi, en Vududa, en Lata - deze en duizend andere Apsara's en Gandharva's, allemaal goed bedreven in muziek en dans, wonen Kuvera (Vaisrvana) de koning van Yaksha's bij. Zijn paleis is altijd gevuld met de tonen van instrumentale en vocale muziek, evenals met de klanken van dans van verschillende stammen van Gandharva's en Apsara's. De Gandharva's genaamd Kinnara's, en anderen genaamd Naras en vele Yaksha leiders samen met Rakshasa's, Pisachas en Vidyadharas wachten op Kuvera. Honderden Gandharva-leiders, gekleed in hun respectievelijke gewaden zoals Viswavasu, en Haha en Huhu en Tumvuru en Parvatta, en Sailusha (Sailusha wordt ook in Ramayana genoemd. Raghava Rama's broer Bharata versloeg het koninkrijk van Sailusha Gandharva) en Chitrasena bedreven in muziek en ook Chitraratha, - deze en ontelbare Gandharva's aanbidden de koning van Yaksha's. (2,10)

De Yaksha's, de Guhyaka's, de Rakshasa's, de Gandharva's en Apsara's en de Deva met de stier als voertuig, zijn te vinden aan het hof van Yaksha-koning. (2,12). Veel Gandharva's woonden in Alaka, de stad Kuvera. (3.161). Gandhamadana (een berg in de noordelijke Himalaya in Tibet) werd bewoond door Siddha's en Gandharva's (5,64). Yaksha koning Kuvera's leger bestond uit Gandharva's, Deva's en Yaksha's met rode ogen, gouden glans en met enorme lichamen, sterk gebouwd, uitgerust met wapens en zwaarden. (3160). *De Yaksha's van Kuvera aangevoerd door Manibhadra, en vele Gandharva's en Kinnara's genoemd in (13,19). De regio, genaamd Mandakini, van koning Vaisravana, daar wonen de Gandharva's en Yaksha's en Apsara's, ook in Uttara Kuru (13,102)

Gandharvas verbonden met de Deva's

De regio's van Deva's waren verder naar het noorden naar de Yaksha-regio's.

Gandharva's worden genoemd als verbonden met Deva's samen met Sadhyas, Vasus, Rudras en Adityas (1,32). Gandharva's onder Deva-koning Indra werden samen met de Yaksha's, de Naga's en de Rakshasa's vele malen genoemd (5-10,11,12,13,14,15,16,17,18). Maar liefst 42000 Gandharva's dansten vóór Indra (12.222). De Danava's, Rakshasa's, Gandharva's en Naga's en menseneters werden onderworpen door de Deva's (1,65). Agni aan INDRA: Laat deze koning van Gandharvas daar herstellen als thy boodschapper (14,9). (Die Gandharva's naam was Dhritarashtra. Hij moest de boodschap aan koning Marutta bezorgen.) (14,10).

Vergezeld door de Rudra's, de Vasu's, de Aditya's, de Aswins, de hemelse Rishi's, de Gandharva's, de Siddha's en andere hogere orden van wezens, reisde Indra, schitterend gezeten op zijn olifanten met vier slagtanden, Airavata genaamd, over de hele wereld. wereld. (12.226). Varuna, de zoon van Aditi, had vroeger in de regio van Yamuna een Rajasuya-offer uitgevoerd. Nadat hij in de strijd zowel Aryas als Deva's en Gandharva's en Rakshasa's had onderworpen, bracht Varuna zijn grootse offer. Bij het begin van die offers ontstond er een strijd tussen de Deva's en de Danava's. Het was een verschrikkelijke strijd tussen de Kshatriya's. (9,49)

Gandharvas sloot zich ook aan bij Kartikeya de generallisimo van het leger van Deva's (9-45,46)

Gandharva's veroverd door Asura's en Rakshasa's

De Deva's, Arya-koningen, de Gandharva's, de Naga's en de Rakshasa's stonden in vervlogen tijden allemaal onder de heerschappij van Asura-koning Vali. (12.223). De twee Asura's, namelijk Sunda en Upasunda, versloegen de Deva's, de Gandharva's, de Yaksha's, de Naga's, de Rakshasa's en de koningen Aryavarta. (1214). Rakshasa Ravana veroverde de Deva's, de Danava's, de Gandharva's, de Yaksha's en de Kimpurusha's (3.279)

Arjuna's verovering van het Gandharva-territorium

Arjuna bereikte in zijn militaire campagne voor het verzamelen van eerbetoon voor het Rajasuya-offer van Pandava-koning Yudhisthira de noordelijke regio's waar hij de koninkrijken van Kimpurusha's, Guhaka's, Yaksha's en Gandharva's vond

Van Arjuna wordt gezegd dat hij een Gandharva-koninkrijk verovert in de buurt van het Kailas-gebergte in Tibet (2,27)

oversteken van de Witte bergen (sommigen zeggen dat het de bergketens zijn die de Kailasa-piek bevatten, waarvan men denkt dat het de verblijfplaats van Siva is. Deze bergketen staat nu bekend als de Kailas Range in Tibet), onderwierp het land van de Kimpurusha's geregeerd door Durmaputra (ook bekend als Druma, een bondgenoot van de Yaksha-koning Kuvera (2,10)), na een botsing met een grote slachting van Kshatriya's, en bracht de regio onder zijn volledige heerschappij. Nadat hij dat land had teruggebracht, bereikte Arjuna het land genaamd Harataka, geregeerd door de Guhaka's (een klasse van Yaksha's). Door hen te onderwerpen aan een beleid van verzoening, zag de Kuru-prins in die regio die uitstekende meren genaamd Manasa (het Manasa-meer ligt in Tibet dicht bij de Kailas-piek) en verschillende andere meren en tanks die heilig zijn voor de Rishi's. Toen Arjuna bij het meer Manasa was aangekomen, veroverde hij de regio's geregeerd door de Gandharvas die rond de gebieden van Harataka lagen. Hier nam de veroveraar, als eerbetoon van het land, talrijke uitstekende paarden mee, genaamd Tittiri, Kalmasha, Manduka. Arjuna bereikte eindelijk het land van Noord Harivarsha en wilde het veroveren. Daarop zeiden bepaalde grenswachten van enorme lichamen die met dappere harten naar hem toe kwamen: 'O Arjuna, dit land kan nooit door jou worden veroverd. Als je het goede zoekt, keer dan terug. De Uttara Kuru's (zie ook Kuru Kingdom) wonen hier. Er kan hier geen oorlog zijn.'

Pandava's bezoeken de regio van Yakshas en Gandharvas

Pandvas, geleid door de wijze Lomasa, bezoekt de regio van Yakshas en Gandharvas in de hooglanden van de Himalaya

Lomasa zei: 'O koning Yudhisthira, nu heb je de bergen Usiravija, Mainaka en Sweta achtergelaten, evenals de Kala-heuvels, o zoon van Kunti, o afstammeling van Bharata, hier stromen de zeven Ganga's voor je uit. Wil je nu de speelplaats van de Deva's zien, gemarkeerd met hun voetafdrukken, terwijl we de berg Kala zijn gepasseerd. We zullen nu die witte rots beklimmen, de berg Mandara, bewoond door de Yaksha's, Manibhadra en Kuvera, koning van de Yaksha's. O koning, op deze plaats tachtigduizend vloot Gandharvas, en vier keer zoveel Kimpurusha's en Yaksha's van verschillende vormen en vormen, met verschillende wapens, begeleiden Manibhadra, koning van de Yaksha's. In deze streken is hun macht zeer groot. Ze kunnen zonder twijfel zelfs de heer van de Deva's (Indra) van zijn stoel verdrijven. Door hen beschermd en ook bewaakt door de Rakshasa's, zijn deze bergen ontoegankelijk gemaakt. Er zijn felle ministers van Kuvera en zijn Rakshasa-verwanten. De berg Kailasa is zes yojana's hoog. Talloze Deva's en Yaksha's en Rakshasa's en Kinnara's en Naga's en Suparnas en Gandharva's passeren deze weg, in de richting van Kuvera's paleis. (3139)

Pandava's zagen heuvels vol met verschillende mineralen, vol met Vidyadhara's, aan alle kanten bewoond door boswachters en Kinnara's en Kimpurusha's, en Gandharva's (3-144.157)

De Siddha's, de Charana's, de Gandharva's, de Kinnara's en de slangen (Naga's) werden in de Saugadhika bos (3,83)

Bhima op weg naar Saugadhika bos zag veel heuvels bewoond door Yaksha's en Gandharva's (3145). De vrouwen van de Deva's en Gandharva's nemen hun toevlucht tot deze plaats, en de tijd van hun aankomst is nacht. (3150) Bhimasena zag het Saugandhika-meer, in de buurt van de Kailasa-klif. Het was een lotusmeer, bewaakt door de Rakshasa's. En het ontsprong uit de watervallen die grenzen aan de verblijfplaats van Kuvera. Het ligt op de rotsachtige hoogte. Dit meer was het sportgebied van de hooghartige Kuvera, de koning van de Yaksha's. Het stond in hoog aanzien bij de Gandharva's, de Apsara's en de Deva's. Het werd bezocht door de wijzen van de Deva-regio's en de Yaksha's en de Kimpurusha's en de Rakshasa's en de Kinnara's. Er stroomde een rivier in. (3.152)

Op de toppen van de berg zag men verliefde Kimpurusha's met hun minnaars, wederzijds aan elkaar gehecht, evenals vele Gandharva's en Apsara's gekleed in witte zijden gewaden en mooi uitziende Vidyadhara's, met slingers en machtige Naga's, en Suparna's, en Uragas, en anderen . (3.158)

Door de te beklimmen Gandhamadana berg bewoond door Kinnara's, en grote Naga's, en wijzen, en Gandharva's, en Rakshasa's, Bhima zag de stad Kuvera (Alaka), versierd met gouden kristallen paleizen aan alle kanten omgeven door gouden muren met de pracht van alle edelstenen, versierd met tuinen rondom, hoger dan een bergtop, mooi met wallen en torens, en versierd met deuropeningen en poorten en rijen van vaantjes.(3.159)

De oorsprong van Gandharvas

In het Krita-tijdperk waren er noch Deva's, noch Asura's, noch Gandharva's, noch Yaksha's, noch Rakshasa's, noch Naga's. En er werd niet gekocht en verkocht. (3.148).

De geboorten van de Deva's, de Danava's, de Naga's, de Gandharva's, de Apsara's, mannen (Arya's), Yaksha's en Rakshasa's worden vermeld in (1,65). Hier werden ook de namen van enkele van de prominente Gandharva's genoemd. De controleerbaarheid van deze informatie is zeer beperkt.

  • Vrouwen van Kasyapa (zoals Muni, Pradha en Amrita) baarden Gandharvas (12.206)
  • Chitraratha, zoon van Muni
  • Kali (de grondlegger van het Kali-tijdperk), zoon van Muni
  • Ativahu, zoon van Pradha of Amrita
  • Haha, zoon van Pradha of Amrita
  • Huhu, zoon van Pradha of Amrita
  • Tumvuru, zoon van Pradha of Amrita
  • Dochters van Pradha (Alamvusha, Misrakesi, Vidyutparna, Tilottama, Aruna, Rakshita, Rambha, Manorama, Kesini, Suvahu, Surata, Suraja en Supria) - waren allemaal Apsara's.
  • Veel Gandarva's en Apsara's werden ook geboren uit Kapila

Gandharva's en Apsara's

Gandharva's en Apsara's worden genoemd als een enkele groep (1-63,64,120), (2-7,8,9,10) (3-24,42,43,147,165,167.230) (5,44) (7,67) (en vele meer referenties). Dit komt waarschijnlijk omdat Apsara's vrouwelijke Gandharva's waren.

Tumvuru, Bhimasena, Ugrasena, Urnayus, Anagha, Gopati, Dhritarashtra, Suryavarchas, Yugapa, Trinapa, Karshni, Nandi, Chitraratha, Salisirah, Parjanya, Kali, en Narada, Vrihatta, Vrihaka, Karala, Brahmacharin, Vahuguna, Suvarna, Viswavasu, Bhumanyu, Suchandra, Sam en de beroemde stammen van Haha en Huhu werden gezamenlijk genoemd als Gandharvas (1.123) Anuchana en Anavadya, Gunamukhya en Gunavara, Adrika en Soma , Misrakesi en Alambusha, Marichi en Suchika, Vidyutparna en Tilottama en Ambika, Lakshmana, Kshema Devi, Rambha, Manorama, Asita, Suvahu, Supriya, Suvapuh, Pundarika, Sugandha, Surasa, Pramathini, Kamya en Saradwati, en Menaka , Punjikasthala, Ritusthala, Ghritachi, Viswachi, Purvachiti, de beroemde Umlocha, Pramlocha en Urvasi werden beschreven als Apsara's (1.123)

Viswavasu, de Hahas, de Huhus, de Gandharva Chitrasena met andere Gandharva's werden genoemd op (12.199)

Culturele uitwisselingen

Ugrasrava Sauti kende de geschiedenis van mensen (Aryas), serpants (Uragas) en Gandharvas (1,4). De Yaksha's, Rakshasa's, Gandharva's, Pisacha's, Uragas en Danava's bezitten wijsheid en intelligentie en zijn bekend met de geschiedenis van het Kuru-ras. Gandharva Angaraparna beschouwde de oorsprong van Kuru's als van Tapati (een rivier in centraal India, in Maharashtra) (1172)

De Gandharva's genoemd in Mahabharata'

Gandharva Kali

Kali wordt genoemd als een Gandharva bij (1123). Hij wordt samen met zijn metgezel Dwapara] genoemd in (3-58), waar hij zei jaloers te worden op Nishadha-koning Nala (3-59,72,76,78,79). De laatste twee tijdperken van de vier, (nl. Krita Age (1728000 jaar), Treta Age (1296000 Years), Dwapara Age (864000 Years) en Kali Age (432000 Years), genoemd in oude Indiase teksten, werden genoemd naar Dwapara en Kali Andere bronnen beschouwen zowel Kali als Dwapara als Gandharva's (At (1,67) Dwapara wordt gelijkgesteld met Sakuni en Kali met Duryodhana) Bhagavata Purana vermeldt dat Kali een ontmoeting had met Kuru-koning Parikshit.

In de Kalki Purana sterft Kali tegen het einde aan wonden toegebracht door Dharma en Satya Yuga gepersonifieerd.

Gandharva Koning Viswavasu

Deze Gandharva-koning lijkt de oudste van de Gandhravas te zijn. (Zie Angaraparna) (1172). (12.282). Gandharva-koning Viswavasu verwekte een dochter in de Apsara-dame Menaka. Deze dochter werd opgevoed door de wijze Sthulakesha. Haar naam was Pramadwara. (1,8). Hij werd ook genoemd als bediende in het paleis van Yaksha-koning Kuvera (2,10). Raghava Rama ontmoet Gandharva, Viswavasu in de vorm van een Rakshasa in Dandaka bos (3277). De Gandharva Viswavasu was goed bekend met de Vedanta geschriften (12,318)

Gandharva koning Chitrangada en de Kuru koning Chitrangada

Kuru-prins Chitrangada, zoon van Santanu, werd gedood door een Gandharva-koning (1,95). Deze geschiedenis wordt opnieuw gedetailleerd op (1.101): Bhishma installeerde zijn stiefbroer Chitrangada, op de troon van het Kuru-koninkrijk. Chitrangada, de machtige koning van de Gandharva's, benaderde de Kuru-koning Chitrangada voor een ontmoeting. Tussen die Gandharva-koning en de Kuru-koning vond op het veld van Kurukshetra een hevig gevecht plaats dat drie jaar lang aan de oevers van de Saraswati-rivier duurde.

Gandharva Chitrasena

Tumvuru en de Gandharva Chitrasena werden genoemd als vrienden van Arjuna (2-4,5). In het paleis van Deva-koning Indra leerde Arjuna muziek en dans van Chitrasena. Chitrasena leerde de muziek die de laatste hit was, onder de Deva's in die tijd. Arjuna leefde gelukkig in vrede met Chitrasena. En Chitrasena onderwees Arjuna al die tijd in vocale en instrumentale muziek en in dans. Toen zijn vriendschap met Chitrasena echter volledig gerijpt was, leerde hij soms de ongeëvenaarde dans en muziek die onder de Gandharva's werden beoefend. (3-44,45,46)

De kunst van muziek en dans zelf heette de Gandharva Veda (de kennis van de Gandharva's) (3,91). Arjuna leerde deze kennis van Chitrasena. Arjuna woonde in Indra's heilige verblijfplaats met de kinderen van de Gandharva's (3.173). De Gandharva's en de Apsara's waren zeer bedreven in muziek (13,14)

Chitrasena viel Duryodhana aan bij het Dwaita-meer

De soldaten van Duryodhana, die de regio van de Dwaita-meer, op het punt stonden de poorten van het bos binnen te gaan, verschenen een aantal Gandharva's en verboden hen binnen te gaan. De koning van de Gandharva's, vergezeld van zijn volgelingen, was van tevoren daarheen gekomen, uit de verblijfplaats van Kuvera. De koning van de Gandharva's, Chitrasena was ook vergezeld door de verschillende stammen van Apsara's, evenals door de zonen van de Deva's. Met de bedoeling om te sporten, was hij naar die plaats gekomen voor vrolijkheid, en door het te bezetten, had hij het afgesloten voor alle nieuwkomers. (3-238). Duryodhana viel de Gandharva's aan. De boze Chitrasena, hun koning, besloot het Kuru-leger uit te roeien. (3-239). Gandharvas nam Duryodhana en bondgenoten gevangen (3240). Onder bevel van Yudhisthira vocht Arjuna met de Gandrava's. Toen hij zag dat hun koning Chitrasena was, zijn oude vriend, stopte Arjuna met vechten. Gandharvas liet toen Duryodhana los. (3-241.242.243.244). Dit incident wordt opnieuw genoemd bij (3-245,246.247,251) (4-44,49,63) (5-49,54,56,138,159) (7-125,155) (8-9,37,41

Gandharva Tumburu

Tumburu en de Gandharva Chitrasena werden genoemd als vrienden van Arjuna (2-4,5). De Gandharva Tumburu schonk graag honderd paarden aan Yudhisthira als eerbetoon aan Rajasuya. (2,51). De vriend van Arjuna, Tumburu en de Gandharva Chitrasena met zijn ministers, en vele andere Gandharva's en Apsara's, goed bedreven in vocale en instrumentale muziek en in cadans, en Kinnara's ook goed thuis in muzikale maten en bewegingen die hemelse deuntjes zingen in de juiste en charmante stemmen, wachtten op Pandava-koning Yudhisthira (2-4,5)

Gandharva Koning Chitraratha

Chitraratha (1,75), de koning van Gandharvas, de vriend van Indra, gaf vierhonderd paarden die begiftigd waren met de snelheid van de wind aan Yudhisthira als eerbetoon aan Rajasuya. En de Gandharva Tumvuru gaf graag honderd paarden. (2,51), (3,80). De paarden van de rassen Tittiri, Kalmasha en Gandharva, versierd met versieringen, werden door Chitraratha, die in de strijd was verslagen, aan Arjuna gegeven. (2,60). Chitraratha onder de Gandharva's is de belangrijkste (6,34)

Gandharva Angaraparna en Arjuna

Gandharva-koning Angaraparna viel Arjuna aan terwijl hij de rivier de Ganges overstak, die regeerde over een bos met de naam Angaraparna aan de oevers van de Ganges. Deze plaats was dicht bij het Panchala-koninkrijk. (1.172). Arjuna noemt hem een ​​ranger van de lucht. Hij bezat een wagen. De naam Angaraparna betekent: het brandende voertuig. Hij had deze naam sinds hij deze brandende wagen bezat. Hij vertelt aan Arjuna dat het te wijten is aan de wetenschap van het produceren van illusies genaamd Chakshushi dat Gandharva's superieur zijn aan koningen van Aryavarta. Hij gaf ook aan elk van de vijf Pandava's, honderd rossen geboren in het land van de Gandharva's. Hij scheen veel van paarden te weten. In ruil daarvoor nam Angaraparna van Arjuna zijn uitstekende vuurwapen, waarmee hij de strijdwagen van Angaraparna (1172) vernietigde. (Sommigen beweren dat Angaraparna en Chitraratha dezelfde persoon zijn, en plaatsen de referentie (2,60))

Oorlogsvaardigheden van Gandharvas

Veel militaire configuraties die in oorlogsvoering werden gebruikt, waren gebaseerd op de Gandharva-vorm van gevechtsreeksen.

Dhrishtadyumna, die bekend is met de slagvelden van mensen, Deva, Gandharva en Asura, leidt die menigte. (5,54). Bhishma is bekend met alle methoden van militaire uitrusting die gangbaar zijn onder de Deva's, Gandharva's en menselijke koningen. (5,166), (6,19). Kaurava generalissimo Bhishma, zoals elke dag aanbrak, bracht soms de troepen in het menselijke leger, soms in de Deva, soms in de Gandharva en soms in de Asura. (6,20). Abhimanyu, de zoon van Arjuna, paste toen de Gandharva wapen en de illusie die daaruit voortvloeit. Arjuna oefende ascetische boetedoeningen uit en had dat wapen van de Gandharva Tumvuru en anderen gekregen. Met dat wapen bracht Abhimanyu nu zijn vijanden in verwarring. (7,43)

Gandhrarva gewoonte van het huwelijk

Een huwelijk tussen twee geliefden zonder toestemming van de ouders wordt beschouwd als een huwelijk op basis van de gewoonte van Gandharvas. Er zijn in totaal acht soorten huwelijken. Dit zijn Brahma, Daiva, Arsha, Prajapatya, Asura, Gandharva, Rakshasa en Paisacha, de achtste. (1,73)

Wanneer de vader van het meisje, zijn eigen wensen negerend, zijn dochter schenkt aan een persoon die de dochter leuk vindt en die de gevoelens van het meisje beantwoordt, wordt de huwelijksvorm Gandharva genoemd door degenen die bekend zijn met de Veda's. (13,44)

Gandharvis, de vrouwelijke Gandharvas

Lijst van vrouwelijke Gandharva's genoemd in Mahabharata:

  • Een Gandharvi (vrouwelijke Gandharva) is verbonden met paarden (1,65)
  • Een Gandharvi, genaamd Dundubhi wordt genoemd bij (3.274) (Ze nam geboorte als Manthara, de dienaar van Kaikeyi, de vrouw van Dasharatha (3.274)
  • Talloze Gandharvi-meisjes worden gezien in Deva-regio's (12,98)
  • Kichaka vroeg Draupadi of ze een Gandharvi is (4,9)
  • Angaraparna's vrouw werd genoemd als een Gandharvi (1172)
  • Vrouwelijke Gandharva's werden soms Gandharvis en soms Apsara's genoemd. Urvasi was een Apsara. Apsara's waren vrij en onbeperkt in hun partnerkeuze. (3,45)
  • Kadru (moeder van de Naga's) wordt genoemd als de moeder van de Gandharva's (3.229)

Tekenen van Gandharva-aanbidding

Gandharva-geest wordt genoemd bij (3.229). Ze werden ook beschreven als zangers in de regio Deva. *Gandharvas zingt psalmen en steelt zowel het hart als het intellect. (5109). Iemand die wijsheid bezit, moet slingers van waterbloemen, zoals de lotus en dergelijke, aanbieden aan de Gandharva's en Naga's en Yaksha's. (13,98). Gandharva's worden gevonden in de buurt van watertanks (13,58).

Incarnatie mythen

De vijf zeer gezegende Gandharva's waren de zonen van Draupadi (18,4). Dhritarashtra, de koning van de Gandharva's, was de Dhritarashtra, de vader van Duryodhana (18,4). Gandharvi Dundhubhi werd geboren als Manthara (3.274).

Gevarieerde referenties

Gandharva's, van lichamen die laaien als de zon werden gezien Arjuna die op het punt stond naar het grondgebied van Deva's te reizen (3,42)

Mystificatie van Gandharvas

Draupadi verspreidde het gerucht dat ze vijf Gandharva-echtgenoten had aan het hof van Virata om zich veilig te voelen. (Dit is een voorbeeld van de verneveling van de Gandharva-stam) (4-12,14,16,21,22,23,24,25,30,71). Virata's zoon Uttara volgde ook dezelfde strategie (4-43,45) Gandharva's zouden oorlogen bezoeken. Bijvoorbeeld de oorlog tussen Matsyas, Trigatas en Kurus voor het stelen van vee (4-56,58) en ook de Kurukshetra-oorlog ((6,35), vele andere referenties) en belangrijke gebeurtenissen in het epische Mahabharata en Ramayana. Deze lijken puur dramatisch en mythologisch te zijn.

Gandharva en Kurukshetra War

De Asura's en de Daitya's met de Danava's zullen worden verslagen, en de Aditya's, de Vasu's en de Rudra's zullen zegevieren. Indeed, the Devas, and Asuras, and human beings, and Gandharvas, and Snakes, and Rakshasas, will in rage slaughter one another in Kurukshetra War (5,128). Arjuna's bow Gandiva was well known even to the Devas and Gandhravas (1,227) (4,43)

The Rishis, the gods, the Gandharvas, and Apsaras, always worship Siva and his emblem (7,199). Siva sometimes assume the form of a Gandharva (13-14,17). Siva was also surrounded by Kinnaras and Yakshas and Gandharvas and Rakshasas (13-140,146)

Churning the entire universe, a mass of energy was found. That energy is gold. It is for this reason that the Devas and Gandharvas and Uragas and Rakshasas and humans and Pisachas hold it with care. All these beings shine in splendour, with the aid of gold, after converting it into crowns and armlets and diverse kinds of ornaments. (13,83)

The Science of Gandharvas

The science of reasoning, as also the science of words, the science of the Gandharvas, and the four and sixty branches of knowledge known by the name of Kala, the Puranas and the Itihasas were mentioned at (13,104)


Profile [ edit | bron bewerken]

Shin Megami Tensei [ bewerk | bron bewerken]

Shin Megami Tensei IMAGINE [ bewerk | bron bewerken]

Apsaras can be contracted on the Suginami and Shinagawa fields.

Shin Megami Tensei IV [ bewerk | bron bewerken]

Apsaras can be found in the 4th and 5th stratums of Naraku. She can teach Flynn the Media, Dormina and Posumudi skills through her Demon Whisper. Apsaras is needed to fuse David using special fusion.

Apsaras is also the client in the Challenge Quest, Tokyo Bay Mixer. She asks for Vasuki hides so they can make a rope in order for the gods to create the divine wine, Soma, in Tokyo Bay. She is found in Infernal Tokyo's Shinjuku. She is impressed that Flynn defeated two and mentions they'll always need more for the project. The quest can be done multiple times.

Shin Megami Tensei IV Apocalypse [ bewerk | bron bewerken]

Apsaras can be found within Kanda-no-yashiro. She can teach the Diarama, Marin Karin, Posumudi and Mabufu skills during Demon Whisper. Apsaras benefits from learning Ice and healing skills.

Persona 3 [ bewerk | bron bewerken]

Persona 5 [ bewerk | bron bewerken]

Apsaras is the second Persona of the Priestess Arcana and can be found in Madarame's Palace and the Chemdah area of Mementos, with the title "Waterside Nymph." She is the first Persona accessible to the protagonist that learns Media and Elec Wall. When itemized through Electric Chair execution, Apsaras yields the Freeze Boost Skill Card.

DemiKids Light & Dark [ bewerk | bron bewerken]

Apsaras can perform the combo Ice Wing with War Lion, Ice Wind with Sylph and Hurricane with Frezberg. Apsaras also has the power WindProof.


Apsaras Part V – Through The Silk Route To China

Apsaras, the celestial beauties of Devalok as described in Indic and Puranic scriptures gracefully immigrated to China through the ancient Silk Route. These flying Chinese Apsaras, the mythical cosmic creations of Indian origin trekked along with the envoys of Bodhisattva to the Chinese landscape.

Apsaras or Feitian as they are referred to in Chinese are magnificent flying figures seen dancing and playing celestial music in the frieze paintings and sculptures of Buddhist cave sites in China. These sacred floating Apsaras can be seen in the Magao Caves, Yulin Caves, and the Yungana and Longmen Grottoes.

The Chinese Feitian is much similar to the Indian Apsara and is regarded as a Goddess of cloud and water, dwelling in tarns and swamps. She is also said to be the lover of a God named Jiletian. In Buddhist scripture, the Feitian is called the Divine deity of heavenly music, carrying a whiff of aroma. She is also referred to as the fragrant Goddess with a sweet voice. These water nymphs could be seen flying pleasantly and freely below the Bodhi tree.

Thus, Apsara originally made its way from India to China along with Buddhism and was later classified as sacred Buddhist figures.

The propagation of Buddhism from India to neighboring China was initiated between or before the 1st century. The Han Dynasty took Buddhism to China through the Silk Route via the Kushan Empire into the Chinese territory bordering the Tarim basin.

An account in the Mouzi Lihuolun, the classic Chinese Buddhist text, gives credit to Emperor Ming Ti of the Han dynasty for introducing Buddhism in China. Mouzi writes that once emperor Ming dreamt of a God whose body carried the brilliance of the Sun and then he saw God flying around Ming’s palace.

The next day the emperor asked his officials: “What God is this?” Fu Yi, a scholar in his court responded and informed that he had heard that in India there is somebody who has attained the Dao and who is called Buddha. He further added that this God could fly in the air his body had the brilliance of the Sun and finally concluded that He must be the same God the emperor had dreamt of. Thereafter Emperor Ming Ti sent emissaries to India and Buddhism made its entry into China.

Buddhism promoted the concept of Bodhisattva, the branch of Buddhism written mainly in Sanskrit, popularly known as Mahayana Buddhism. The first documented translation of Buddhist scriptures from various Indian languages into Chinese occurred in 148 CE by Parthian, the prince-turned-monk.

The introduction of Mahayana Buddhist teachings further facilitated in adding Indian influence on Chinese art, literature, and culture. Buddhist mythology consisted of tales of the Buddha’s life and information derived from Vedic texts as well as popular Indian folklore.

Along with Buddhist discourse, India had successfully transported the Sanskrit language, Indic myths, legends, epics, Gods, Demi-Gods, Apsaras, Gandharvas, and Rakshasas to China.

With the influence of Buddhism, cave temples were created in Dunhuang and other places. The Mogao Caves in the desert of Northwest China narrate the chronicle of art and Buddhism that started almost more than 1,500 years ago. A UNESCO World Heritage site, a collection of nearly 500 caves are collectively known as the Mogao caves.

These caves are carved in cliffs for about 15 miles in the town of Dunhuang in Gansu province. These grottoes reveal a fortune of sculptures, manuscripts, painted scrolls, and wall paintings dated from the 4th to the 14th century. The first Mogao cave was built in 366 CE, and later dynasties that followed continued to construct caves in Dunhuang for almost a thousand years until the decline of the Silk Route.

Indian Buddhism penetrated through all aspects of Chinese literature, art, poetry, and performing art. Indian dance began to spread to China. Within 2,000 years, Indian dance influenced the Chinese palace and folk dance directly or indirectly.

The modification, adaptation, and integration of Indian Buddhism dance lead to the creation of different styles of Chinese Buddhist dance forms. The Folk Buddhism dance, Tibetan Buddhism dance, Southern Buddhism dance and most importantly the Dunhuang dance draws its inspiration from the frescos of Mogao Caves in Dunhuang. During festivals or temple fairs, there would be rich and colorful Buddhism dance performances.

The Dunhuang wall frescos narrate the growth of Apsara images that developed in Dunhuang caves from the Northern Liang Dynasty to the Tang dynasty. The Dunhuang cave nymphs had long-lasting fame and authority. The Apsara motif was typical in Dunhuang art and almost five thousand pieces of Apsaras were shown on Dunhuang wall paintings.

There are two hundred and forty grottoes depicting dance and music. The frescoes in these caves show four thousand instruments in forty-four groups and three thousand performers, and five hundred groups of bands of all kinds.

The Dunhuang dance can be seen gathering its basics and inspiration from the Dunhuang frescoes. The unique contours of Apsaras- the Divine nymphs of Devalok and Gandharvas-the heavenly musicians as illustrated in the Hindu mythology were introduced by the Buddhist monks and have been expansively depicted in these frescoes.

These Apsaras as depicted in these Chinese frescos stand in the Tribhangi stance or the S-Shape, having its postural relation with the Indian classical dance form of Odissi. In these early fresco paintings, the Apsaras have been shown wearing costumes of Indian origin.

These Apsaras were seen with long hair in barefoot they have seen topless covered with jewelry, armlets, bracelets, and anklets. They wore colored drapes and wrapped free-flowing ribbons around their bodies. The lower part of the body was covered with short knee-length skirts or chinos.

These Apsaras in the cave paintings can be seen as having Greek, Roman, Gandharaian, Persian, Central Asian, and Indian influence. The multi-facet impact on the Chinese Apsaras added unique iconic features to the fresco Apsaras of Dunhuang.

The early Apsara figures illustrated in these caves are usually shown having a v-shape posture with a rigid and cumbersome body. These Apsaras looked much different from their Indian predecessors.

Instead of depicting the idealized female body, the early representations of Apsaras in the Dunhuang mural were muscular.

The Apsara figures during the period of Tang dynasty (618-904 CE) were naturalistic, vivid, and embodied Chinese perception of gorgeousness. Regarded as a high point in Chinese civilization and a golden age of cosmopolitan culture of China the Apsaras portrayed during this period display the pinnacle of Dunhuang art.

In nearly all the five hundred Mogao grottoes, there are more than two hundred caves that have flying Apsaras displaying diverse attitudes, full of spirit and energy. There are some Apsaras leaning against the fence and overlooking while some are free-flying.

There is a depiction of heroic King Kong and also of some gentle and dignified Bodhisattva. Distinct changes can be seen in these Apsaras almost in every dynasty during the thousand-year journey of their creation. All the dynasties had varied flying Apsara images that continued to evolve with the passage of time and history for a thousand years.

The Silk Route was a passage to trade and exchange silk, spices, indigo, precious gems, paper, and many other goods that were equally significant to those times. Besides trade and relocation, this route was also the path through which Buddhism traveled from India and spread throughout Central Asia.

The entry of Buddhism into China from India altered the visage of China. The Chinese landscape transformed forever with the creation of pagodas and monasteries and also with the fascinatingly exclusive airborne Apsaras embellishing them. The Apsaras had successfully made their way through the Silk Route to China.


Inhoud

The origin of 'apsara' is the Sanskrit अप्सरस्, apsaras (in the stem form, which is the dictionary form). NB The stem form ends in 's' as distinct from, e.g. the nominative singular Ramas/Ramaḥ (the deity Ram in Hindi), whose stem form is Rama. The nominative singular form is अप्सरास् apsarās, or अप्सरा: apsarāḥ when standing alone, which becomes अप्सरा apsarā in Hindi, from which in turn the English 'apsara' presumably is derived. Monier-Williams Dictionary gives the etymology as अप् + √सृ, "going in the waters or between the waters of the clouds".

The Rigveda tells of an apsara who is the wife of Gandharva however, the Rigveda also seems to allow for the existence of more than one apsara. [3] The only apsara specifically named is Urvashi. An entire hymn deals with the colloquy between Urvashi and her mortal lover Pururavas. [4] Later Hindu scriptures allow for the existence of numerous apsaras, who act as the handmaidens of Indra or as dancers at his celestial court. [3]

In many of the stories related in the Mahabharata, apsaras appear in important supporting roles. The epic contains several lists of the principal Apsaras, which lists are not always identical. Here is one such list, together with a description of how the celestial dancers appeared to the residents and guests at the court of the gods:

Ghritachi and Menaka and Rambha and Purvachitti and Swayamprabha and Urvashi and Misrakeshi and Dandagauri and Varuthini and Gopali and Sahajanya and Kumbhayoni and Prajagara and Chitrasena and Chitralekha and Saha and Madhuraswana, these and others by thousands, possessed of eyes like lotus leaves, who were employed in enticing the hearts of persons practising rigid austerities, danced there. And possessing slim waists and fair large hips, they began to perform various evolutions, shaking their deep bosoms, and casting their glances around, and exhibiting other attractive attitudes capable of stealing the hearts and resolutions and minds of the spectators. [5]

The Mahabharata documents the exploits of individual apsaras, such as Tilottama, who rescued the world from the rampaging asura brothers Sunda and Upasunda, and Urvashi, who attempted to seduce the hero Arjuna.

A story type or theme appearing over and over again in the Mahabharata is that of an apsara sent to distract a sage or spiritual master from his ascetic practices. One story embodying this theme is that recounted by the epic heroine Shakuntala to explain her own parentage. [6] Once upon a time, the sage Viswamitra generated such intense energy by means of his asceticism that Indra himself became fearful. Deciding that the sage would have to be distracted from his penances, he sent the apsara Menaka to work her charms. Menaka trembled at the thought of angering such a powerful ascetic, but she obeyed the god's order. As she approached Viswamitra, the wind god Vayu tore away her garments. Seeing her thus disrobed, the sage abandoned himself to lust. Nymph and sage engaged in sex for some time, during which Viswamitra's asceticism was put on hold. As a consequence, Menaka gave birth to a daughter, whom she abandoned on the banks of a river. That daughter was Shakuntala herself, the narrator of the story.

Natya Shastra Edit

Natya Shastra, the principal work of dramatic theory for Sanskrit drama, lists the following apsaras: Manjukesi, Sukesi, Misrakesi, Sulochana, Saudamini, Devadatta, Devasena, Manorama, Sudati, Sundari, Vigagdha, Vividha, Budha, Sumala, Santati, Sunanda, Sumukhi, Magadhi, Arjuni, Sarala, Kerala, Dhrti, Nanda, Supuskala, Supuspamala and Kalabha.

Khmer Culture Edit

Apsaras represent an important motif in the stone bas-reliefs of the Angkorian temples in Cambodia (8th–13th centuries AD), however, all-female images are not considered to be apsaras. In harmony with the Indian association of dance with apsaras, Khmer female figures that are dancing or are poised to dance are considered apsaras female figures, depicted individually or in groups, who are standing still and facing forward in the manner of temple guardians or custodians are called devatas. [7]

The bas-reliefs of Angkorian temples have become an inspiration of Khmer classical dance. The indigenous ballet-like performance art of Cambodia is frequently called "Apsara Dance". The dance was created by the Royal Ballet of Cambodia in the mid-20th century under the patronage of Queen Sisowath Kossamak of Cambodia. The role of the apsara is played by a woman, wearing a tight-fitting traditional dress with gilded jewelry and headdress modelled after Angkor bas-reliefs, [8] whose graceful, sinuous gestures are codified to narrate classical myths or religious stories. [9]

Malay Archipelago culture Edit

In the Malay language throughout medieval times, apsaras are also known as 'bidadari', being conflated with the 'vidyadharis' (from Sanskrit word vidhyadhari: vidhya, 'knowledge' dharya, 'having, bearer, or bringer') known as Bidadari in the modern Malay language (surviving in both Indonesian [10] and Malaysian [11] standards), the females of the vidyādharas, another class of celestial beings in Indian mythology. 'Vidyādhara' literally means 'possessed of science or spells', and refers to 'a kind of supernatural being . possessed of magical power' or 'fairy' according to Monier-Williams Dictionary. The bidadaris are heavenly maidens, [10] living in the svargaloka or in celestial palace of Indra, described in Balinese dedari (bidadari or apsara) dance.

Traditionally apsaras are described as celestial maidens living in Indra's heaven (Kaéndran). They are well known for their special task: being sent to earth by Indra to seduce ascetics who by their severe practices may become more powerful than the gods. This theme occurs frequently in Javanese traditions, including the Kakawin Arjunawiwaha, written by mpu Kanwa in 1030 during the reign of a king Airlangga. The story tells that Arjuna, in order to defeat the giant Niwatakawaca, engaged in meditation and asceticism, whereupon Indra sent apsaras to seduce him. Arjuna, however, managed to conquer his lust and then to win the ultimate weapons from the gods to defeat the giant.

Later in the Javanese tradition the apsara was also called Hapsari, ook gekend als Widodari (from Sanskrit word vidyādhari). The Javanese Hindu-Buddhist tradition also influenced Bali. In Balinese dance, the theme of celestial maidens often occurred. Dances such as Sanghyang Dedari en Legong depicted divine maidens in their own way. In the court of Mataram Sultanate the tradition of depicting heavenly maidens in dances still alive and well. The Javanese court dances of Bedhaya portray apsaras.

However, after the adoption of Islam, bidadari is equated with houri, the heavenly maiden mentioned in the Quran, in which God stated that the 'forbidden pearls' of heaven are for those men who have resisted temptation and borne life's trials. Islam spread in the Malay archipelago when Arabic traders came to trade spices with the Malays at that time, Hinduism formed the basis of the Malay culture, but syncretism with the Islamic religion and culture spawned the idea of a Bidadari. It is usually seen as a prized offer to those who lived a lifestyle in service to and pleasing to God after death, the Bidadari was the man's wife or wives, depending on what type of person he was. The worthiness of a man who was offered Bidadari depended upon his holiness: how often he prayed, how much he turned away from the 'outside world', and how little he heeded worldly desires.

Java and Bali, Indonesia Edit

Images of apsaras are found in several temples of ancient Java dating from the era of the Sailendra dynasty to that of the Majapahit empire. The apsara celestial maidens might be found as decorative motifs or also as integral parts of a story in bas-relief. Images of apsaras can be found on Borobudur, Mendut, Prambanan, Plaosan, and Penataran.

At Borobudur apsaras are depicted as divinely beautiful celestial maidens, pictured either in standing or in flying positions, usually holding lotus blossoms, spreading flower petals, or waving celestial clothes as if they were wings enabling them to fly. The temple of Mendut near Borobudur depicted groups of devatas, divine beings flying in heaven, which included apsaras. In the Prambanan temple compound, especially in Vishnu temple, along with the gallery, some images of male devata are found flanked by two apsaras.

Manipur, India Edit

In the ancient Manipur culture of the Meitei people of northeastern India, apsaras are considered as celestial nymphs or hellois as the flying creatures resembling the human female body attracting the male wanderers or any knights who lost their ways in the woods. They were known for their beauty, glamour, magical powers and enchanting supernatural Androphilic Magnetism. They are believed to be seven in number and are the daughters of the sky god or the Soraren deity.

Cambodia Edit

Angkor Wat, the largest Angkor temple (built-in 1113-1150 AD), features both Apsaras en Devata, however, the devata type are the most numerous with more than 1,796 in the present research inventory. [12] Angkor Wat architects employed small apsara images (30–40 cm as seen below) as decorative motifs on pillars and walls. They incorporated larger devata images (all full-body portraits measuring approximately 95–110 cm) more prominently at every level of the temple from the entry pavilion to the tops of the high towers. In 1927, Sappho Marchal published a study cataloging the remarkable diversity of their hair, headdresses, garments, stance, jewelry and decorative flowers, which Marchal concluded were based on actual practices of the Angkor period. Some devatas appear with arms around each other and seem to be greeting the viewer. "The devatas seem to epitomize all the elements of a refined elegance," wrote Marchal. [13]

Champa Edit

Apsaras were also an important motif in the art of Champa, medieval Angkor's neighbour to the east along the coast of what is now central Vietnam. Especially noteworthy are the depictions of apsaras in the Tra Kieu Style of Cham art, a style which flourished in the 10th and 11th centuries AD.

China Edit

Apsaras are often depicted as flying figures in the mural paintings and sculptures of Buddhist cave sites in China such as in the Mogao Caves, Yulin Caves, and the Yungang and Longmen Grottoes. They may also be depicted as dancers or musicians. They are referred to as feitian (飞天) in Chinese.

Fiction Edit

The Asuras also inspired the Askyas Powers of the tabletop roleplay game Gandariah Lords of Arcanas universe. [14]


In Buddhism

EEN Gandharva (Sanskriet) of Gandhabba (Pāli) is one of the lowest-ranking devas in Buddhist theology. They are classed among the Cāturmahārājikakāyika devas, and are subject to the Great King Dhṛtarāṣṭra , Guardian of the East. Beings are reborn among the Gandharvas as a consequence of having practiced the most basic form of ethics (Janavasabha-sutta, DN.18). It was considered embarrassing for a monk to be born in no better birth than that of a gandharva.

Gandharvas can fly through the air, and are known for their skill as musicians. They are connected with trees and flowers, and are described as dwelling in the scents of bark, sap, and blossom. They are among the beings of the wilderness that might disturb a monk meditating alone.

The terms gandharva and yakṣa are sometimes used for the same person yakṣa in these cases is the more general term, including a variety of lower deities.

Among the notable gandharvas are mentioned (in DN.20 and DN.32) Panāda, Opamañña, Naḷa , Cittasena, Rājā. Janesabha is probably the same as Janavasabha, a rebirth of King Bimbisāra of Magadha. Mātali the Gandharva is the charioteer for Śakra.

Timbarū was a chieftain of the gandharvas. There is a romantic story told about the love between his daughter Bhaddā Suriyavaccasā (Sanskrit: Bhadrā Sūryavarcasā) and another gandharva, Pañcasikha (Sanskrit: Pañcaśikha). Pañcasikha fell in love with Suriyavaccasā when he saw her dancing before Śakra, but she was then in love with Sikhandī (or Sikhaddi), son of Mātali the charioteer. Pañcasikha then went to Timbarū's home and played a melody on his lute of beluva-wood, on which he had great skill, and sang a love-song in which he interwove themes about the Buddha and his Arhats.

Later, Śakra prevailed upon Pañcasikha to intercede with the Buddha so that Śakra might have an audience with him. As a reward for Pañcasikha's services, Śakra was able to get Suriyavaccasā, already pleased with Pañcasikha's display of skill and devotion, to agree to marry Pañcasikha.

Pañcasikha also acts as a messenger for the Four Heavenly Kings, conveying news from them to Mātali, the latter representing Śakra and the Trāyastriṃśa devas.

Gandharva of gandhabba is also used in a completely different sense, referring to a being (or, strictly speaking, part of the causal continuum of consciousness) in a liminal state between birth and death.


The Apsaras in Rigveda

The Rigveda speaks of an apsara who is Gandharva’s wife however, the Rigveda also seems to allow the existence of more than one Apsara.

The only apsara specifically named in Rigveda is Urvashi.

Subsequent Hindu Scriptures take into account the existence of many apsaras, who act as Indra’s servants or as dancers at her heavenly court.

The history of Urvashi apsara

The legends concerning the birth of Urvashi are numerous the following is the most widespread:

The king of the gods, Indra, did not want the sages Narayana and Nara to acquire divine powers through meditation thus, he sent two apsaras to distract them.

One of the wise men then struck his thigh, creating a woman so beautiful that Indra’s apsaras could not match her.

This beautiful woman was Urvashi, hence her name, Uru, thigh.

The meditation of the wise man could then reach its apogee.

Once this was completed, the wise man offered his creation to Indra.

Urvashi then took the place of honor in Indra’s courtyard.

Urvasi also became the wife of a human king, Pururavas

They united with the only condition that he would not discover his nakedness.

The story goes that Urvashi returned to heaven just before dawn with other apsaras, returning from Kubera Palace on Mount Kailasa, where she had completed her task of breaking the penance of the sage Vibhandaka, leaving their son with him.

She was with Chitralekha, Rambha, and many others when a demon named Keshin kidnapped Urvashi (or, depending on the version, Urvashi and Chitralekha), heading northeast with his captives.

According to the stories, the group of remaining Apsaras asked for help, and King Pururavas heard them.

He pursued the demon on his chariot and freed the apsara (or both apsaras) from his claws.

Urvashi and Pururavas fell in love at first sight, but the nymphs were immediately called to heaven.

The king returned home and tried to concentrate on his work, but he was unable to stop thinking about Urvashi.

He wondered aloud if this was a case of unshared love.

Urvashi, who had gone to see Pururavas in an invisible form because she could not manage not to think of him, then wrote a message on a birch leaf, confirming her love.

Unfortunately, the leaf was carried away by the wind, stopping only at the feet of Queen Aushinari, the Princess of Kashi, and Pururavas’ wife.

The queen was initially furious but later declared that she would not interfere between the two lovers.

Unfortunately, just before Urvashi and Pururavas could talk to each other, Urvashi was summoned back to heaven to perform in a play.

She was so distracted during the play that she missed her signal and incorrectly pronounced the name of her lover’s character during the performance, saying Pururavas instead of Purushottama.

As punishment, Urvasi was banished from the sky, a sentence modified by Indra as “until her human lover laid eyes on the child she would bear him.”

After a series of incidents, including the temporary transformation of Urvashi into a vine, the curse was finally lifted, and the lovers were allowed to stay together on Earth as long as Pururavas lived.


Apsaras : Vedic Origins Of The Cosmic Damsels

Apsaras, the celestial maidens of Indra Puri were enigmatic creations with enthralling elegance. These sensuous maidens of illusion created by Gods had a role to play. They had to lure, attract and amuse. Apsaras, were the free flowing female spirits endowed with supernatural powers, charm, calm and capability to commence or cease any moment. These Devanganas were endowed with oodles of creative brilliance. They were experts in dance and music these attractive damsels were the court entertainers of Indra Puri -The heavenly kingdom of Lord Indra. These cosmic nymphs were the companions of the Gandharvas, while some were created with a devoted mission to be a reason or a cause. Derived from the Sanskrit word, ‘apas’ meaning water, Apsaras are known to have evolved out of the clouds and water. Just like water is ever flowing, Apsaras are as fluid and uncontained like the gurgling chasm of celestial Divinity. Urvashi, Menaka, Rambha, and Tilottama are the most prominent in the Hindu Mythology.

De Rigveda mentions these Apsaras as aquatic nymphs. Atharvaveda introduces Apsaras as the inhabitants of the waters. It discusses their heavenly association with the stars, clouds and rain. De Satapatha Brahmana Samhita often describes Apsars as transforming themselves into a kind of a marine bird. The Apsaras are seen in close contact with the woods and the wet. De Atharvaveda puts forward that the Apsaras are fond of the dice game and create the basis to bring in fortune at the dice play. They are also feared as causing mental void. There are two types of Apsaras -Aloukika (worldly) and daivika (Divine).

Tijdens de Samudra Manthan– the churning of the milky ocean many jewels came out of the sea that included some famed Apsaras namely Rambha, Menaka, Punjisthala . They are said to have emerged after the appearance of the Kalpavriksha. These Apsaras were gorgeous women , draped in attractive robes and bejewelled with golden ornaments. These celestial nymphs were engaged in alluring by their intoxicating movements and amorous glances. Manu Sastra asserts that Apsaras were created with the seven Manus to serve as wives of the Gods and daughters of pleasure.

As per Matsya Purana, Rishi Kashyapa is said to have married thirteen daughters of Daksha. In companionship with his thirteen wives he fathered the Devas, Asuras, Nagas, Gandgarvas, Apsaras, flora, fauna and all of humanity. The Apsaras are said to be the daughters of Rishi Kashyapa and his wife Muni. These celestial daughters of Rishi Kashyapa were – Alambusa, Misrakesi, Vidyutparna, Tilottama, Raksita, Rambha, Manorama, Kesini, Subahu, Suraja, Surata and Supriya. De Brahmanda Purana has a mention of Brahma asking Lord Indra to send some chosen Apsaras from his palace to become the wives of Vasudeva Krishna.

Volgens de ya Śāstra, Apsaras were mental creations of the Universal Creator- Brahma . In the beginning of the Treta Yuga, Brahma went to deep rumination he recalled the four Vedas, picked up suitable parts from them and created a new Veda. He picked up hymns from the Rigveda, melody and music from the Samveda, gesticulation and emotion from Yajuveda and aesthetics of the rasas from the Atharveda . He further amalgamated all these selected essentials from all the four Vedas and called it Natyaveda- The scripture of Arts.

Brahma passed the Natyaveda to Indra and prescribed that the Devatas should practice the Natyaveda. But the Devatas were not dedicated enough to learn and perform the new scripture on performing art. Brahma then decided to train his hundred children in Natyaveda. Brahma delegated the task to Bharat Muni and assigned him with the duty to be the Natya Guru of his hundred children. Bharat Muni started educating them but in the process realized that Brahmas’ hundred children would not be able to perfect the Nāṭya Śāstra without female companions. Brahma then created the Apsaras. He endowed these celestial beauties with the skill of dance, music and enact. Thereafter Brahma passed these Apsaras to Bharat Muni as female companions to accompany, polish and train his hundred children. These Apsaras created by Brahma were called Natyaalankar– Jewels of Acting. The Apsaras mentioned in ya Śāstra are Manjukesi, Sukesi, Misrakesi, Sulocana, Saudamini, Dovadatta, Devasena, Manorama, Sudati, Sundari, Vidagdha, Sumala, Santati, Sunanda, Sumukhi, Magadhi, Arjuni, Sarala, Kerala, Dhrti, Nanda, Supuskala and Kalabha.

De Vayu Purana refers to the origin of Apsaras from various sources. It describes Apsaras as Manasa Kanya- mental creation of Brahma gifted them with beauty, energy and force of nature. It presents them as dazzling maidens, similar to the stretched rays of the sun and also bearing the soft illumination from moon and benevolence. It confers their birth to the fire of the Yagna. They are also said to be born out of the ocean, elixir, wind and lightning. These Apsaras have varied characteristics like being caring, loving, magical, and ferocious. The Vayu Purana gives the physical description of these celestial maidens as golden hued with the whiff of sweet fragrance. They perform their errands without the assistance of wine and only with touch alone. The assemblage of Apsaras at Indra Puri includes- Misrakesi, Chasi, Varnini, Alambusa, Marichi, Putrika, Vidyutparna, Tilottama, Adrika, Laksana, Devi, Rambha, Manorama, Suvara, Subahu, Purnita, Supratisthita, Pundarika, Sugandha, Sudanta, Surasa, Hema, Saradvati, Suvrata, Subhuja and Hamsapada.

In de Vishnu Purana , Apsaras are mentioned as the attendants of Surya. They attend to Surya in the form of the twelve Adityas who are the indicators of the various seasonal changes that happen throughout the year. In the Vishnu Purana, Rishi Parashar describes that between the extreme northern and southern points, the sun has to traverse at one hundred and eighty degrees in a year, ascending and descending. The movement of his chariot is presided over by Divine Aditya, Rishis, Gandharvas and Apsaras, Yaksas, Nagas and Rakshasas.

Volgens Vamana Saromahatmya when Vamana shed his dwarf-like form, in a twinkling of an eye he manifested the form which consisted of all the Gods. His eyes were the moon and the sun, the sky was his head and the Earth his feet, his toes were the Pisachas and his fingers the Guhyakas. The Visvedevas were in his knees, the Sadhyas were in his skin. In his nails appeared the Yaksha and the Apsaras appeared in the contours of his body.

Apsaras have been a consistent part of Hinduism, having an insightful presence in Vedic literature. The commonality lies in the fact that these beautiful creations were females with captivating powers and immense dedication to their creators.


Bekijk de video: Urvashi - The Most Beautiful Apsaras Birth. Tales From Ancient India (Juni- 2022).


Opmerkingen:

  1. Huynh

    Het is een speciaal geval ..

  2. Meinke

    stoer !!!

  3. Nikok

    Wacker, what phrase ..., a splendid thought

  4. Jasontae

    Zeker. Dus gebeurt. We kunnen over dit thema communiceren. Hier of in PM.

  5. Herrick

    Ik bedoel, je hebt geen gelijk. Kom binnen, we bespreken het. Schrijf me in PB.

  6. Jeremyah

    Geweldig idee, ik bewaar.

  7. Parnell

    de uitdrukking prachtig en het is tijdig

  8. Mailhairer

    I recommend that you come to the site, on which there are a lot of articles on this issue.

  9. Minos

    Helemaal met haar eens. Ik denk dat dit een heel ander concept is. Volledig met haar eens.



Schrijf een bericht