Hadrianus


Hadrianus - Geschiedenis

Hadrianus (76-138 na Christus) regeerde als Romeinse keizer tussen de jaren 117 en zijn dood 21 jaar later. Hij wordt beschouwd als een van de zogenaamde vijf goede keizers, en zijn regering werd gekenmerkt door interne stabiliteit en militair succes. Desalniettemin liet hij enkele van zijn voorgangers, de meer afgelegen veroveringen van Trajanus varen om de Romeinse heerschappij over de rest van het rijk te consolideren. Hadrianus associeerde zich sterk met zijn leger en ging zelfs zo ver dat hij maaltijden met zijn troepen doorbracht.

Vroege leven

De geboorteplaats van Hadrianus is niet zeker, met sommige bronnen die zijn geboortestad Rome noemen, terwijl anderen - inclusief zijn persoonlijke geschiedenis - suggereren dat hij werd geboren in Italica, een stad in de buurt van de stad die nu bekend staat als Sevilla, Spanje. Hoe dan ook, zijn familie maakte deel uit van het Romeinse establishment. Zijn vader was een prominente senator, Publius Aelius Hadrianus Afer. Sommige autoriteiten zijn van mening dat zijn latere officiële biografie opzettelijk is geschreven om het te laten lijken alsof hij in Rome was geboren, met als geboortedatum 24 januari 76 na Christus.

De naam van Hadrianus komt van de stad Hadria, nu bekend als Atri, een pre-Romeinse Italiaanse nederzetting. Zijn moeder kwam uit Gades (nu Cadiz) en was de dochter van een andere vooraanstaande senatorische familie. Toen Hadrianus tien was, stierven zijn beide ouders, en hij werd toen de voogd van Trajanus. De opleiding van de jonge jongen volgde het gebruikelijke pad dat voor jonge edelen was uitgezet, en hij was vooral geïnteresseerd in Griekse literatuur. Hij werd door Trajanus naar Rome teruggeroepen toen hij 14 was en bezocht Italica nooit meer.

Indiensttreding in militaire dienst

De eerste legerrol die Hadrianus op zich nam was in het Tweede Legioen, de Adiutrix, waarvoor hij als tribuun diende. Een paar jaar later werd hij verplaatst naar het Eerste Legioen, bekend als Minervia, in Duitsland. In 98 stierf keizer Nerva en Hadrianus ging persoonlijk het nieuws aan Trajanus vertellen. Hoewel hij later een korte tijd in Griekenland doorbracht, waar hij werd gekozen als burger van Athene, concentreerde zijn carrière zich in die tijd voornamelijk rond Opper-Pannonië. Hier was hij legaat van een ander legioen, het Vijfde Macedonica, waarna hij de gouverneur van de provincie was.

Terwijl hij in het vijfde legioen diende, vocht Hadrianus in een reeks oorlogen tegen de Daciërs. Er wordt gezegd, hoewel met weinig overgebleven bewijs, dat hij werd beloond door Trajanus '8211, die inmiddels keizer was, voor zijn militaire dapperheid. De volgende rol van Hadrianus was die van een van de afgevaardigden van Trajanus op een expeditiereis naar Parthië, hoewel zijn tijd daar zonder noemenswaardige prestaties was. Desalniettemin werd hij al snel aangesteld als gouverneur van Syrië toen de zittende partij was vertrokken om verdere problemen met de Daciërs aan te pakken. Dit was het eerste solo-commando van Hadrianus.

Inmiddels was Trajanus dodelijk ziek en probeerde hij naar huis te gaan naar Rome, waarbij Hadrianus de leiding had over de Romeinse achterhoede in Syrië. De keizer stierf voordat hij zijn reis kon voltooien, dus adopteerde hij Hadrianus als zijn erfgenaam. Eenmaal terug in Rome zorgde Hadrianus op efficiënte wijze voor loyaliteit van zijn legioenen en ontsloeg hij degenen die potentiële onruststokers leken te zijn. Ondanks enige controverse over de vraag of zijn adoptiepapieren correct waren geschreven - ze waren ondertekend door de vrouw van Trajanus, Plotina - keurde de Senaat Hadrianus goed als de nieuwe keizer.

Hadrianus als Romeinse keizer

Ondanks zijn bevestiging als de opperste heerser van het rijk, stelde Hadrianus uit voordat hij terugkeerde naar Rome, omdat de Joodse opstand moest worden neergeslagen en de grens langs de rivier de Donau moest worden veiliggesteld. Hadrianus gaf opdracht dat zijn voormalige voogd, Attianus, de dagelijkse taken in Rome zou uitvoeren, en de laatste zorgde voor de machtsbasis van de nieuwe keizer door een samenzwering te smeden tussen verschillende vijandige senatoren. Deze mannen werden zonder proces ter dood gebracht en Hadrianus kon beweren dat, aangezien hij op dat moment niet in de stad was, het idee van Attianus 8217 was en niet het zijne.

Hadrianus ontwikkelde een reputatie van uitmuntendheid in zijn militaire bestuur, maar een deel van de reden hiervoor was dat zijn regering relatief vreedzaam was, met de Tweede Romeins-Joodse Oorlog als het enige echt grote conflict van zijn jaren aan de macht. Hij bewees dat hij een pragmatische keizer was, die in 121 liever vrede sloot met de Parthen dan oorlog te voeren. Hadrianus realiseerde zich ook dat de Mesopotamische landen die door zijn voorganger Trajanus waren veroverd, op de lange termijn bijna onmogelijk te verdedigen waren en besloot ze daarom op te geven.

In plaats daarvan geloofde Hadrianus dat het rijk zoals het was moet worden versterkt, in plaats van verdere uitbreidingen te proberen, markeerde zijn regering het einde van elke belangrijke Romeinse expansie. Daartoe besloot hij versterkte verdedigingswerken te bouwen aan de grenzen van het rijk. De bekendste hiervan was in Groot-Brittannië, waar de muur van Hadrianus, die de noordelijke grens van de Romeinse heerschappij markeerde, bijna drie eeuwen lang van groot belang zou blijven. Er waren echter ook aanzienlijke vestingwerken langs de rivieren Rijn en Donau.

Latere jaren en dood

De meest serieuze militaire uitdaging voor Rome in de tijd van Hadrianus was de Joodse opstand die woedde in de jaren 130. Aanvankelijk had Hadrianus enig medeleven getoond, waardoor Jeruzalem, dat sinds de Eerste Romeins-Joodse Oorlog zestig jaar eerder in puin had gelegen, werd herbouwd, maar later nam hij strengere maatregelen en bouwde er een tempel voor Jupiter bovenop van de Tempel. Dit resulteerde in een grootschalige opstand, die mogelijk heeft geleid tot de vernietiging van een heel Romeins legioen. De opstand werd uiteindelijk neergeslagen na bijna vier jaar, toen meer dan een half miljoen Joden dood waren. Hadrianus bleef de Joden vervolgen voor de rest van zijn regering.

Kort na zijn laatste overwinning op de Joodse opstand begon de gezondheid van Hadrianus achteruit te gaan. Op 10 juli 138 stierf hij op 62-jarige leeftijd in zijn landelijke villa in Baiae. Uit de beschrijvingen van hedendaagse bronnen wordt algemeen aangenomen dat hij stierf aan hartfalen. Hadrianus werd dicht bij zijn villa begraven, maar even later werd zijn stoffelijk overschot naar Rome gebracht om te worden bijgezet in de Domitianus-tuinen. Een jaar na zijn dood verklaarde zijn opvolger als keizer, Antoninus Pius, Hadrianus tot een god en wijdde hij een tempel ter ere van hem.


Wat is de muur van Hadrianus?

De muur van Hadrianus, gebouwd op bevel van de Romeinse keizer Hadrianus en gelegen in Groot-Brittannië, was een verdedigingsfort dat drie eeuwen lang de noordwestelijke grens van het Romeinse rijk markeerde. De muur was 73 mijl lang en strekte zich uit van kust tot kust door het huidige Noord-Engeland, tussen Wallsend in het oosten tot Bowness-on-Solway in het westen. De bouw begon waarschijnlijk rond 122 na Christus, nadat Hadrianus de Romeinse provincie had bezocht die toen bekend stond als Britannia, en men denkt dat een leger van 15.000 man minstens zes jaar nodig had om het te voltooien. Het grootste deel van de muur was gemaakt van steen, hoewel sommige delen van gras waren gemaakt.

Bij elke Romeinse mijl (het equivalent van 0,91 moderne mijl) langs de muur werden kleine forten opgericht, mijlkastelen genaamd, en tussen elk mijlkasteel werden twee observatietorens geplaatst. Bovendien waren er meer dan een dozijn grotere forten langs de lengte van de muur waar soldaten waren gestationeerd. Net ten zuiden van de muur werd een enorm grondwerk gevormd, bestaande uit een sloot geflankeerd door evenwijdige terpen, nu de Vallum genoemd. Hadrianus diende als keizer van 117 tot aan zijn dood in 138. Daarna bouwde de nieuwe keizer, Antoninus Pius, een turfmuur ten noorden van de Muur van Hadrianus, in het huidige Schotland. De zogenaamde Antonijnse Muur, die ook een aantal forten over de hele lengte had, werd echter verlaten in de jaren 160 en de Romeinen bezetten de Muur van Hadrianus. De forten langs de muur waren waarschijnlijk bezet tot het einde van de Romeinse overheersing in Groot-Brittannië, in het begin van de 5e eeuw.


Hadrianus

Hadrianus (l. 78-138 CE) was keizer van Rome (r. 117-138 CE) en wordt erkend als de derde van de vijf goede keizers (Nerva, Trajanus, Hadrianus, Antoninus Pius en Marcus Aurelius) die rechtvaardig regeerden. Zijn regering markeerde het hoogtepunt van het Romeinse Rijk, meestal gegeven als c. 117 CE, en zorgde voor een stevige basis voor zijn opvolger.

Geboren als Publius Aelius Hadrianus, in Italica (modern Spanje), is Hadrianus vooral bekend om zijn literaire bezigheden, zijn substantiële bouwprojecten in het hele Romeinse rijk, en vooral de muur van Hadrianus in het noorden van Groot-Brittannië. Hij wordt ook herinnerd vanwege zijn liefdesaffaire met de Bithynische jeugd Antinous (l.c. 110-130 CE), die hij vergoddelijkte na de dood van de jonge man, resulterend in de populaire cultus van Antinous die al vroeg wedijverde met het christendom.

Advertentie

Hadrianus was zeer geïnteresseerd in literatuur – vooral Griekse literatuur – en Egyptische mystiek en magie. Hij behoorde tot de meest beschaafde Romeinse keizers - zelfs tot de beroemde beste vijf - schreef zijn eigen poëzie en andere werken en stond erop persoonlijk toezicht te houden op zoveel mogelijk van de bouwprojecten die hij had laten uitvoeren als hij maar kon. Onder zijn bewind brak de Bar Kochba-opstand (132-136 CE) uit in Judea, die Hadrianus persoonlijk neersloeg en daarna de naam van de regio wiste, het omdoopte tot Syria Palaestina, en de Joodse bevolking uit het gebied verbannen.

De opstand eiste een enorme tol van de keizer, die sinds 127 na Christus gezondheidsproblemen had gehad, en zijn gezondheid ging gestaag achteruit na c. 136 na Chr. Zijn vrouw, Vibia Sabina (l. 83 - ca. 137 CE), stierf in c. 136/137 CE, en hij had haar vergoddelijkt, maar hun huwelijk was ongelukkig geweest, aangezien Hadrianus homoseksueel was en vaak ruzie had met jongere mannen. Hij adopteerde Antoninus Pius (r. 138-161 CE) als zijn opvolger en stierf, hoogstwaarschijnlijk aan een hartaanval, in 138 CE.

Advertentie

Vroege leven

Hadrianus werd goed opgeleid in zijn geboorteplaats Italica Hispania (het huidige Sevilla, Spanje), hetzij door een privéleraar, hetzij door een school voor de zonen van de hogere klasse Romeinen, zoals zijn ouders. Zijn vader was een senator die stierf toen Hadrianus 10 was, en in die tijd werd hij naar school gestuurd in Rome en onder toezicht van Trajanus c. 86 CE, vóór diens overwicht. De vrouw van Trajanus, Plotina, was dol op de jonge Hadrianus en moedigde zijn literaire bezigheden aan, vooral zijn interesse in Griekse poëzie en cultuur. Geleerde Anthony Everitt merkt op:

Plotseling werd hij verliefd op alles wat Grieks was. Kort na de dood van zijn vader verdiepte hij zich zo enthousiast in de Griekse studies dat hij de bijnaam kreeg Graeculus, "klein Grieks jongetje". (15)

Hadrianus' levenslange bewondering voor Griekenland begon in deze tijd en zou hem tijdens zijn regeerperiode associëren met het land en de cultuur. Zelfs in de huidige tijd wordt Hadrianus vaak ten onrechte geïdentificeerd als een Griekse of Griekse afkomst.

Schrijf u in voor onze gratis wekelijkse e-mailnieuwsbrief!

Zijn eerste militaire dienst was als tribuun onder keizer Nerva (r. 96-98 CE), en hij werd geselecteerd om Trajanus het nieuws te brengen dat hij de opvolger van Nerva was. Toen Nerva stierf, besteeg Trajanus de troon. Keizer Trajanus (r. 98-117 CE) was de eerste Romeinse heerser van provinciale oorsprong. Latere biografen zouden proberen de geboorte van zowel Trajanus als Hadrianus in de stad Rome te plaatsen, maar beiden waren van Spaanse etniciteit, en sommigen nemen aan dat deze overeenkomst de reden is waarom Trajanus Hadrianus als zijn opvolger heeft aangenomen. De meeste geleerden betwisten dit echter, omdat het mogelijk is dat Trajanus Hadrianus helemaal niet genoemd heeft.

Trajanus stierf tijdens een campagne in Cilicië in 117 CE, met Hadrianus die het bevel voerde over zijn achterhoede, en er wordt aangenomen dat hij geen opvolger heeft genoemd. De vrouw van Trajanus, Plotina, ondertekende de erfopvolgingspapieren en beweerde dat Trajanus Hadrianus had gekozen, en er wordt gedacht dat zij, niet de keizer, verantwoordelijk was voor de adoptie van Hadrianus als erfgenaam. Hoe dat ook zij, het is bekend dat Trajanus Hadrianus respecteerde en hem als zijn opvolger had beschouwd, ook al noemde hij hem niet officieel als zodanig. De dienst van Hadrianus aan Trajanus is goed gedocumenteerd door de verschillende belangrijke functies die hij bekleedde voordat hij Romeins keizer werd.

Advertentie

Tegelijkertijd lijkt een geschil tussen de twee mannen hen echter ergens in 100 CE op gespannen voet te hebben gebracht. Er is hier geen documentatie over, maar daarna weigerde Trajanus Hadrianus in rang te verheffen, en in feite verwijderden de posities die Hadrianus kreeg hem uit de directe omgeving van Trajanus. Aangezien beide mannen homoseksueel waren en Trajanus zich omringde met een aantal favoriete jonge mannen, is er gesuggereerd dat Hadrianus een van hen zou hebben verleid of geprobeerd te verleiden rond de tijd van zijn huwelijk met Sabina, wat een breuk tussen hemzelf veroorzaakte. en Trajanus, maar dit is speculatie.

Plotina, niet Trajanus, was duidelijk de belangrijkste kracht achter de vooruitgang van Hadrianus vanaf het moment dat hij haar invloedssfeer betrad. Plotina en Salonia Matidia (de nicht van Trajanus, die ook dol was op Hadrianus) drongen aan op zijn huwelijk met Matidia's dochter, Vibia Sabina, en Matidia kan ook een hand hebben gehad om hem tot keizer te maken. Hij zou een veel betere heerser zijn dan echtgenoot. Sabina lijkt het huwelijk nooit vanaf het begin te hebben omarmd, en Hadrianus gaf de voorkeur aan het gezelschap van mannen. Hoewel zijn huwelijk op geen enkel niveau als een succes kon worden beschouwd, was zijn heerschappij spectaculair.

Hadrianus als keizer

Hadrianus' nauwe relatie met de troepen betekende dat hij onmiddellijk de steun van het leger had, en zelfs als de Romeinse senaat zijn opvolging in twijfel had willen trekken, was er niets dat ze hadden kunnen doen. Hadrianus werd omarmd door de meerderheid van de mensen van Rome en werd enorm bewonderd gedurende de tijd dat hij in functie was. Zijn populariteit als keizer blijkt uit het feit dat, hoewel hij gedurende het grootste deel van zijn regering afwezig was in Rome, er geen teken van berisping of kritiek in zijn vroege biografieën verschijnt. Eerdere Romeinse heersers, zoals Nero (r. 54-68 CE), werden fel bekritiseerd omdat ze veel minder tijd buiten de stad doorbrachten. Professor D. Brendan Nagle schrijft:

Advertentie

[Hadrian] bracht het grootste deel van zijn regeerperiode (twaalf van de eenentwintig jaar) door door het hele rijk om de provincies te bezoeken, toezicht te houden op het bestuur en de discipline van het leger te controleren. Hij was een briljant bestuurder die zich met alle aspecten van de overheid en de rechtspraak bezighield. (278)

Zijn toewijding aan het Romeinse leger was zo groot dat hij sliep en at onder de gewone soldaten, en hij wordt vaak afgebeeld in militaire kleding, hoewel zijn heerschappij werd gekenmerkt door relatieve vrede. De stabiliteit van het rijk en de toenemende welvaart gaven Hadrianus de luxe om naar de provincies te reizen waar hij uit de eerste hand de projecten inspecteerde die hij in Rome had laten uitvoeren.

De bouwprojecten van Hadrianus zijn misschien wel zijn meest blijvende erfenis. Hij bezocht Britannia in 122 CE kort nadat een opstand was neergeslagen en bestelde een lange, verdedigingsmuur gebouwd om een ​​gemakkelijke invasie door de noordelijke Picten te voorkomen. Dit bouwwerk is de beroemde Hadrian's Wall in het hedendaagse Engeland. Hij stichtte steden, verhoogde monumenten, verbeterde wegen en versterkte de infrastructuur van provincies op het Balkan-schiereiland, Egypte, Klein-Azië, Noord-Afrika en Griekenland. Hij bezocht Griekenland minstens twee keer en werd een ingewijde in de Eleusinische mysteriën. De Boog van Hadrianus, gebouwd door de burgers van Athene in 131/132 CE, eert Hadrianus als de stichter van de stad. Inscripties op de boog naam Theseus (de traditionele stichter), maar voegt Hadrianus toe vanwege de substantiële bijdragen van laatstgenoemde aan Athene, zoals de grote tempel van Zeus.

In Rome herbouwde hij het Pantheon (dat door brand was verwoest) en het Forum van Trajanus, en financierde hij de bouw van andere gebouwen, Romeinse baden en villa's. Veel van deze bouwwerken zijn eeuwenlang intact gebleven, sommige zelfs in de 19e eeuw na Christus, en het Pantheon, dat nog perfect bewaard is gebleven, kan in de huidige tijd worden bezocht. Hadrianus had een grote interesse in architectuur en lijkt ideeën of zelfs plannen aan de architecten te hebben bijgedragen, hoewel geleerden niet langer geloven dat hij de hoofdarchitect van een enkel project was.

Advertentie

De muur van Hadrianus

Van al zijn belangrijke monumenten en gebouwen is de Muur van Hadrianus in het noorden van Groot-Brittannië de beroemdste. De bouw van de muur, in de oudheid bekend als Vallum Hadriani, begon rond 122 CE en kwam overeen met het bezoek van Hadrianus aan de provincie. Het markeerde de noordelijke grens van het Romeinse Rijk in Groot-Brittannië, maar de lengte en breedte van het project (dat zich uitstrekte van kust tot kust) suggereert dat het belangrijkste doel van de muur een show van Rome's macht was. De muur was oorspronkelijk 9,7 voet (3 m) breed en 16-20 voet (c. 6 m) hoog ten oosten van de rivier de Irthing, allemaal gebouwd van steen en 20 voet (6 m) breed en 11 voet (3,5 m) hoog ten westen van de rivier, bestaande uit steen en turf, die zich 120 km over oneffen terrein uitstrekt.

Het werd in zes jaar gebouwd door de legioenen die in Romeins Groot-Brittannië waren gestationeerd. Er waren tussen de 14 en 17 vestingwerken langs de lengte van de muur en een vallum (een greppel die doelbewust was opgetrokken uit grondwerken) die evenwijdig aan de muur liep. De vallum gemeten 20 voet (6 m) breed en 10 voet (3 m) diep, geflankeerd door grote hopen van dicht opeengepakte aarde. Aangezien de buitenlandse politiek van Hadrianus 'vrede door kracht' was, wordt aangenomen dat de muur, die oorspronkelijk was gepleisterd en witgekalkt, duidelijk de macht van het Romeinse rijk zou hebben uitgebeeld.

Antinoüs

Na zijn bezoek aan Britannia ging Hadrianus naar Klein-Azië en reisde naar de regio Bithynië om de restauratie van Nicomedia te inspecteren die hij had gefinancierd nadat de stad was beschadigd door een aardbeving. Het was in Nicomedia of het nabijgelegen Claudiopolis dat hij de jonge Antinous ontmoette in 123 CE, die de komende zeven jaar zijn bijna constante metgezel zou worden. Antinous was op dat moment mogelijk 13-15 jaar oud, maar relaties tussen oudere mannen en jonge jongens van hetzelfde geslacht waren acceptabel in de Romeinse cultuur zolang beide partijen ermee instemden. Sommige van deze liefdesaffaires waren korte 'flirts', maar andere, zoals die van Hadrianus en Antinous, waren serieuze, toegewijde relaties.

Hadrianus regelde dat Antinous naar een prestigieuze kostschool in Rome werd gestuurd waar jonge mannen werden opgeleid voor het leven aan het hof en vervolgens, van 125-130 CE, was de jongeman de geliefde van Hadrianus, die bij hem in zijn villa buiten Rome woonde en met hem reisde naar de provincies. Hun relatie was gemodelleerd naar die van de Grieken waarin een oudere man een jongere zou helpen in morele en intellectuele ontwikkeling en sociale vooruitgang. Everitt opmerkingen:

[Hadrian] had zijn Bithynische jongen heel goed als een speeltje kunnen beschouwen - Met Hadrianus' reputatie als inkoper van alle luxe en losbandigheid, was Antinous gewoon een andere in een lange reeks veroveringen ... [Maar] deze meest Helleense keizer wierp zichzelf op als een wist (minnaar) met Antinous als zijn eromenos (geliefde). Als hij de regels had gevolgd, zou hij de jongen met respect hebben behandeld, hem het hof hebben gemaakt en hem de keuze hebben gegeven om zijn avances al dan niet te accepteren. Alle 'gunsten' die Hadrianus werd verleend, zouden gepaard zijn gegaan met een serieuze toewijding aan de morele ontwikkeling van Antinous toen hij volwassen werd. (243)

Dit lijkt precies de koers te zijn geweest die Hadrianus volgde. Het paar reisde samen van 127-130 CE en arriveerde op tijd in Egypte om het Festival van Osiris in oktober 130 CE te vieren. Op een bepaald moment tegen het einde van de maand, net voor het festival, verdronk Antinous in de rivier de Nijl. Hadrianus meldde het als een ongeluk, maar historici zoals Cassius Dio (lc 155 - ca. 235 CE) en Aurelius Victor (lc 320 - ca. 390 CE) beweren dat Antinous zichzelf opofferde in een ritueel om Hadrianus van een ziekte te genezen (precies wat niet bekend is) waar hij de afgelopen jaren last van had. Deze bewering wordt versterkt door de constatering dat Antinous, als de geliefde favoriet van Hadrianus, ongetwijfeld vergezeld zou zijn door bedienden die hem uit de rivier zouden hebben gered, en verder door een reis die het paar maakte naar Heliopolis vlak voor Antinous' dood, waar ze met een priester over mystieke riten verleend. De gezondheid van Hadrianus lijkt daarna te zijn verbeterd, maar zijn verdriet om het verlies van zijn geliefde en beste vriend was overweldigend.

Hadrianus liet Antinous onmiddellijk vergoddelijken. Dit was ongekend, aangezien een keizer gewoonlijk de suggestie voorlegde aan de Senaat, die het zou goedkeuren. Hij beval de stad Antinopolis te bouwen ter ere van Antinous aan de oever van de Nijl waar hij was verdronken en al snel ontstond er een cultus rond de jeugd die zich snel door de provincies verspreidde. Antinous werd een stervende en herlevende godsfiguur waarvan werd gedacht dat hij, omdat hij ooit een mens was, sneller op smeekbeden reageerde dan andere goden. Hij werd gezien als een god van genezing en mededogen en zijn aanhangers richtten standbeelden van hem op in tempels en heiligdommen door het hele rijk. Naar schatting waren er ooit meer dan 2.000 standbeelden van Antinous, waarvan er 115 zijn teruggevonden. De cultus van Antinous werd zo populair dat ze meer dan 200 jaar later wedijverde met de nieuwe religie van het christendom en de gevestigde cultus van Isis.

Jeruzalem & Opstand

Hadrianus ging zo goed mogelijk met zijn verdriet om en ging door met zijn reis door de provincies. Hoewel hij een geleerd en gecultiveerd man was, werd zijn beleid van vreedzame betrekkingen met anderen, zowel persoonlijk als professioneel, niet altijd nageleefd. Van hem was bekend dat hij vaak zijn geduld verloor met geleerden aan het hof met wie hij het niet eens was en een keer per ongeluk een bediende aan één oog verblindde toen hij woedend een stylus naar hem gooide. In Jeruzalem zou Hadrianus op grote en tragische schaal zijn woede de vrije loop laten toen de Joden in opstand kwamen tegen zijn bouw van een tempel.

In 132 CE bezocht Hadrianus Jeruzalem, dat nog steeds in puin lag van de Eerste Romeins-Joodse Oorlog van 66-73 CE. Hij herbouwde de stad naar zijn eigen ontwerp en noemde het Aelia Capitolina Jupiter Capitolinus naar hemzelf en de koning van de Romeinse goden. Toen hij een tempel voor Jupiter bouwde op de ruïnes van de Tempel van Salomo (de Tweede Tempel, door de Joden als heilig beschouwd), kwam de bevolking in opstand onder leiding van Simon bar Kochba (ook gegeven als Shimon Bar-Cochba, Bar Kochbah, Ben-Cozba, Cosiba of Coziba) in wat bekend is geworden als de Bar-Kochba-opstand.

De Romeinse verliezen in deze campagne waren enorm, maar de Joodse verliezen waren niet minder belangrijk. Tegen de tijd dat de opstand werd neergeslagen, waren 580.000 Joden vermoord en meer dan 1000 steden en dorpen verwoest. Hadrianus verdreef vervolgens de overgebleven Joden uit de regio en noemde het Syria Palaestina naar de traditionele vijanden van het Joodse volk, de Filistijnen. Hij beval een openbare verbranding van de Thora, executeerde de Joodse geleerden en verbood de praktijk en naleving van het jodendom.

Overlijden & opvolger

Hadrianus' aanpak van de Bar-Kochba-opstand is de enige donkere vlek op zijn overigens bewonderenswaardige regering, maar hij maakte zijn keuzes op basis van traditioneel Romeins beleid bij het aanpakken van opstanden: een harde reactie gevolgd door herstel. Hij kan zijn reactie zo ver hebben genomen als hij deed uit persoonlijke verontwaardiging dat iemand een probleem zou hebben gehad met zijn tempel of een van zijn andere beslissingen.

Zijn gezondheid ging nu achteruit en Hadrianus keerde terug naar Rome en hield zich bezig met het schrijven van poëzie en het verzorgen van administratieve zaken. Hij noemde Antoninus Pius zijn opvolger op voorwaarde dat Antoninus de jonge Marcus Aurelius (r. 161-180 CE) als zijn eigen zou aannemen. Aurelius zou samen met Lucius Verus (r. 161-169 CE) regeren, wiens vader de geadopteerde zoon van Hadrianus was. Hadrianus stierf in 138 CE, vermoedelijk aan een hartaanval, op 62-jarige leeftijd.

Hij werd eerst begraven in Puteoli, op het terrein van het voormalige landgoed van de redenaar Cicero (als eerbetoon aan Hadrianus' liefde voor leren), maar toen Antoninus Pius het jaar daarop het grote graf van Hadrianus in Rome voltooide, werd zijn lichaam gecremeerd en de as daar begraven met die van zijn vrouw en zijn geadopteerde zoon Lucius Aelius Caesar, vader van Lucius Verus. Antoninus Pius liet Hadrianus ter ere van hem vergoddelijken en tempels bouwen. Over de erfenis van zijn regering merkt historicus Edward Gibbon op:

[De heerschappij van Hadrianus was] de periode in de geschiedenis van de wereld waarin de toestand van het menselijk ras het meest gelukkig en welvarend was ... toen de enorme omvang van het Romeinse rijk werd geregeerd door absolute macht onder leiding van deugd en wijsheid. (61)

Het bewind van Hadrianus wordt over het algemeen beschouwd als in overeenstemming met de schatting van Gibbon. Zelfs onder de vijf goede keizers van het oude Rome onderscheidt hij zich als een uitzonderlijke staatsman. Aurelius, de laatste van de vijf goede keizers, zou regeren in veel meer moeilijke tijden dan Hadrianus wist, en zijn zoon, Commodus (r. 176-192 CE), werd een onofficiële dictator wiens ongelijke heerschappij en moord leidden tot politieke en sociale onlusten die nooit zou zijn gedacht onder Hadrianus.


Interessante feiten over Hadrianus

► Hadrianus werd geboren op 24 januari 76 CE, waarschijnlijk in Italica of Rome. Hij kwam uit een gevestigde familie van Italiaanse afkomst, maar had in Spanje gewoond. De biografie Augustan History vermeldt dat hij in Rome werd geboren, maar experts geloven dat het een complot zou kunnen zijn om hem een ​​inwoner van Rome te laten lijken. Hij was Romeins keizer van 117 CE tot 138 CE.

► Zijn moeder Domitia Paulina kwam uit Cadiz, destijds een van de rijkste steden. Zijn vader Publius Aelius Hadrianus Afer was een senator van pretoriaanse rang. Zijn enige broer of zus, oudere zus Aelia Domitia Paulina, was getrouwd met de Triple Consul Lucius Julius Ursus Servianus.

► Toen zijn vader in 86 GT stierf, werd hij onder voogdij geplaatst van keizer Trajanus, de neef van de vader van Hadrianus, en Caelius Attianus, die later een praetoriaanse prefect werd. Trajanus en zijn vrouw Pompeia Plotina kregen geen kinderen, dus ze was erg dicht bij Hadrianus. Er wordt aangenomen dat Plotina Hadrianus adviseerde toen hij keizer werd.

► Hij had op verschillende scholen gestudeerd en had een sterke voorliefde voor Griekse literatuur, zozeer zelfs dat hij de bijnaam Graeculus kreeg, wat '8216Grieks'8217 betekent. Op 14-jarige leeftijd ging hij terug naar Italica, of volgens sommigen was hij in Italica tot hij 14 jaar oud was. Nadat hij Italica verliet, ging hij nooit meer terug, maar de plaats kreeg later de titel Colonia ter ere van hem.

► Trajanus probeerde Hadrianus in het leger te krijgen, maar Hadrianus berispte de militaire carrière met klem, omdat hij de voorkeur gaf aan een gemakkelijk leven en van jagen hield. Aanvankelijk diende hij als Tribune in Legio II Adiutrix, later in Duitsland. In 98 CE, toen Nerva stierf, ging Hadrianus terug om Trajanus te informeren over zijn dood. Hij werd later aangekondigd als legaat van een legioen in Opper-Pannonië, en later als gouverneur van dezelfde provincie.

► In 100 CE trouwde Hadrianus, op initiatief van Polina, met de achternicht van Trajanus, Vibia Sabina, die tien jaar jonger was dan hij. De vakbond was niet gelukkig, hoewel het duurde tot haar dood.

► Vanwege zijn huwelijk en de begeleiding van Plotina, ook zijn eigen capaciteiten, werd hij aangesteld in verschillende functies zoals quaestor in 101 CE, Tribune van het volk in 105 CE en praetor in 106 CE. Hij had deelgenomen aan de oorlog tegen Daciërs en werd later aangesteld als Legatus in de Parthische campagne van 113-17 CE. Hadrianus bekleedde zelfs de functie van gouverneur van Syrië.

Villa Adriana

► In 117 CE, toen Trajanus terugkeerde van de Parthische campagne, werd hij ernstig ziek. Bij Selinus, terwijl hij op 8 augustus zijn laatste adem uitblies, adopteerde hij Hadrianus als zijn opvolger. Maar bronnen stellen dat tegen de tijd dat de documenten werden ondertekend, Trajanus al dood was en Plotina de documenten ondertekende om de adoptie te bevestigen.

► Op 11 augustus 117 CE besteeg hij de troon als Hadrianus Augustus, hij werd de 14e keizer van Rome. 118-121 CE markeerde de bouwperiode van zijn villa in Tivoli. Hij geloofde niet in uitbreiding van zijn koninkrijk, maar in het zorgen voor het toch al enorme land. Hij draaide het plan van Trajanus om en trok zich terug uit Armenië, Mesopotamië en Assyrië. Hij maakte het weer goed met Parthia en de benedenloop van de Donau. In 118 GT ging hij terug naar Rome om voor de situatie te zorgen, die ontstond als gevolg van de executie van vier consuls.

► Hij bezat zijn succes grotendeels aan Polita en andere mensen. Dankzij de leiding van Polita kon hij het hart van de mensen winnen en het leger goed trainen. Het was zelfs bekend dat hij burgerkleding droeg zoals zijn leger, hetzelfde voedsel at en dezelfde goedkope wijn dronk als zij. Dit maakte hem des te populairder bij het publiek.

► Hadrianus nam ook nooit de eer voor zijn architectuur, ook al was het zijn idee, hij deed een stap achteruit en liet andere mensen de eer opeisen. Hij was dol op het schrijven van poëzie en lezen. Hij hielp zelfs om de Tempel van Zeus in Athene af te maken, waar andere heersers vijf eeuwen over deden, maar ze konden hem nog steeds niet afmaken.

► In tegenstelling tot andere keizers reisde Hadrianus door zijn rijk en bezocht zelfs kleine dorpen om veranderingen en ontwikkelingen in de stad te bevelen. Hij had onderwerpen geïntroduceerd als financiën, administratie en veel wetten veranderd.

Pantheon, Rome

► Terug in Rome reconstrueerde hij het Pantheon dat werd gebouwd door Agrippa, maar werd weggevaagd door een brand in 80 CE. Het staat er nog steeds en wordt beschouwd als een van de best bewaarde oude gebouwen in Rome.

► De eerste reis van Hadrianus begon op 121 CE en duurde tot 125 CE, gedurende deze tijd bezocht hij verschillende plaatsen zoals: Dacia, Griekenland, Azië, Tarraconis, Cappadocië, Gallatia, Bithynia, Pannonia, Mesia, Gallië, Duitsland, Noricum, Groot-Brittannië.

► De bouw van de muur van Hadrianus begon in 122 CE, in het huidige Noord-Engeland. Het fungeerde als een beschermende barrière tegen de barbaren. Het diende ook als een territoriale grens. Er waren 23 grote forten die elke mijl bedekten, de muur werd verondersteld 20 meter hoog en 8 tot 10 voet dik te zijn. Het werd volledig gebouwd door 128 CE.

► Op zijn tweede reis, die begon in 128 CE en duurde tot 134 CE, bezocht hij Egypte, Arabië, Syrië, Griekenland, Anatolië en Judea. Hij voltooide de bouw van de gebouwen waarmee hij tijdens zijn eerste bezoek was begonnen.

Boog van Hadrianus

► In 129 en 130 CE bouwden de inwoners van Jerash (destijds Gerasa genoemd) de Boog van Hadrianus om hem te eren tijdens zijn bezoek aan de stad. Toen hij in Griekenland was, ontmoette hij een zeer knappe jongeman, Antinous genaamd, en werd hij erg verliefd op hem. Hadrianus was zelfs zo verliefd op hem dat hij hem adopteerde als zijn metgezel. De twee reisden samen overal naartoe, maar het lot had andere plannen met hen.

► Bronnen stellen dat hun relatie voornamelijk seksueel van aard was. In 130 CE, op hun reis naar Egypte, verdronk Antinous op mysterieuze wijze in de rivier de Nijl. Er zijn theorieën over dit incident, sommige historici stellen dat hij zichzelf opofferde voor Hadrianus. Wat de interpretaties ook waren, Hadrianus was diep depressief na dit ongeluk. Hadrianus stichtte ter nagedachtenis de Egyptische stad Antinopolis, hij liet zelfs Antinous vergoddelijken om als een God te worden aanbeden.

► In 130 CE bezocht Hadrianus Jeruzalem en zag het in puin, hij besloot de hele stad te reconstrueren en noemde het Aelia Capitolina Jupiter Capitolinus. Hij liet een tempel bouwen ter ere van Jupiter op de ruïnes van de Tempel van Salomo (heilig voor de Joden). Vanwege deze constructie waren veel Joden woedend en kwamen ze in opstand tegen Hadrianus, die bekend staat als de Opstand van Bar Kochbah.

► Deze opstand begon in 132 CE, op zijn weg terug naar Europa, en hij werd geroepen om voor de oorlog te zorgen. Tegen de tijd dat de oorlog eindigde, waren ongeveer 5.80.000 Joden vermoord. Woedend door de oorlog verbood Hadrianus de rest van de Joden om de stad binnen te komen en noemde het Syrië Palestina. Hij beval zelfs de verbranding van de heilige Thora in het openbaar en plaatste een verbod op de beoefening van het jodendom.

► Hadrianus keerde in 136 CE terug naar Rome met een slechte gezondheid, hij was 60 geworden. Zijn gezondheid ging snel achteruit en hij adopteerde Lucius Aelius Caesar, die zijn opvolger werd genoemd, maar hij stierf op 1 januari 138 CE.

► Na zijn dood adopteerde Hadrianus Titus Aurelius Fulvus Boionius Arrius Antoninus, ook bekend als Antoninus Pius, op voorwaarde dat hij de zoon van wijlen Lucius Aelius Caesar, Lucius Ceionius Commodus en Marcus Annius Verus (kleinzoon van een machtige senator) moest adopteren.

Tempel van Hadrianus, Efeze, Turkije

► Tijdens zijn laatste dagen had hij zich verdiept in poëzie en schrijven. Hadrianus was briljant als het op literatuur aankwam. De 62-jarige Hadrianus stierf op 10 juli 138 CE. Historici geloven dat hij stierf als gevolg van een hartaanval. In Efeze, het huidige Turkije, werd een aan hem gewijde tempel gebouwd.

Castel Sant'8217Angelo, Rome, Italië

► Eerst werd hij begraven in Puteoli, in de buurt van Baiae, later werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar de tuinen van Domitia. Toen het graf van Hadrianus (Rome) voltooid was, dat nu beroemd is als Engelenburcht, werd hij gecremeerd en werd zijn as geïntegreerd met zijn vrouw en geadopteerde zoon.

► Volgens Historia Augusta componeerde Hadrianus kort voor zijn dood een gedicht:

Animula, vagula, blandula
Hospes comesque corporis
Quae nunc abibis in loca
Pallidula, rigida, nudula,
Nec, ut soles, dabis iocos..

Translation:
Roving amiable little soul,
Body’s companion and guest,
Now descending for parts
Colorless, unbending, and bare
Your usual distractions no more shall be there…

Many books have been written about the humanist Roman Emperor Hadrian. Anthony Birley, who wrote Hadrian: The Restless Emperor, and Mary Taliaferro Boatwright who wrote the book Hadrian and the Cities of the Roman Empire give us a detailed account of the emperor’s life. He played a very important role in developing the foreign policies of his reign. He abolished many laws pertaining to debts, and that’s how he won people’s heart in his empire.


Hadrian

Publius Aelius Hadrianus was born on 24 January AD 76, probably at Rome, though his family lived in Italica in Baetica. Having originally come from Picenum in north-eastern when this part of Spain was opened up to Roman settlement, Hadrian’s family had lived in Italica for some three centuries. With Trajan also coming from Italica, and Hadrian’s father, Publius Aelius Hadrianus Afer, being his cousin, Hadrian’s obscure provincial family now found itself possessing impressive connections.

In AD 86 Hadrian’s father died in AD 86 and he, at the age of 10, became joint ward of Acilius Attianus, a Roman equestrian, and of Trajan. Trajan’s initial attempt to create a military career for the 15 year old Hadrian was frustrated by Hadrian’s liking the easy life. He preferred going hunting and enjoying other civilian luxuries.

And so Hadrian’s service as a military tribune stationed in Upper Germany ended with little distinction as Trajan angrily called him to Rome in order to keep a close eye on him.

Next the so far disappointing young Hadrian was set on a new career path. This time – though still very young – as a judge in an inheritance court in Rome.

And alas he shortly afterwards succeeded as a military officer in the Second Legion ‘Adiutrix’ and then in the Fifth Legion ‘Macedonia’ on the Danube.

In Ad 97 when Trajan, based in Upper Germany was adopted by Nerva, it was Hadrian who was sent form his base to carry the congratulations of his legion to the new imperial heir.

But in AD 98 Hadrian seized the great opportunity of Nerva’s to carry the news to Trajan. Uttely determined to be the first to carry this news to the new emperor he raced to Germany. With others also seeking to be the bearers of the good news to a no doubt grateful emperor it was quite a race, with many an obstacle being purposely placed in Hadrian’s way. But he succeeded, even traveling the last stages of his journey on foot. Trajan’s gratitude was assured and Hadrian indeed became a very close friend of the new emperor.

In AD 100 Hadrian married Vibia Sabina, the daughter of Trajan’s niece Matidia Augusta, after having accompanied the new emperor to Rome.
Soon after followed the first Dacian war, during which time Hadrian served as quaestor and staff officer.

With the second Dacian war following soon after the first, Hadrian was given command of the First Legion ‘Minervia’, and once he returned to Rome he made praetor in AD 106. A year thereafter he was governor of Lower Pannonia and then consul in AD 108.

When Trajan embarked on his Parthian campaign in AD 114, Hadrian once more held a key position, this time as governor of the important military province of Syria.

There is no doubt that Hadrian was of high status during Trajan’s reign, and yet there were no immediate signs that he was intended as the imperial heir.

The details of Hadrian’s succession are indeed mysterious. Trajan might well have decided on his deathbed to make Hadrian his heir.

But the sequence of events does indeed seem suspicious. Trajan died the 8 August AD 117, on the 9th it was announced at Antioch that he had adopted Hadrian. But only by the 11th was it made public that Trajan was dead.

According to the historian Dio Cassius, Hadrian’s accession was solely due to the actions of empress Plotina, kept Trajan’s death a secret for several days. In this time she sent letters to the senate declaring Hadrian’s the new heir. These letter however carried her own signature, not that of emperor Trajan, probably using the excuse that the emperor’s illness made him to feeble to write.

Yet another rumor asserted that someone had been sneaked into Trajan’s chamber by the empress, in order to impersonate his voice. Once Hadrian’s accession was secure, and only then, did empress Plotina announce Trajan’s death.

Hadrian, already in the east as governor of Syria at the time, was present at Trajan’s cremation at Seleucia (the ashes were thereafter shipped back to Rome). Though now he was there as emperor.

Right from the start Hadrian made it clear that he was his own man. One of his very first decisions was the abandonment of the eastern territories which Trajan had just conquered during his last campaign. Had Augustus a century before spelled out that his successors should keep the empire within the natural boundaries of the rivers Rhine, Danube and Euphrates, then Trajan had broken that rule and had crossed the Euphrates.

On Hadrian’s order once pulled back to behind the Euphrates again.
Such withdrawal, the surrender territory for which the Roman army had just paid in blood, will hardly have been popular.

Hadrian did not travel directly back to Rome, but first set out for the Lower Danube to deal with trouble with the Sarmatians at the border. While he was there he also confirmed Trajan’s annexation of Dacia. The memory of Trajan, the Dacian gold mines and the army’s misgivings about withdrawing from conquered lands clearly convinced Hadrian that it might not be wise always to withdraw behind the natural boundaries advised by Augustus.

If Hadrian set out to rule as honorably as his beloved predecessor, then he got off to a bad start. He had not arrived in Rome yet and four respected senators, all ex-consuls, were dead. Men of the highest standing in Roman society, all had been killed for plotting against Hadrian. Many however saw these executions as a way by which Hadrian was removing any possible pretenders to his throne. All four had been friends of Trajan. Lusius Quietus had been a military commander and Gaius Nigrinus had been a very wealthy and influential politician in fact so influential he had been thought a possible successor to Trajan.

But what makes the ‘affair of the four consulars’ especially unsavory is that Hadrian refused to take any responsibility for this matter. Might other emperors have gritted their teeth and announced that a ruler needed to act ruthlessly in order to grant the empire a stable, unshakable government, then Hadrian denied everything.

He even went as far as swearing a public oath that he was not responsible. More so he said that it had been the senate who had ordered the executions (which is technically true), before placing the blame firmly on Attianus, the praetorian prefect (and his former join-guardian with Trajan).
However, if Attianus had done anything wrong in the eyes of Hadrian, it is hard to understand why the emperor would have made him consul thereafter.

Despite such an odious start to his reign, Hadrian quickly proved to be a highly capable ruler. Army discipline was tightened and the border defenses were strengthened. Trajan’s welfare programme for the poor, the alimenta, was further expanded. Most of all though, Hadrian should become known for his efforts to visit the imperial territories personally, where he could inspect provincial government himself.

These far-ranging journeys would begin with a visit to Gaul in AD 121 and would end ten years later on his return to Rome in AD 133-134. No other emperor would ever see this much of his empire. From as far west as Spain to as far east as the province of Pontus in modern day Turkey, from as far north as Britain to as far south as the Sahara desert in Libya, Hadrian saw it all. Though this was not mere sight-seeing.

Far more Hadrian sought to gather first-hand information about the various problem the provinces faced. His secretaries compiled entire books of such information. Perhaps the most famous result of Hadrian’s conclusions when seeing for himself the problems faced by the territories, was his order to construct the great barrier which still today runs across northern England, Hadrian’s Wall, which once shielded the British Roman province from the wild northern barbarians of the isle.

Since a very young age Hadrian had held a fascination for Greek learning and sophistication. So much so, he was dubbed the ‘Greekling’ by his contemporaries. Once he became emperor his tastes for all things Greek should became a trademark of his. He visited Athens, still the great centre of learning, no fewer than three times during his reign. And his grand building programmes did not limit itself to Rome with a few grand buildings in other cities, but also Athens benefited extensively from its great imperial patron.

Yet even this great love of art should become sullied by Hadrian’s darker side. Had he invited Trajan’s architect Apollodorus of Damascus (the designer of Trajan’s Forum) to comment on his own design for a temple, he then turned on him, once the architect showed himself little impressed. Apollodorus was first banished and later executed. Had great emperors shown themselves able to handle criticism and listen to advice, then Hadrian who at times patently was unable, or unwilling, to do so.

Hadrian appears to have been a man of mixed sexual interests. The Historia Augusta criticizes both his liking of good looking young men as well as his adulteries with married women.

If his relations with his wife was anything but close, then the rumour that he tried to poson her might suggest that it was even much worse than that.

When it comes to Hadrian’s apparent homosexuality, then the accounts remain vague and unclear. Most of the attention centres on the young Antinous, whom Hadrian grew very fond of. Statues of Antinous have survived, showing that imperial patronage of this youth extended to having sculptures made of him. In AD 130 Antinous accompanied Hadrian to Egypt. It was on a trip on the Nile when Antinous met with an early and somewhat mysterious death. Officially, he fell from the boat and drowned. But a perisistent rumour spoke of Antinous having been a sacrifice in some bizarre eastern ritual.

The reasons for the young man’s death might not be clear, but was is known is that Hadrian grieved deeply for Antinous. He even founded a city along the banks of the Nile where Antinous had drowned, Antinoopolis. Touching as this might have seemed to some, it was an act deemed unbefitting an emperor and drew much ridicule.

If the founding of Antinoopolis had caused some eyebrows to be raised then Hadrian’s attempts to re-found Jerusalem were little more than disastrous.

Had Jerusalem been destroyed by Titus in AD 71 then it had never been rebuilt since. At least not officially. And so, Hadrian, seeking to make a great historical gesture, sought to build a new city there, to be called Aelia Capitolina. Hadrian planning a grand imperial Roman city, it was to boast a grand temple to Juliter Capitolinus on the temple mount.

The Jews, however, were hardly to stand by and watch in silence while the emperor desecrated their holiest place, the ancient site of the Temple of Solomon. And so, with Simeon Bar-Kochba as its leader, an embittered Jewish revolt arose in AD 132. Only by the end of AD 135 was the situation back under control, with over half a million Jews having lost their lives in the the fighting.

This might have been Hadrian’s only war, and yet it was a war for which only really one man could be blamed – emperor Hadrian. Though it must be added that the troubles surrounding the Jewish insurrection and its brutal crushing were unusual in Hadrian’s reign. His government was, but for this occasion, moderate and careful.

Hadrian showed a great interest in law and appointed a famous African jurist, Lucius Salvius Julianus, to create a definitive revision of the edicts which had been pronounced every year by the Roman praetors for centuries.

This collection of laws was a milestone in Roman law and provided the poor with at least a chance of gaining some limited knowledge of the legal safeguards to which they were entitled.

In AD 136 Hadrian, whose health began to fail, sought an heir before he would die, leaving the empire without a leader. He was 60 years old now. Perhaps he feared that, being without an heir might make him vulnerable to a challenge to the throne as he grew more frail. Or he simply sought to secure a peaceful transition for the empire. Whichever version is true, Hadrian adopted Lucius Ceionius Commodus as his successor.

Once more the more menacing side of Hadrian showed as he order the suicide of those he suspected opposed to Commodus’ accession, most notably the distinguished senator and Hadrian’s brother-in-law Lucius Julius Ursus Servianus.

Though the chosen heir, though only in his thirties, suffered from bad health and so Commodus was already dead by 1 January AD 138.

A month after Commodus’ death, Hadrian adopted Antoninus Pius, a highly respected senator, on the condition that the childless Antoninus in turn would adopt Hadrian’s promising young nephew Marcus Aurelius and Lucius Verus (the son of Commodus) as heirs.

Hadrian’s final days were a grim affair. He became even more ill and spent extended periods in severe distress. As he sought to end his life with either a blade or poison, his servants grew ever more vigilant to keep such items from his grasp. At one point he even convinced a barbarian servant by name of Mastor to kill him. But at the last moment Mastor failed to obey.
Despairing, Hadrian left government in the hands of Antoninus Pius, and retired, dying soon afterwards at the pleasure resort of Baiae on 10 July AD 138.

Had Hadrian been a brilliant administrator and had he provided the empire with a period of stability and relative peace for 20 years, he died a very unpopular man.

He had been a cultured man, devoted to religion, law, the arts – devoted to civilization. And yet, he also bore that dark side in him which could reveal him similar to a Nero or a Domitian at times. And so he was feared. And feared men are hardly ever popular.

His body was buried twice in different places before finally his ashes were laid to rest in the mausoleum he had built for himself at Rome.
It was only with reluctance that the senate accepted Antoninus Pius’ request to deify Hadrian.


Hadrian's Travels

Hadrian arrived in Rome in the summer of AD 118, nearly a year after his actual succession to Trajan. His predecessor's eastern conquests had facilitated a massive Jewish revolt which required an in-kind legionary response. While these revolts were largely quelled while Trajan was still alive, Hadrian was forced to finish the work. As one part of his ultimate resolution of the matter, Hadrian understood the difficulty in controlling the east beyond the Euphrates River and gave up Trajan's recent conquests.

While unpopular, especially to the legions that had brought these territories under Roman control with their blood, the desire to mark natural defensible borders necessitated the policy. In Dacia, however, whether he felt a need to deflect a growing sense of legionary resentment at his eastern withdrawal policy, desired continued economic control of Dacia's important mineral wealth (gold mines) or a combination of both, Hadrian confirmed and upheld Trajan's annexation of the territory.

Hadrian's eventual arrival in Rome was greeted with Senatorial hostility, thanks largely to the executions of four proconsular magistrates. As such, Hadrian focused on measures to increase his popularity with the masses. Numerous honors were voted upon Trajan (though more from the Senate than directly from Hadrian), massive debt was cancelled in an enormously popular public burning of the records, the port at Ostia was expanded to secure additional grain supplies and the alimenta (essentially providing government support to local communities) begun by Nerva and expanded by Trajan was continued. Building and restoration of public works throughout the empire was conducted on an unprecedented scale and Hadrian was an enormous patron of the arts and literature. Perhaps the most important achievement of Hadrian's reign was the reformation of the legal system. Conducted by Salvius Julianus (grandfather to future emperor Didius Julianus), these reforms included regular review of magisterial decrees and edicts ensuring that such measures provided desired and positive effects.

Despite his efforts, some reforms and projects (such as tearing down a theatre built by Trajan on the Campus Martius) were terribly unpopular. His poor relationship and lack of popularity with the senate, coupled with a strong desire to review the Empire's defenses, inspired him to leave the hostile city and explore the provinces first hand. In AD 121, Hadrian left Rome on an extended tour beginning to the north in Gaul. Form there he continued to Germania where the legions were drilled and trained in such a manner as to increase discipline that had grown lax. For centuries Roman armies had been raised only for temporary purposes involving conquest or defense from invaders. It was only during the imperial period that the legions became permanent standing forces that maintained static garrisons. As such, complacency from inactivity was a genuine concern. In addition to personally drilling the men (and performing such training right along with them), defense works were inspected, men of quality promoted and arrangements for military supply and logistics were settled.

From Germania, Hadrian continued north to Britannia where the matter of a defined controllable border was an ultimate concern. Unlike other frontier provinces such as Germania, which used the Danube and Rhine Rivers as natural borders, Britain had no such clearly marked and defensible position. Despite previous efforts to bring the far north under Roman control (under Agricola during the reign of Domitian) the logistical problems of asserting dominance over the scattered highland tribes made such efforts impractical. As northern Britain lacked a naturally defensible position, Hadrian ordered the situation remedied by the building of a massive wall to separate Rome from barbarian. Hadrian's Wall was built by legionaries (contrary to popular opinion, Roman armies rather than slaves had always been responsible for building not only defense works, but roads and sometimes aqueducts) in a massive effort that spanned eight years (AD 122 - 130).

The wall, stretching for 80 miles between modern Carlisle in the west and Newcastle in the east, was between 8 and 10 ft. thick and as high as 15 feet tall. Mile castles were built at 1 mile intervals (hence the name) and were garrisoned by auxilia (numbering approximately 9,000 men at any given time). Though the wall itself was a formidable defensive structure, its ultimate purpose was not truly to serve as a barrier, but as a deterrent to tribal aggression and perhaps more importantly, to act as a funnel forcing trade and civilian traffic through well regulated defensible positions.

From Britain, Hadrian continued south to Hispania and then to Mauretania in Northern Africa, where a revolt of the Moors was suppressed. From the African coastal city of Cyrene, Hadrian continued east (which he preferred due its Hellenistic nature) visiting Crete, Syria, Pontus, Bithynia, Asia Minor and circling back through Thracia, Moesia, Dacia, Pannonia, Greece, Athens and Sicily before finally returning to Rome in AD 125. Spending just a few years in Italy, Hadrian was once again consumed by the 'wanderlust' and returned to Athens by AD 129. Hadrian held a fascination for Greek philosophy and culture and as such would visit Athens at least three times during his reign. The city, too, would benefit greatly from the emperor's patronage in the form of numerous building projects and improvements. The 'Greekling' as Hadrian came to be known, next journeyed from Athens back to Asia, then to Pamphylia, Phrygia, Cilicia, Syria, Cappadocia, Pontus, Antioch and Judaea by AD 130.

Hadrian's journey would continue to Aegyptus, again to Syria, Asia and Athens and eventually back to Rome in AD 132, but it was in Judaea that Hadrian's ambitious plans took a turn for the worse. In most of his provincial visits he was greeted enthusiastically thanks in part to gifts he offered to the populace, coupled with various public works projects. In the home of the Jews, however, there was a natural enmity carried over from the revolts during Trajan's reign and Hadrian paid little heed to the volatility of the region. First, he planned to rebuild Jerusalem (largely razed by Titus in AD 70) in the manner of a Roman city, complete with a temple to Jupiter where the Great Temple of Jerusalem once stood. While this affront to the religious sensibilities of the Jews passed without major incident, it planted the seeds of discontent. Two years later Hadrian, whose Hellenistic sensibilities found several strange Jewish customs to be repulsive, passed a law forbidding the Jewish practice of circumcision. As unrest began to stir, the collapse of the tomb of Solomon in Jerusalem due to Roman construction activity, was the final catalyst to set off wide spread revolt.

The revolt, led by Simon ben Kosiba (or Bar Kochba for 'son of star' indicating that ben Kosiba was considered a messiah), proved to be yet another difficult challenge for the Romans in Judaea. Lasting for three years (forcing Hadrian to return and remain in the east from AD 134 - 136), thanks in large part to the Jew's wise policy of avoiding direct large scale engagements with Roman legions, the destruction of the province and loss of life was devastating. According to Cassius Dio, nearly 1,000 Jewish villages and just fewer than 600,000 people were killed in various engagements. The Roman losses too were considerable. Having used at least three full legions, numerous auxilia and detachments from several other nearby legions it is assumed - because it disappears from historical records after this point - that at least one legion, XXII Deiotariana, was completely destroyed in the uprising and never reconstituted.

When the Romans were eventually victorious in AD 136, Hadrian's punishment was severe. Dead Jews were left unburied and to rot in the streets for years and many others were sold as slaves. Jewish temples were replaced by Pagan equivalents, Rabbis were imprisoned and executed, it was forbidden to teach Mosaic Law or to own religious scrolls and the people were forbidden even from entering Jerusalem. To drive the point home, the city was even renamed to Aelia Capitolina and Judaea itself to Palestinae. Following the brutal suppressions of both Trajan and Hadrian, the Jews had finally settled under Roman control and would never again rise up against them.


HADRIAN:

Roman emperor (117-138). At the very beginning of his reign he was called upon to suppress the final outbreaks of Jewish rebellion at Cyrene and Alexandria. According to a late but trustworthy source, he is said to have enticed the Jews of Alexandria into the open country, where about 50,000 of them were killed by his soldiers (Eliyahu R. xxx. 3). Afterward he seems to have avoided conflict with the Jews and to have granted them certain privileges. The Jewish sibyl, in fact, praises him (Sibyllines, v. 248) and Jewish legend says that R. Joshua b. Hananiah was on friendly terms with him, and that Hadrian intended to rebuild the Temple at Jerusalem (Gen. R. lxiv.). This agrees with the statement of Epiphanius ("De Mensuris et Ponderibus," § 14) that the emperor commissioned the proselyte Akylas (Aquila)—who, according to the rabbinical legend, was related to him—to supervise the building at Jerusalem, this of course referring to the city and not to the Temple. Other Christian sources, as Chrysostom, Cedrenus, and Nicephorus Callistus, say that the Jews had intended to build the Temple themselves but a passagein the Epistle of Barnabas (xvi. 4)—though its interpretation is disputed among scholars—seems to indicate that the Jews expected the pagans to rebuild the Temple.

Scholars also differ as to the cause of the rebellion. According to Gregorovius (comp. Schlatter, "Die Tage Trajans und Hadrians," p. 2), "Palestinians instituted the kingdom of Jerusalem as a protection against the oppressions of Hadrian." Other scholars, however, say that the institution of the Messianic kingdom followed upon the rebuilding of the Temple. Even the ancient sources differ on this point. Thus, Spartianus ("Hadrianus," § 14) reports that the Jews rebelled because circumcision was interdicted while the more reliable Dion Cassius says (lxix. 12) that Hadrian attempted to turn Jerusalem into a pagan city, which the Jews regarded as an abomination, and they therefore rebelled. It is possible that both of these measures were responsible for the rebellion on the other hand, it is also possible that they were merely the consequences of it. Hadrian, who had a gentle disposition, was lauded throughout the great empire as a benefactor he indeed so proved himself on his many journeys. Palestinian cities like Cæsarea, Tiberias, Gaza, and Petra owed much to him and his presence in Judea in 130 is commemorated on coins with the inscription "Adventui Aug[usti] Judææ." He therefore could have had no intention of offending the Jews but as a true Roman he believed only in the Roman "sacra" (Spartianus, lc § 22). It may have happened that in his zeal to rebuild destroyed cities he had disregarded the peculiarities of the Jews. The law against circumcision was founded on earlier Roman laws, and did not affect the Jews only. So long as the emperor was in Syria and Egypt the Jews remained quiet but after his departure in 132 the rebellion under Bar Kokba broke out.

It seems that Hadrian himself remained in Judea until the rebellion had been put down (Darmesteter, in "R. E. J." i. 49 et seq.), and he may have mentioned the Jews in his autobiography, a point that Dion Cassius dwells upon but he did not use the customary formula in his report to the Senate, that he and the army were well (Dion Cassius, lc), for the Roman army also was suffering. After the dearly bought victory in 135, Hadrian received for the second time the title of "imperator," as inscriptions show. Now only could he resume the building, on the ruins of Jerusalem, of the city Ælia Capitolina, called after him and dedicated to Jupiter Capitolinus. A series of magnificent edifices that Hadrian erected in Jerusalem are enumerated in a source that gathered its information probably from Julianus Africanus ("Chron. Paschale," ed. Dindorf, i. 474 "J. Q. R." xiv. 748). The temple of Jupiter towered on the site of the ancient Temple, with a statue of Hadrian in the interior (Jerome, Comm. on Isaiah ii. 9). The Jews now passed through a period of bitter persecution Sabbaths, festivals, the study of the Torah, and circumcision were interdicted, and it seemed as if Hadrian desired to annihilate the Jewish people. His anger fell upon all the Jews of his empire, for he imposed upon them an oppressive poll-tax (Appian, "Syrian War," § 50). The persecution, however, did not last long, for Antoninus Pius revoked the cruel edicts.

After this the Jews did not hold Hadrian's memory in high honor the Talmud and Midrash follow his name with the curse "Crush his bones." His reign is called the time of persecution and danger, and the blood of many martyrs is charged to his account. He is considered the type of a pagan king (Gen. R. lxiii. 7).


Bronze head from a statue of the Emperor Hadrian

Hadrian (reigned 117-138 C.E.), once a tribune (staff officer) in three different legions of the Roman army and commander of a legion in one of Trajan’s wars, was often shown in military uniform. He was clearly keen to project the image of an ever-ready soldier, but other conclusions have been drawn from his surviving statues.

Fixing the Empire’s borders

When Hadrian inherited the Roman Empire, his predecessor, Trajan’s military campaigns had over-stretched it. Rebellions against Roman rule raged in several provinces and the empire was in serious danger. He ruthlessly put down rebellions and strengthened his borders. He built defensive barriers in Germany and Northern Africa.

Rome’s first emperor, Augustus (reigned 27 B.C.E.– 14 C.E.), had also suffered severe military setbacks, and took the decision to stop expanding the empire. In Hadrian’s early reign Augustus was an important role model. He had a portrait of him on his signet ring and kept a small bronze bust of him among the images of the household gods in his bedroom.

Like Augustus before him, Hadrian began to fix the limits of the territory that Rome could control. He withdrew his army from Mesopotamia, modern-day Iraq, where a serious insurgency had broken out, and abandoned the newly conquered provinces of Armenia and Assyria, as well as other parts of the empire.

Hadrian’s travels

Hadrian is also famous as the emperor who built the eighty-mile-long wall across Britain, from the Solway Firth to the River Tyne at Wallsend: “to separate the barbarians from the Romans” in the words of his biographer. This head comes from a statue of Hadrian that probably stood in Roman London in a public space such as a forum. It would have been one and a quarter times life-size.

This statue may have been put up to commemorate Hadrian’s visit to Britain in 122 C.E. Hadrian travelled very extensively throughout the Empire, and imperial visits generally gave rise to program of rebuilding and beautification of cities. There are many known marble statues of him, but this example made in bronze is a rare survival.

Born in Rome but of Spanish descent, Hadrian was adopted by the emperor Trajan as his successor. Having served with distinction on the Danube and as governor of Syria, Hadrian never lost his fascination with the empire and its frontiers.

At Tivoli, to the east of Rome, he built an enormous palace, a microcosm of all the different places he had visited. He was an enthusiastic public builder, and perhaps his most celebrated building is the Pantheon, the best preserved Roman building in the world. Hadrian’s Wall is a good example of his devotion to Rome’s frontiers and the boundaries he established were retained for nearly three hundred years.

A lover of culture

Hadrian was the first Roman emperor to wear a full beard. This has usually been seen as a mark of his devotion to Greece and Greek culture.

Hadrian openly displayed his love of Greek culture. Some of the senate scornfully referred to him as Graeculus (“the Greekling”). Beards had been a marker of Greek identity since classical times, whereas a clean-shaven look was considered more Roman. However, in the decades before Hadrian became emperor, beards had come to be worn by wealthy young Romans and seem to have been particularly prevalent in the military. Furthermore, one literary source, the Historia Augusta, claims that Hadrian wore a beard to hide blemishes on his face.

Hadrian fell seriously ill, perhaps with a form of dropsy (swelling caused by excess fluid), and retired to the seaside resort of Baiae on the bay of Naples, where he died in 138 C.E.

The image of the Roman Emperor

Torso of a statue of the emperor Hadrian wearing a cuirass, C. 130-141 C.E., 137 cm high, from Cyrene, northern Africa © Trustees of the British Museum. In this statue we see Hadrian presented as the commander-in-chief. We know from ancient literary sources that Hadrian was particularly keen to project a strong military image.

The cult of the Emperor combined religious and political elements and was a vital factor in Roman military and civil administration. Deceased rulers were often deified, and though the living Emperor, who was the state’s chief priest, was not himself worshipped as a god, his “numen,” the spirit of his power and authority, was.

The image of the ruler and information about his achievements was spread primarily through coinage. In addition, statues and busts, in stone and bronze and occasionally even precious metal, were placed in a variety of official and public settings. They varied in size: colossal, life-size and smaller. Such images symbolized the power of the state and the essential unity of the Empire.

As well as the political importance of representations of the Emperor, his physical appearance and that of his consort and family were familiar to people throughout the Empire. This influenced fashion and such representations can assist the modern archaeologist and art-historian. For example, beards became fashionable after the accession of Hadrian, and the hairstyles of Empresses and other Imperial women may be seen in private portraiture and decorative art, even in remote provinces such as Britain.


Tivoli - Hadrian's Villa - Pecile

Tivoli - Hadrian's Villa - Venus Temple

Tivoli - Hadrian's Villa - Maritime Theatre

Tivoli - Hadrian's Villa - Maritime Theatre

Tivoli - Hadrian's Villa - Detail of a mosaic floor

Tivoli - Hadrian's Villa - Building with three exedras

Tivoli - Hadrian's Villa - Building with fishpond

Tivoli - Hadrian's Villa - Serapeum

Tivoli - Hadrian's Villa - Canopus

Tivoli - Hadrian's Villa - Canopus

Tivoli - Villa Adriana - Complesso del Canopo

Tivoli - Villa Adriana - Canopo, Statua - copyright De Agostini

Hadrian’s Villa at Tivoli is one of the Italian UNESCO World Heritage Sites. Built by the request of the Emperor Hadrian, the Villa is a monumental living complex that even today continues to display the lavishness and enormous power of Ancient Rome.

In Tivoli, Hadrian’s Villa (Villa Adriana) was designed to be a home for the Roman Emperor Hadrian in 117 A.D. Construction began on top of the foundation of a pre-existing villa that belonged to his wife Vibia Sabina. The Villa, located 28 km (17.4 mi) from the Capital on the Monti Tiburtini, could be reached via the ancient Roman roads Tiburtina and Prenestina, or else by the River Aniene.
The area was chosen for its abundant waters and availability of four aqueducts that passed through to Rome: Anio Vetus, Anio Nobus, Aqua Marcia and Aqua Claudia.
One can still find here the sulphur water springs (the Acque Albule) that the Emperor enjoyed – today’s Tivoli Baths!

Given archaeological evidence and certain written sources, we know that the Roman villa and the domus were partitioned into different settings with precise functions and according to a scheme that is often repeated for example, the floor-plan of Hadrian’s Villa is comparable to those of the Villa of Mysteries in Pompeii and the Villa of Poppaea in Oplontis (near Torre Annunziata). Despite the fact that the Villa utilizes traditional architectonic language and iconography, it was in any case projected in a rather different, original style.

The Villa's Structure
It is shaped by a series of interdependent and inter-locking structures, each one with its own individual purpose: the structure with three exedrae, de Nymph Stadium, een fishing structure, de four-sided portico, the small thermal water baths, and the Praetors’ (Roman bodyguards’) vestibule.

The symmetries and the interdependence of the structures – connected one to another via guarded access points created for both the privacy and security of the Emperor – make it clear that together they composed a monumental compound that mirrored Hadrian's image as a great and sophisticated man.

In fact, to show off his tastes and inclinations, he reproduced inside this residence the places and monuments that had fascinated him during his innumerable travels.

Inside the Villa complex, one can see the Poecile, a huge garden surrounded by an arcade with a swimming pool. This area was built so that one could take walks whether it was winter or summer. Then there is the Canopus, a long water basin embellished with columns and statues that culminate in a temple topped by an umbrella dome, and the remains of two bath areas: the Grandi Terme en de Piccole Terme (the large and small baths or thermae). The former contained a frigidarium or large pool of cold water (open-air) and a round room with a coffered dome these coffers were rather particular in that they opened into five large windows. Covered in valuable and decorative stucco, these structures were purposed for the Imperial Family and their guests.

De Grandi Terme, reserved for the personnel of the Villa, consisted of a heating system located under the floor, and a circular room outfitted as a sudatio or sauna. Noteworthy is the large vaulted-arch ceiling in the central room, still in perfect condition (structurally) today, despite the collapse of one of the four supporting piers. Some of the – relatively – best preserved areas of the villa are the accademia, the stadio or arena, the Imperial Palace, the Philosophers’ Room, de Grieks theater, en de Piazza d'oro, a majestic square the purpose of which was to be a “representation” it was large enough to allow a vast peristyle decorated in refined stucco. Finally, the splendid Teatro Marittimo (Maritime Theatre) is an island of sorts elaborated with an iconic colonnade and circumscribed by a canal. This is where the Emperor isolated himself when he wanted to think amidst silence and tranquility.

To learn more, explore the history of Hadrian's Villa.

Useful Information

Geolocation
State: Italy
Regio: Lazio
Provincie: Rome

Useful Link
Address: Largo Marguerite Yourcenar, 1 - Villa Adriana - Tivoli (RM)
Tel: +39 0774 530203
Website: Official website

Uren
Opening hours of the Archaeological Area
January 2-31: 9 am - 5 pm
February 1-29: 9 am - 6 pm
March 1 – last Saturday of March: 9 am - 6:30 pm
Last Sunday of March – April 30: 9 am - 7 pm
1 May - 31 August: Ore 9 am - 7.30 pm
September 1-30: 9 am - 7 pm
October 1 – last Saturday of October: 9 am – 6:30 pm
Last Sunday of October - December 31: 9 am – 5 pm
Closings: January 1, December 25

Diensten
- Guided tours and audio guides for individuals, groups and schools (Italian, English, French, German and Spanish).
- Parking and bookshop.


Bekijk de video: Roman Ruins of Hadrians Villa - Italy - 4K with Captions (Januari- 2022).